Brussels kader voor terugvordering subsidies in domein werkgelegenheid en economie

Een Brusselse ordonnantie bevat een set met algemene regels voor de inhouding, de terugvordering en de niet-vereffening van subsidies op het vlak van werkgelegenheid en economie.

De bestaande regels vertonen een gebrek aan samenhang en dat remt de terugvordering af. Toch blijft de basisordonnantie van 23 februari 2006 algemeen van toepassing. Zo moet de begunstigde op basis van die regels de subsidies terugbetalen wanneer hij bijvoorbeeld de controle van de inspecteurs van financiƫn verhindert. Ook de verjaringstermijnen voor de terugbetaling van de onterechte subsidies blijven bestaan.

De nieuwe ordonnantie is eigenlijk een aanvulling, specifiek voor de economie- en werkgelegenheidssubsidies. Maar het verruimde algemeen kader verhindert niet dat elke ordonnantie afzonderlijk voorziet in specifieke voorwaarden. Denk bijvoorbeeld aan de wetgeving die de subsidies voor de sociale economie regelt, of de regels voor subsidies voor de buitenlandse handel.

We noteren dus bijkomende gevallen van terugbetaling. De subsidies worden dan teruggevorderd, of, in voorkomend geval, niet vereffend. Bijvoorbeeld: in geval van faillissement, ontbinding of vrijwillige of gerechtelijke vereffening van de begunstigde. Of in geval van overdracht van de activiteit waarvoor ze werden verleend, of bij een definitieve stopzetting van de gesubsidieerde activiteit. De Brusselse regering krijgt de bevoegdheid om de procedureregels verder uit te werken.

Daarnaast zorgt de nieuwe ordonnantie ervoor dat de overheid subsidies kan inhouden met het oog op de inning van de onbetaald gebleven gewestelijke administratieve geldboeten. Ze moeten opgelegd zijn aan de begunstigde van de subsidies, en ze moeten krachtens een bestuurlijke beslissing of wegens een in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissing definitief zijn geworden. Let wel, na een definitief geworden inhouding voor het volledige bedrag van de opgelegde administratieve geldboete, vervalt de mogelijkheid tot invordering van die boete.

De schuldvergelijking is een primeur, zo blijkt uit het verslag van de commissie voor de Economische Zaken. De schuldvergelijking tussen de subsidies en de boetes op het vlak van werkgelegenheid en economie is er op dit moment enkel voor de bedragen die Brussel Economie en Werkgelegenheid opeist voor de subsidies beheerd in dat domain. Later is een uitbreiding mogelijk tot een algemeen systeem op het niveau van het gewest.

De ordonnantie van 8 oktober 2015 wil het gewest de kans geven om geen subsidies meer te geven aan bedrijven die de andere regels met betrekking tot economie en werkgelegenheid niet naleven. Dankzij de zesde staatshervorming is een uitgebreide controle door de gewestelijke inspectie mogelijk. Het gaat hier om reglementaire subsidies, maar dezelfde principes zouden ook toegepast kunnen worden op de facultatieve subsidies die worden geregeld op basis van een overeenkomst.

Tot slot noteren we een reeks wijzigingsbepalingen. Op die manier last men in heel specifieke akten een verwijzing in naar de nieuwe ordonnantie van 8 oktober 2015. Zo zorgt een aanpassing van de generatiepactwet er bijvoorbeeld voor dat de bepalingen van de nieuwe ordonnantie van toepassing zijn op de stagebonus.

De Brusselse regering moet de datum van inwerkingtreding van de ordonnantie van 8 oktober 2015 nog vastleggen.

Bron:Ordonnantie van 8 oktober 2015 houdende algemene regels betreffende de inhouding, de terugvordering en de niet-vereffening van subsidies op het vlak van werkgelegenheid en economie, BS 13 oktober 2015
Zie ook: Organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, BS 23 maart 2006

Steven Bellemans

Ordonnantie houdende algemene regels betreffende de inhouding, de terugvordering en de niet-vereffening van subsidies op het vlak van werkgelegenheid en economie

Afkondigingsdatum : 08/10/2015
Publicatiedatum : 13/10/2015

Gepubliceerd op 14-10-2015

  109