Btw-vrijstelling kleine ondernemingen: nieuw Btw-KB nr. 19 met toepassingsvoorwaarden

Kleine ondernemingen met een in België gerealiseerde jaaromzet van niet meer dan 15.000 euro, kunnen sinds 1 april 2014 genieten van een btw-vrijstelling voor de leveringen van goederen en diensten die ze verrichten. Een nieuw KB nr. 19 van 29 juni 2014 bevat de toepassingsvoorwaarden en formaliteiten voor deze nieuwe regeling. Het komt in de plaats van het ‘oude’ Btw-KB nr. 19 van 29 december 1992.

Omzetdrempel

Kleine ondernemingen met een in België gerealiseerde jaaromzet van niet meer dan 15.000 euro, kunnen sinds 1 april 2014 genieten van een btw-vrijstelling voor de leveringen van goederen en diensten die ze verrichten (art. 56bis, Btw-Wetboek). Tot 31 maart 2014 bedroeg het drempelbedrag nog 5.580 euro.

Als verscheidene personen in onverdeeldheid of in vereniging een economische activiteit uitoefenen, wordt er rekening gehouden met het jaarlijks totaalbedrag van de overeenkomstig artikel 56bis, § 4 van het Btw-wetboek bepaalde omzetcijfers die ze realiseren.

Als echtgenoten een onderscheiden economische activiteit uitoefenen, wordt er afzonderlijk rekening gehouden met de activiteit van ieder van de echtgenoten, ongeacht hun huwelijksvoorwaarden.

Vrijstellingsregeling

De belastingplichtige die een economische activiteit aanvangt, is onderworpen aan de vrijstellingsregeling wanneer hij, onder controle van de administratie, in zijn aangifte bij de aanvang van zijn economische activiteit (art. 53, § 1, eerste lid, 1°, Btw-wetboek) verklaart dat zijn activiteit naar alle waarschijnlijkheid zal voldoen aan de vrijstellingsregeling van artikel 56bis van het Wetboek. Als uit de omstandigheden duidelijk blijkt dat aan de voorwaarden voor de vrijstellingsregeling niet is voldaan, beslist de btw-administratie dat de belastingplichtige onderworpen is aan een andere belastingregeling.

Wanneer voor het verstreken kalenderjaar, de omzet van een belastingplichtige die niet is onderworpen aan de vrijstellingsregeling, niet meer bedraagt dan 15.000 euro, dan is deze belastingplichtige vanaf 1 juli van het volgend jaar onderworpen aan de vrijstellingsregeling. Een belastingplichtige die niet wil genieten van deze regeling brengt het hoofd van zijn btw-controlekantoor daarvan vóór 1 juni op de hoogte met een ter post aangetekende brief.

Een belastingplichtige onderworpen aan de normale belastingregeling of aan de forfaitaire regeling (art. 56, Btw-Wetboek), die wil genieten van de vrijstellingsregeling van belasting vanaf 1 januari van het volgend jaar, kan daartoe een aanvraag indienen bij het hoofd van zijn btw-controlekantoor in de loop van het laatste kwartaal, maar vóór 15 december van het lopend jaar. Hij moet de aanvraag doen met een ter post aangetekende brief. In deze brief moet hij het bedrag van de omzet van de eerste 3 kwartalen van het lopend jaar vermelden, samen met een raming van de omzet van het 4de kwartaal.

Een belastingplichtige die op 31 december de vrijstellingsregeling van belasting toepast, bezorgt de btw-administratie vóór 31 maart van het volgend jaar, het totaalbedrag van de omzet, gerealiseerd in de loop van het voorgaand kalenderjaar. Als de economische activiteit aanvangt in de loop van het jaar, moet de belastingplichtige bovendien opgeven gedurende welk tijdvak hij die activiteit heeft uitgeoefend. Deze gegevens worden vermeld in het daartoe bestemde kader van de jaarlijkse opgave van de belastingplichtige afnemers die de belastingplichtige bij de btw-administratie moet indienen (art. 53quinquies, Btw-wetboek).

Herziening btw-aftrek

Een belastingplichtige die niet langer onderworpen is aan de normale regeling van de belasting of aan de forfaitaire regeling herziet de door hem verrichte aftrek van de belasting geheven van:

  • de goederen, andere dan bedrijfsmiddelen, die nog niet werden vervreemd en van de diensten die nog niet werden gebruikt bij de wijziging van belastingregeling;
  • de nog bruikbare bedrijfsmiddelen die op dat tijdstip bestaan en waarvan de oorspronkelijke aftrek het voorwerp uitmaakt van een herziening.

De overgang naar de vrijstellingsregeling van belasting wordt gelijkgesteld met het verlies van de hoedanigheid van belastingplichtige (bedoeld in art. 49, 3°, Btw-wetboek).

Het bedrag van de terug te storten belasting wordt bepaald op basis van een inventaris van de voorraad op het tijdstip van de wijziging van belastingregeling en van een staat van de op dat tijdstip nog bruikbare bedrijfsmiddelen. Die stukken worden opgemaakt in 3 exemplaren, waarvan er 2 bestemd zijn voor het btw-controlekantoor. Ze vermelden in detail de goederen en diensten die voor herziening vatbaar zijn, samen met de datum waarop die goederen werden geleverd en die diensten werden verstrekt aan de belastingplichtige en het nummer van de aankoopfactuur of van het invoerdocument, de maatstaf van heffing waarover ze met de btw werden belast en het terug te storten bedrag. Deze stukken worden binnen de maand vanaf de wijziging van belastingregeling ingediend bij het btw-controlekantoor van de belastingplichtige.

Komen niet in aanmerking…

Belastingplichtigen die geregeld leveringen verrichten van oude materialen, van oude materialen ongeschikt voor hergebruik in dezelfde staat, van industrieel en niet-industrieel afval, van afval voor hergebruik, van gedeeltelijk verwerkt afval en van schroot in de zin van art. 199, lid 1, punt d) van richtlijn 2006/112/EG (art. 56bis, § 2, 3°, Btw-Wetboek), kunnen niet genieten van de vrijstellingsregeling van belasting.

Het nieuwe Btw-KB nr. 19 van 29 juni 2014 bevat in bijlage de lijst van de hier bedoelde goederen.

Overschrijding omzetdrempel

Als het totaalbedrag van de omzet, in de loop van een kalenderjaar, meer bedraagt dan 15.000 euro, dan is de belastingplichtige onderworpen aan de normale regeling van de belasting of eventueel aan de forfaitaire regeling, vanaf de eerste handeling waarvoor het totaalbedrag van de omzet wordt overschreden. Deze belastingplichtige brengt het hoofd van zijn btw-controlekantoor hiervan onmiddellijk op de hoogte via een ter post aangetekende brief. Daarin geeft hij aan te opteren voor de forfaitaire regeling van de belasting in de mate dat de voorwaarden zijn vervuld om van die regeling te genieten. Bij ontstentenis van optie zal hij onderworpen zijn aan de normale regeling van de belasting.

De optie voor de normale regeling van de belasting (art. 56bis, § 6, Btw-wetboek) of de forfaitaire regeling (art. 56, Btw-wetboek), wordt uitgeoefend via een ter post aangetekende brief gericht aan het hoofd van het btw-controlekantoor van de belastingplichtige. Die optie heeft uitwerking te rekenen vanaf het verstrijken van de maand na die waarin de brief wordt verzonden.

Vóór 1 januari van het 3de jaar na dat waarin de optie uitwerking had, kan de belastingplichtige niet opnieuw overgaan naar de vrijstellingsregeling van belasting. Van die wijziging in de belastingregeling wordt vóór 1 december bij een ter post aangetekende brief kennis gegeven aan het hoofd van het btw-controlekantoor van de belastingplichtige. Die wijziging heeft uitwerking met ingang van 1 januari van het volgend jaar.

Teruggaaf btw

De belastingplichtige die niet langer onderworpen is aan de vrijstellingsregeling van belasting, kan teruggaaf verkrijgen van de btw, geheven van:

  • de goederen, andere dan bedrijfsmiddelen, die nog niet werden vervreemd en van de diensten die nog niet werden gebruikt bij de wijziging van belastingregeling;
  • de nog bruikbare bedrijfsmiddelen die op dat tijdstip bestaan en waarvan het herzieningstijdvak (bepaald bij art. 48, § 2, Btw-wetboek), of ter uitvoering ervan, niet is verstreken.

De teruggaaf is afhankelijk van de indiening bij het btw-controlekantoor van de belastingplichtige, binnen 3 maanden vanaf de wijziging van belastingregeling, van een inventaris van de voorraad op het tijdstip van de wijziging en van een staat van de op dat tijdstip nog bruikbare bedrijfsmiddelen. Die stukken worden opgemaakt in 3 exemplaren waarvan er 2 bestemd zijn voor het controlekantoor. Ze vermelden in detail de goederen en diensten die in aanmerking worden genomen voor het berekenen van de voor teruggaaf vatbare belasting, samen met de datum waarop die goederen werden geleverd en die diensten werden verstrekt aan de belastingplichtige en het nummer van de aankoopfactuur of van het invoerdocument, de maatstaf van heffing waarover ze met de btw werden belast en het terug te geven bedrag.

De teruggaaf wordt slechts toegestaan in de mate waarin de belastingplichtige de aftrek had kunnen verrichten bij toepassing van de artikelen 45 tot 49 van het Btw-Wetboek. De belastingplichtige oefent zijn recht op teruggaaf uit bij het indienen van de aangifte m.b.t. de handelingen van de laatste maand van het kalenderkwartaal na dat waarin de stukken bij het controlekantoor werden ingediend.

In werking

Het ‘KB nr. 19 van 29 juni 2014 m.b.t. de vrijstellingsregeling van btw in het voordeel van kleine ondernemingen’ heeft uitwerking met ingang van 1 april 2014.

Het heft het ‘KB nr. 19 van 29 december 1992 m.b.t. de vrijstellingsregeling bepaald door artikel 56, § 2, van het Btw-Wetboek in het voordeel van kleine ondernemingen’ volledig op.

Bron:Koninklijk besluit nr. 19 van 29 juni 2014 met betrekking tot de vrijstellingsregeling van belasting over de toegevoegde waarde in het voordeel van kleine ondernemingen, BS 9 juli 2014.
Zie ook:– Wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance, BS 22 mei 2014 (relancewet) – art. 29 tot en met art. 39– Koninklijk Besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, BS 31 december 1992 (Btw-KB nr. 1) - art. 21bis– Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, PbL., 11 december 2006, afl. 347;err., PbL 20 december 2007, afl. 335 (btw-richtlijn) – art. 199, lid 1, punt d)

Christine Van Geel

Koninklijk besluit nr. 19 met betrekking tot de vrijstellingsregeling van belasting over de toegevoegde waarde in het voordeel van kleine ondernemingen

Afkondigingsdatum : 29/06/2014
Publicatiedatum : 09/07/2014

Gepubliceerd op 29-07-2014

  754