Brussel vereenvoudigt beroepsprocedure bij beroepskaarten voor buitenlandse zelfstandigen

De Brusselse overheid vereenvoudigt de beroepsprocedure bij intrekking of weigering van een beroepskaart voor buitenlandse zelfstandigen, en in geval van sancties. De administratie behandelt de aanvragen en afleveringen. Men kan beroep aantekenen bij de minister van Werkgelegenheid van het gewest.

Beroepskaarten

Bij de uitvoering van de zesde staatshervorming werd de bevoegdheid voor het uitreiken van beroepskaarten op 1 januari 2015 overgedragen naar de gewesten.

Nu worden de beroepsprocedures bij de weigering of intrekking van een beroepskaart voor buitenlandse zelfstandigen aangepast. Bedoeling is om de samenhang van de procedures te versterken. De procedures voor zelfstandigen worden namelijk afgestemd op de procedures die gelden bij arbeidsvergunningen voor werknemers in loondienst.

Dat blijkt ook uit het opschrift van de ordonnantie van 2 juli 2015 waarin expliciet verwezen wordt naar de beroepskaart voor buitenlandse zelfstandigen, ook al spreekt men in de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen over ‘buitenlandse arbeidskrachten’, en waarbij het ook over zelfstandigen gaat. Het gaat hier om een aanpassing van de wet op de beroepsactiviteit voor vreemdelingen.

Vereenvoudiging

De ordonnantie van 2 juli 2015 bepaalt dat de afgevaardigde ambtenaar die door de minister van Werkgelegenheid aangewezen is, oordeelt of de aanvraag om verkrijging, verlenging of hernieuwing van een beroepskaart voldoet aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden. Voordien was dat de minister van Middenstand. De administratie kan de beroepskaart ook intrekken.

De vreemdeling van wie de beroepskaart door de afgevaardigde ambtenaar geweigerd of ingetrokken wordt, kan bij de minister van Werkgelegenheid van het gewest beroep indienen. De betekening van de weigering of de intrekking vermeldt de mogelijke rechtsmiddelen, de bevoegde instanties die er kennis van nemen, en de te eerbiedigen vormvereisten en termijnen.

Dit betekent dat de bestaande procedure vereenvoudigd wordt. Want er is geen sprake meer van een adviesprocedure bij de Raad voor Economisch Onderzoek inzake Vreemdelingen. Die raad wordt afgeschaft en zijn adviesbevoegdheden bij de beroepsprocedures worden overgenomen door de bevoegde entiteit binnen de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel (GOB).

Dezelfde procedure

Uit de toelichting bij de ordonnantie blijkt dat de meerwaarde van de omslachtige bestaande beroepsprocedure ‘hoogst twijfelachtig is en het beslissingsproces aanzienlijk vertraagt’.

De regels voor het beroep tegen een beslissing van weigering of intrekking van een beroepskaart voor de buitenlandse zelfstandigen zullen voortaan dus dezelfde zijn als de regels voor de behandeling van beroep tegen een beslissing van weigering of intrekking van een arbeidsvergunning voor de tewerkstelling van buitenlandse werknemers in loondienst.

Maar de rechten van verdediging van de betrokkene blijven onverlet, zo blijkt uit de toelichting. Bij weigering of intrekking van het aangevraagde of verkregen officiële document kan de buitenlandse onderdaan immers zelf of via zijn vertegenwoordiger een georganiseerd administratief beroep indienen ter attentie van de minister.

Concreet: de administratie stelt de minister een met redenen omklede beslissing voor. Indien de minister de eerdere weigering of intrekking door de administratie handhaaft, wijst hij de betrokkene op de mogelijkheid om beroep in te dienen bij de Raad van State.

In de memorie van toelichting stipt men 3 voordelen aan:

  • een gelijkschakeling van de beroepsprocedures die beide door één dienst beheerd worden;
  • een procedure die meer gestroomlijnd verloopt omdat men niet meer hoeft te wachten op een zittingsdag om het beroep te behandelen;
  • een procedure die minder weegt op de openbare financiën omdat men niet werkt met een extern orgaan, en omdat er in de gewestelijke administratie geen griffie moet opgericht worden om de raad in zijn werkzaamheden bij te staan.

Procedureverloop

Indien de vreemdeling al in België verblijft, moet dit verblijf wettig zijn om het beroep te kunnen indienen.

Het wordt in elk geval ingesteld bij ter post aangetekende en ondertekende brief binnen 30 dagen na kennisgeving van de aangetekende brief waarbij de beslissing tot weigering of intrekking betekend wordt. De poststempel geldt als bewijs. De dag waarop de termijn verstrijkt, wordt in de termijn meegerekend. Indien deze dag echter op een zaterdag, een zondag of een feestdag valt, wordt hij naar de eerstvolgende werkdag verschoven. Het beroep moet met redenen omkleed zijn en opgesteld zijn in één van de 2 officiële talen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De procedurevoorschriften gelden op straffe van nietigheid.

Zolang de zaak bij de minister hangende is, wordt elke na instelling van het beroep ingediende aanvraag in verband met beroepskaarten voor dezelfde zelfstandige beroepsactiviteit, onontvankelijk verklaard. De Brusselse regering kan de regels van de beroepsprocedure verder bepalen.

Sancties

Het sanctiearsenaal wordt ook aangevuld. Er is sprake van hetzij een gevangenisstraf van 8 dagen tot 3 maanden en een strafrechtelijke geldboete van 26 tot 1.000 euro of een van die straffen alleen, hetzij een administratieve geldboete van 50 tot 500 euro.

Geviseerd zijn vreemdelingen die:

  • een zelfstandige activiteit uitoefenen zonder in het bezit te zijn van een beroepskaart;
  • een zelfstandige activiteit uitoefenen niettegenstaande de staking van de bedrijvigheid werd gelast of de sluiting van de geëxploiteerde zaak werd bevolen;
  • door het aanwenden van listige kunstgrepen een beroepskaart bedrieglijk verkrijgen;
  • wetens en willens onjuiste inlichtingen verstrekken of onjuiste documenten hebben bezorgd aan de ambtenaren en agenten belast met het toezicht.

Bij herhaling worden de strafrechtelijke sancties verdubbeld.

In werking

De ordonnantie van 2 juli 2015 treedt in werking op 20 juli 2015. Dat is 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Maar er is een overgangsregeling. De oude beroepsprocedure blijft gelden voor de beroepen tegen de weigering of de intrekking van de beroepskaart die nog niet afgehandeld zijn op 20 juli 2015. De minister van Werkgelegenheid van het gewest is wel de bevoegde minister voor de voortzetting en de afhandeling van de procedures. Dus niet langer de federale minister van Middenstand.

Bron:Ordonnantie van 2 juli 2015 tot harmonisering en vereenvoudiging van de regels inzake beroepsprocedures in geval van weigering of intrekking van een beroepskaart voor buitenlandse zelfstandigen en in geval van sancties, BS 10 juli 2015
Zie ook: Wet van 19 februari 1965 betreffende de uitoefening van de zelfstandige beroepsactiviteiten der vreemdelingen, BS 26 februari 1965 (Wet op de beroepsactiviteit voor vreemdelingen)

Steven Bellemans

Ordonnantie tot harmonisering en vereenvoudiging van de regels inzake beroepsprocedures in geval van weigering of intrekking van een beroepskaart voor buitenlandse zelfstandigen en in geval van sancties

Afkondigingsdatum : 02/07/2015
Publicatiedatum : 10/07/2015

Gepubliceerd op 15-07-2015

  197