Brussel werkt aan eigen regels voor toezicht en controle op werkgelegenheid

Een ordonnantie van 9 juli 2015 bundelt de ‘eerste maatregelen’ die in uitvoering van de zesde staatshervorming het toezicht en de controle op het vlak van de werkgelegenheid moeten regelen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Het is de bedoeling dat de gewestelijke administraties, Brussel Economie en Werkgelegenheid en Actiris hun nieuwe bevoegdheden kunnen uitoefenen. Denk bijvoorbeeld aan het activeringsbeleid en de regels voor dienstencheques. Maar de gewestelijke diensten kunnen pas optreden wanneer de regionale inspectiewetgeving is aangepast.

Die overdracht van federale bevoegdheden naar de gewestelijke inspectiediensten wordt nu geregeld in een nieuwe ordonnantie. Al blijkt uit de titel van de tekst al dat het hier slechts gaat over de ‘eerste verzoeken tot een mogelijke toekomstige hervorming’. Zonder een inbreuk te plegen op de federale bevoegdheden die het arbeidsrecht en het socialezekerheidsrecht regelen. Bijvoorbeeld: de federale inspecteurs blijven bevoegd voor de arbeidsovereenkomst inzake dienstencheques.

In de eerste plaats neemt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gewoon het controle- en sanctieapparaat van de federale Staat over: dezelfde bevoegdheden voor de eigen inspectiediensten, met daaraan gekoppeld dezelfde sancties. Enkel de ‘dragers’ van deze bevoegdheden veranderen. In de toelichting bij de nieuwe ordonnantie heeft men het over een ‘doorschuifoperatie’ van het federale Sociaal Strafwetboek naar de inspectieordonnantie en de geregionaliseerde wetteksten. Aan de inhoud wordt — vooralsnog — in wezen niet geraakt.

De ordonnantie van 9 juli 2015 bevat dus een resem van bevoegdheidsbepalingen. Bijvoorbeeld: het stelsel van het betaald educatief verlof werd geregionaliseerd, dus moet het toezicht op de naleving van de wettelijke voorwaarden volgen. Die bevoegdheid valt voortaan dan ook onder de toepassing van de inspectieordonnantie van 30 april 2009 en de controle de gewestelijke inspectiediensten.

Vooral de wijzigingen aan die ordonnantie van 30 april 2009 zijn belangrijk omdat die tekst het werkinstrument is voor de Brusselse ambtenaren die de nieuwe bevoegdheden uitoefenen. De memorie van toelichting stipt onder andere deze krachtlijnen aan:

1/ Een vlotte bevoegdheidsoverdracht zodat er geen onderbreking komt in het toezicht op de betreffende regels.

2/ De rechtsbasis voor de inspecties en controles van Actiris. De Brusselse arbeidsbemiddelaar krijgt een pak nieuwe bevoegdheden die voordien onderworpen waren aan het toezicht van federale diensten, zoals bijvoorbeeld de inspectie der sociale wetten.

De nieuwe ordonnantie geeft een overzicht van de rechten en plichten van de ambtenaren die het toezicht en de controle uitoefenen op de werkgelegenheidsreglementering die onder de bevoegdheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest valt.

Zoals aangeven, wordt de ‘vernieuwde’ inspectieordonnantie van 30 april 2009 het werkinstrument van Actiris. Die ordonnantie is overigens ook het werkinstrument van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel (GOB). Al naargelang het geval zal de Brusselse regering ambtenaren van de gewestelijke werkgelegenheidsinspectie bij de GOB of de inspectiediensten van Actiris met de toezichts- en controleopdrachten belasten.

Via een aanpassing van de ordonnantie van 18 januari 2001 houdende organisatie en werking van de Brusselse gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling, wordt de ordonnantie van 30 april 2009 toepasselijk gemaakt op het geheel van de tewerkstellingsprogramma’s en werkgelegenheidsmaatregelen die de openbare arbeidsbemiddelingsdienst beheert.

3/ Een nieuw ‘instrumentenkist’ voor de inspectiediensten. Men heeft het hier over ‘maatschappelijke en juridische ontwikkelingen en technologische vernieuwingen’. Het gaat om:

  • de rechten van de burger bij het verhoor door de werkgelegenheidsinspecteurs;
  • de toegang voor inspecteurs tot de bewoonde ruimten;
  • de vaststellingen door het maken van beeldmateriaal, en het gebruik ervan.

Er is ook sprake van twee categorieën van inspecteurs: de werkgelegenheidsinspecteurs in de klassieke zin van het woord, en andere ‘controleurs’ omdat er, zo blijkt uit de toelichting bij de nieuwe ordonnantie, geleidelijk aan ‘harde tot zachtere vormen van toezicht, inspectie, opsporing, controles en verificaties’ ontstaan zijn. Het gaat om een opdeling tussen:

  • gevallen waarin een strafvervolging of de oplegging van een administratieve geldboete mogelijk is, al dan niet naast andere handhavingsmaatregelen enerzijds; en
  • gevallen waarin dit niet mogelijk is bij een inbreuk, maar wel het stopzetten of het terugvorderen van subsidies, vergoedingen of toelagen, het schorsen en intrekken van erkenningen … De werkgelegenheidsinspecteurs en de controleurs kunnen controleren, maar de controleurs kunnen niet meer doen dan dat.

De ordonnantie van 9 juli 2015 treedt in werking op een datum die nog moet worden vastgelegd door de Brusselse regering.

Bron:Ordonnantie van 9 juli 2015 houdende de eerste maatregelen ter uitvoering en toepassing van de zesde Staatshervorming met betrekking tot het toezicht en de controle op het vlak van werkgelegenheid, BS 2 september 2015

Steven Bellemans

Ordonnantie houdende de eerste maatregelen ter uitvoering en toepassing van de zesde Staatshervorming met betrekking tot het toezicht en de controle op het vlak van werkgelegenheid

Afkondigingsdatum : 09/07/2015
Publicatiedatum : 02/09/2015

Gepubliceerd op 07-09-2015

  162