Brussel stemt in met Europees Verdrag tegen huiselijk geweld

Europa streeft naar een Unie zonder huiselijk geweld, partnergeweld en geweld tegen vrouwen. Via het ‘Verdrag ter voorkoming en bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld van 11 mei 2011’ reikt de Raad van Europa de lidstaten een reeks uniforme, bindende normen aan ter preventie van deze misdrijven. Maar er is ook aandacht voor bescherming en ondersteuning van slachtoffers en de vervolging en bestraffing van de daders. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft op 19 maart ingestemd met het zogenaamde Verdrag van Istanbul.

Het onderschrijft daarmee de verdragsprincipes om

  • vrouwen te beschermen tegen alle vormen van geweld. Slachtoffers moeten toegang hebben tot basisvoorzieningen (informatie, juridische en psychologische begeleiding, financiële bijstand, huisvesting, onderwijs, opleiding, hulp bij werkgelegenheid, gezondheids- en sociale diensten), maar ook tot gespecialiseerde ondersteunende diensten (met inbegrip van veilige huisvesting, en telefonische hulplijnen die 24 uur per dag gratis bereikbaar zijn, de ondersteuning van individuele of collectieve klachten en de bescherming en ondersteuning van kinderen die getuige zijn van geweld. Er moet aandacht zijn voor de aangifte van de misdrijven en het beroepsgeheim in het belang van het slachtoffer;
  • geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld te voorkomen (onder meer door sensibilisering, onderwijs, opleiding van vakmensen, interventieprogramma’s,…), te vervolgen en te bestraffen (‘doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties’, zo nodig vrijheidsberoving en strafverzwarende omstandigheden (bijvoorbeeld wanneer het strafbare feit is gepleegd tegen een huidige of voormalige echtgenoot of partner, indien de overtreding wordt herhaald, en het strafbare feit is gepleegd tegen of in de aanwezigheid van een kind); het verbod op verplichte alternatieve procedures voor geschillenregeling;
  • bij te dragen tot het uitroeien van elke discriminatie tegen vrouwen en de gelijkheid tussen mannen vrouwen te bevorderen. Onder meer door de eigen kracht van vrouwen te versterken;
  • een kader uit te tekenen met beleidslijnen en maatregelen ter bescherming en ondersteuning van slachtoffers;
  • aandacht voor slachtoffers van wie de verblijfstitel afhangt van die van de gewelddadige partner;
  • internationale samenwerking te bevorderen; en
  • steun te bieden aan organisaties en wetshandhavende instanties om samen te werken aan een integrale aanpak van geweld.

De lidstaten moeten bij de uitvoering van de verdragsbepalingen speciale aandacht schenken aan vrouwen die het slachtoffer zijn van gendergerelateerd geweld.

Een ‘Groep van deskundigen inzake actie tegen geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld’ (Grevio) houdt toezicht op de uitvoering van dit Verdrag. Grevio is samengesteld uit onafhankelijke en hooggekwalificeerde deskundigen op het gebied van mensenrechten, gender-gelijkheid, geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, strafrecht, bijstand en bescherming van slachtoffers.

Het gaat om een gemengd verdrag dat zowel federale als gewestelijke bevoegdheden raakt. Voor de uitvoering ervan is dan ook een samenwerkingsakkoord nodig.

Het verdrag zal in werking treden zodra tien landen deze ratificeren. De instemmingsordonnantie van 19 maart 2015 treedt in werking op 3 april, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron:Ordonnantie van 19 maart 2015 houdende instemming met : het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming en bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, opgemaakt in Istanboel op 11 mei 2011, BS 24 maart 2015.
Zie ook Ontwerp van ordonnantie houdende instemming met : het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming en bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, opgemaakt in Istanboel op 11 mei 2011, Parl. Br, 7 januari 2015, nr. A-78/1.

Laure Lemmens

Ordonnantie houdende instemming met : het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming en bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, opgemaakt in Istanboel op 11 mei 2011

Afkondigingsdatum : 19/03/2015
Publicatiedatum : 24/03/2015

Gepubliceerd op 24-03-2015

  91