Commissie stroomlijnt toegang tot rechter in milieuzaken

Mededeling nr. van de Commissie betreffende toegang tot de rechter in milieuaangelegenheden

Nationale rechters overstelpen het Europees Hof van Justitie met vragen over wanneer, en onder welke voorwaarden, ondernemingen, natuurlijke personen en ngo’s mogen procederen in milieuzaken tegen overheidsinstanties. Vandaar dat de Europese Commissie een interpretatieve ‘mededeling’ heeft gepubliceerd over het recht van toegang tot de rechter in milieuaangelegenheden.
Eerder probeerde de Commissie het met een voorstel van richtlijn, maar dat voorstel bleef jaren op de tafel van de Raadsleden liggen, zonder dat er overeenstemming kon worden bereikt.

Recht op informatie

De Commissie herinnert eraan dat de bevoegdheid om naar de rechter te stappen, afhangt van de aard van het dossier. Is dat een verzoek om informatie? Wordt het recht op inspraak belemmerd? Is er sprake van milieuschade en dus milieuaansprakelijkheid? Of gaat het om een ander thema?
Natuurlijke personen én rechtspersonen, zoals verenigingen of ondernemingen, die een verzoek om informatie indienen, genieten procesbevoegdheid om een besluit, het handelen of het nalaten van handelen te betwisten van de overheidsinstantie die het verzoek behandelt.
‘Het recht om informatie te ontvangen door actieve verspreiding, kan ook inhouden dat natuurlijke personen en verenigingen [n.v.d.r. rechtspersonen?] in rechte mogen opkomen’.
De Commissie licht dat verder toe in haar mededeling.

Recht op inspraak bij specifieke activiteiten

Erkende milieu-ngo’s hebben ‘de lege’ (van rechtswege, automatisch) de procesbevoegdheid om besluiten, het handelen of het nalaten van handelen van overheidsinstanties op het vlak van specifieke activiteiten die op basis van het Unierecht inspraak vereisen, te betwisten.
De voorwaarden waaraan buitenlandse milieu-ngo’s moeten voldoen om ‘de lege’ rechtsbevoegdheid te krijgen, mogen niet minder gunstig zijn dan die waaraan de binnenlandse ngo’s moeten voldoen.
Ook natuurlijke personen moeten vlot toegang krijgen tot de rechter: “Voor natuurlijke personen moet de voorwaarde dat aangetoond moet worden dat inbreuk is gemaakt op een recht, of dat zij voldoende belang hebben om procesbevoegdheid te krijgen om in verband met een specifieke activiteit in rechte op te komen, worden uitgelegd en toegepast in het licht van de verplichting om ruim toegang tot de rechter in milieuaangelegenheden te verschaffen.
Rechten waarop inbreuk gemaakt kan zijn, zijn:
  • de door het milieurecht van de Unie verleende procedurele rechten van natuurlijke personen (bv. het recht van inspraak) en
  • aan natuurlijke personen toegekende materiële rechten (bv. de bescherming van de menselijke gezondheid, eigendomsrechten).”
Ondernemingen vallen onder de categorie van de ‘Andere verenigingen, organisaties en groepen’. Voor hen geldt dat zij géén procesbevoegdheid ‘de lege’ genieten, maar zij kùnnen – volgens de regels van het nationale recht – onder dezelfde voorwaarden procesbevoegdheid genieten als natuurlijke personen.

Milieuaansprakelijkheid

Natuurlijke personen en rechtspersonen die milieuschade lijden die onder de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn valt, die een voldoende belang hebben bij de schade, of die menen dat er een inbreuk gepleegd is op een recht, mogen op grond van de richtlijn opmerkingen indienen bij de bevoegde nationale instantie en mogen die instantie verzoeken om maatregelen te treffen.
Sommige ngo’s worden volgens de richtlijn geacht een voldoende belang te hebben of rechten te hebben waarop een inbreuk kan worden gemaakt, waardoor zij sowieso om maatregelen mogen verzoeken.
De bevoegde instantie moet dan uitdrukkelijk een besluit nemen over het verzoek om maatregelen.
Uit de bepaling dat deze natuurlijke personen, rechtspersonen en ngo’s opmerkingen mogen indienen en mogen verzoeken om maatregelen te nemen, leidt de Commissie af dat die personen en verenigingen ook het recht hebben om de formele en materiële rechtmatigheid te bestrijden van een besluit, het handelen of het nalaten van handelen van de bevoegde instantie naar aanleiding van de opmerkingen en het verzoek.

Andere dossiers

En dan zijn er nog de dossiers die handelen over ‘andere onderwerpen’, zoals nationale uitvoeringswetgeving, algemene regelgevingshandelingen, plannen en programma’s, en afwijkingen. De Commissie licht ze één voor één toe.
Ze rondt af met een luik over de omvang van de rechterlijke toetsing, de kosten van de gerechtelijke procedure, en de termijnen.
De lidstaten krijgen tot slot de verplichting om praktische informatie te verstrekken over de toegang tot de rechter.
Carine Govaert
  358