Btw op elektronische diensten: Btw-KB’s afgestemd op nieuwe btw-regels ‘plaats van dienst’ sinds 1 januari 2015

Sinds 1 januari 2015 moet de btw op alle telecommunicatie-, radio-, televisie- en elektronische diensten aan particulieren betaald worden in het land van de koper. De dienstverleners kunnen hun btw-verplichtingen sinds 1 januari 2015 vervullen via de Mini One Stop Shop (MOSS). Via dit systeem kunnen ze zich inschrijven, hun btw-aangiften indienen, eventuele verzoeken om teruggaaf indienen en hun btw betalen.

Een KB van 5 juli 2015 stemt de Btw-KB’s nrs. 1, 4, 24, 41 en 44 af op deze nieuwe regeling. Het treedt retroactief in werking vanaf 1 januari 2015.

Elektronische kwartaalaangifte btw

Belastingplichtigen die niet in de Gemeenschap gevestigd zijn en belastingplichtigen die niet in de lidstaat van verbruik gevestigd zijn, die een btw-kwartaalaangifte moeten indienen gebruiken daarvoor een elektronisch bericht (art. 58ter, § 5 en art. 58quater, § 5, WBTW). Dit ongeacht of al dan niet telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten zijn verricht. Deze elektronische kwartaalaangiften bevatten telkens het btw-identificatienummer, en voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is, het totale bedrag (excl. btw) van de gedurende het tijdvak waarop zij betrekking heeft, verrichte telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten en het totale bedrag van de belasting daarover, opgesplitst naar belastingtarieven. Ook de geldende btw-tarieven en de totale verschuldigde belasting worden op de aangifte vermeld. Deze belastingplichtigen moeten hun btw-kwartaalaangifte sturen naar het elektronisch adres dat de minister van Financiën hiervoor heeft gecreëerd.

Belastingplichtigen die een aangifte moeten indienen waarin alle gegevens staan die nodig zijn om het bedrag van de in elke lidstaat verschuldigde btw vast te stellen (bedoeld in art. 58bis, § 2, 4°, WBTW zoals het van toepassing is tot en met 31 december 2014), wat de belasting betreft die opeisbaar is geworden in een aan 1 januari 2015 voorafgaand tijdvak, blijven verder het aangifteformulier gebruiken dat bestaat uit een elektronisch bericht dat wordt gestuurd naar het elektronisch adres dat de minister van Financiën heeft gecreëerd.

Verplichte gegevens in de boekhouding

De verrichter van telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten (belastingplichtige die niet in de Gemeenschap gevestigd is en belastingplichtige die niet in de lidstaat van verbruik gevestigd is), moet een boekhouding houden van de handelingen waarop de bijzondere regeling voor deze diensten van toepassing is. In deze boekhouding vermeldt de dienstverrichter voor elke handeling:

  • een volgnummer;
  • de datum van de handeling of de periode van de uitvoering van de handeling;
  • de naam en het adres van de ontvanger van de dienst;
  • de beschrijving van de verstrekte dienst;
  • de vermelding van het tarief dat van toepassing is in de lidstaat waar de handeling wordt geacht plaats te vinden, van de maatstaf van heffing en van het bedrag van de verschuldigde btw;
  • de vermelding van de wettelijke bepaling op grond waarvan de handeling van de btw is vrijgesteld of op grond waarvan de btw niet in rekening wordt gebracht.

Bovendien wordt op het einde van elke aangifteperiode, per betrokken lidstaat, het totaalbedrag van de maatstaf van heffing, het totaalbedrag van de overeenstemmende btw uitgedrukt in euro, én het totaalbedrag van de in de Gemeenschap met betrekking tot die periode verschuldigde btw ingeschreven.

Wanneer de belastingplichtige die niet in de lidstaat van verbruik gevestigd is, één of meer vaste inrichtingen heeft in andere lidstaten van waaruit de diensten worden verricht, moet de boekhouding ook het totale bedrag van de telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten bevatten die onder deze bijzondere regeling vallen, per lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft gevestigd en uitgesplitst naar lidstaat van verbruik.

Model “E-commerce – Kwartaalaangifte in euro – Land van identificatie: BE”

Het KB van 5 juli 2015 schrapt het model “E-commerce – Kwartaalaangifte in euro – Land van identificatie: BE”, dat als bijlage IV. bij het Btw-KB nr. 1 zat.

Teruggaaf van btw

Om teruggaaf van de btw te verkrijgen moet de belastingplichtige die niet op het grondgebied van de Gemeenschap is gevestigd (die gebruik maakt van de in art. 58ter, WBTW bedoelde bijzondere regeling), een aanvraag tot teruggaaf indienen bij het hoofd van het Centraal btw-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen. De aanvraag moet, in drievoud, bij deze ambtenaar toekomen uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het tijdvak waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft.

Betaling btw op postrekening van “Mini One Stop Shop - VAT BE″

De betaling van de btw (bedoeld in de art. 58ter, § 5, derde lid en 58quater, § 5, vierde lid, WBTW), waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de elektronische kwartaalaangifte (bedoeld in de art. 58ter, § 5 en 58quater, § 5, WBTW) wordt gedaan op de postrekening BE78 6792 0036 2186 van “Mini One Stop Shop - VAT BE″. De belastingschuldigde voert de betaling op deze postrekening uit via een storting of overschrijving, met vermelding van de gestructureerde mededeling die de btw-administratie hem heeft bezorgd.

Betaling op de postrekening van ″VAT on E-Services″ (tijdelijke bepaling)

De betaling van de btw (bedoeld in art. 58bis, § 2, 5°, WBTW), waarvan de opeisbaarheid blijkt uit een aangifte bedoeld in artikel 58bis, § 2, 4°, van het Btw-wetboek, zoals deze bepalingen van toepassing zijn tot en met 31 december 2014, met betrekking tot een tijdvak voorafgaand aan 1 januari 2015, moet worden gedaan op de postrekening BE89 6792 0034 2685 van ″VAT on E-Services″.

Wanneer een aangifte bedoeld in artikel 58bis, § 2, 4°, van het BTW-wetboek wordt ingediend na 1 januari 2015 en betrekking heeft op een tijdvak dat deze datum voorafgaat, moet de betaling van de belasting worden gedaan op de in het eerste lid vermelde postrekening.

Wanneer verbeteringen moeten worden aangebracht aan een aangifte met betrekking tot een tijdvak voorafgaand aan 1 januari 2015, waardoor de belasting aan de Schatkist moet worden gestort, wordt de betaling eveneens gedaan op de postrekening BE89 6792 0034 2685 van ″VAT on E-Services″.

Proportionele fiscale geldboeten op het vlak van btw

Het KB van 5 juli 2015 voorziet een geldboete van 10% van de verschuldigde btw bij gehele of gedeeltelijke niet-betaling of niet-tijdige betaling van de btw waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de ingediende aangifte m.b.t. de Mini One Stop Shop (bedoeld in art. 58ter, § 5 en art. 58quater, § 5, WBTW), die nog verschuldigd blijft de tiende van de tweede maand die volgt op het kalenderkwartaal waarvoor de voormelde aangifte werd ingediend.

De inwerkingtreding van deze maatregel wordt later vastgelegd.

Niet-proportionele fiscale geldboeten op het vlak van btw

Het opschrift van rubriek II, van afdeling 1 van de bijlage bij het “KB nr. 44 van 9 juli 2012 tot vaststelling van het bedrag van de niet-proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de btw”, wordt vervangen als volgt: “Aangiften bedoeld in de artikelen 53ter, 1°, 58ter, § 5, eerste lid en 58quater, § 5, eerste lid, van het Wetboek en in artikel 18, § 7, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 1 en artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 14″.

Deze rubriek II. bevat onder meer de boetes voor:

  • het niet indienen van bovenstaande aangiften;
  • het laattijdig indienen van bovenstaande aangiften;
  • het niet naleven van de indieningsprocedure;
  • het niet gebruiken van het door de btw-administratie verstrekte betalingsformulier of van de door haar te kennis gebrachte gestructureerde mededeling.

De inwerkingtreding van deze maatregel moet ook nog vastgelegd worden.

In werking

Het KB van 5 juli 2015 treedt retroactief in werking vanaf 1 januari 2015. Dit met uitzondering van de artikelen 9 en 10 ((niet-)proportionele fiscale geldboeten op het vlak van btw).

Het KB van 5 juli 2015 zet artikel 5 van “richtlijn 2008/8/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot wijziging van richtlijn 2006/112/EG wat de plaats van een dienst betreft” gedeeltelijk om in Belgisch recht.

Bron:Koninklijk besluit van 5 juli 2015 tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 4, 24, 41 en 44 met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde, BS 10 juli 2015.
Zie ook:– Rectificatie van Richtlijn nr. 2008/8/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de plaats van een dienst, Pb.L. 5 april 2011, afl. 89, 26. – Richtlijn 2008/8/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot wijziging van richtlijn 2006/112/EG wat de plaats van een dienst betreft, Pb.L. 20 februari 2008, afl. 44, 11 - art. 5 – Richtlijn 2006/112/EEG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, Pb.L. 11 december 2006, afl. 347, 1 – 118; Err. Pb.L. 20 december 2007, afl. 335 (Coördinatie) (btw-richtlijn).– Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (Btw-wetboek) – art. 54, eerste lid, art. 58ter, § 8, art. 58quater, § 8, art. 70, § 4, eerste lid, art. 76, § 2 en art. 84, derde lid ln – Koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, BS 31 december 1992 (Btw-KB nr. 1) – art. 18, § 7 en art. 26bis– Koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde, BS 31 december 1992 (Btw-KB nr. 4) – art. 9 – Koninklijk besluit nr. 24 van 29 december 1992 met betrekking tot de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, BS 31 december 1992 (Btw-KB nr. 24) – afdeling 1, art. 13bis en art. 13ter– Koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, BS 7 februari 1987 (Btw-KB nr. 41) – Bijlage, Tabel G. – Koninklijk besluit nr. 44 van 9 juli 2012 tot vaststelling van het bedrag van de niet-proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, BS 17 juli 2012 (Btw-KB nr. 44) – Bijlage, Afdeling 1, rubriek II.

Christine Van Geel

Koninklijk besluit tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 4, 24, 41 en 44 met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde

Afkondigingsdatum : 05/07/2015
Publicatiedatum : 10/07/2015

Gepubliceerd op 14-07-2015

  206