Brussel klaar met ‘Codex Fiscale Procedure'

Ordonnantie betreffende de Brusselse Codex Fiscale Procedure

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is klaar met een nieuwe ‘Codex Fiscale Procedure’.

De ‘ordonnantie van 6 maart 2019 betreffende de Brusselse Codex Fiscale Procedure’ verscheen in het Belgisch Staatsblad van 19 maart 2019.

Deze ordonnantie zet een nieuwe gestandaardiseerde fiscale procedure op voor alle belastingen die het Brussels Hoofdstedelijk Gewest int.
Ze optimaliseert onder meer de aangifte- en betaalmodaliteiten voor deze belastingen, de manier waarop deze belastingen worden gevestigd, de middelen voor de invordering van de verschuldigde bedragen en de rechtsmiddelen waarover de belastingplichtige beschikt bij betwisting.

Om een duidelijke lezing van de fiscale procedure te behouden, koos Brussel ervoor om een structuur te handhaven die vergelijkbaar is:
  • met die van het ‘Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 (WIB 1992), dat nog altijd de onroerende voorheffing regelt waarvan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de dienst sinds het aj. 2018 heeft overgenomen, en
  • met die van de ‘ordonnantie van 21 december 2012 tot vaststelling van de fiscale procedure in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest’.

Titel 1 ‘Algemene bepalingen’

De ‘Brusselse Codex Fiscale Procedure’ is van toepassing op:
  • de onroerende voorheffing, zoals voorzien in afdeling II van het eerste hoofdstuk van titel VI van het WIB 1992 zoals van toepassing in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  • de belasting op niet-residentiële oppervlakten, voorzien in de ‘ordonnantie van 23 juli 1992 betreffende de gewestbelasting ten laste van houders van een zakelijk recht op sommige onroerende goederen’;
  • de belasting op de bankinstellingen, bedoeld in hoofdstuk I van de ‘ordonnantie van 22 december 1994 betreffende de overname van de provinciale fiscaliteit’;
  • de belasting op de agentschappen voor weddenschappen, bedoeld in hoofdstuk II van de ‘ordonnantie van 22 december 1994 betreffende de overname van de provinciale fiscaliteit’;
  • de belasting op aanplakborden, bedoeld in hoofdstuk III van de ‘ordonnantie van 22 december 1994 betreffende de provinciale fiscaliteit’;
  • de belasting op verdeelapparaten van motorbrandstoffen, bedoeld in hoofdstuk IV van de ‘ordonnantie van 22 december 1994 betreffende de provinciale fiscaliteit’;
  • de belasting op de gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke inrichtingen, bedoeld in hoofdstuk V van de ‘ordonnantie van 22 december 1994 betreffende de provinciale fiscaliteit’;
  • de belasting op stapelplaatsen van schroot, bedoeld in hoofdstuk VII van de ‘ordonnantie van 22 december 1994 betreffende de provinciale fiscaliteit’.

De Brusselse Hoofdstedelijk Regering kan het toepassingsgebied van de nieuwe Codex uitbreiden naar andere belastingen waarvan de dienst wordt verzekerd door de gewestelijke fiscale administratie.

Deze titel bevat ook nog een definitie van een aantal belangrijke begrippen die in de ordonnantie van 6 maart 2019 aan bod komen.

Titel 2 ‘Fiscale procedure’

Deze titel regelt de fiscale procedure als dusdanig. Hij beschrijft de modaliteiten voor de aangifte, de vestiging, de betaling en de invordering van de belasting, evenals voor de bewijsmiddelen en onderzoeksbevoegdheden van de administratie.
Het is ook in deze titel dat men de betwistingsprocedures terugvindt die openstaan voor de belastingplichtige en de sancties die hij kan oplopen als hij de gewestelijke fiscale regels niet naleeft.

Titel 3 ‘Samenwerking tussen het Gewest en de gemeenten’

Deze titel regelt de samenwerking tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de gemeenten op het vlak van de gemeentelijke belastingen en de opcentiemen.

Titel 4 ‘Werking van de gewestelijke fiscale administratie’

Deze titel regelt de werking van de gewestelijke fiscale administratie met betrekking tot de wederzijdse bijstand tussen lidstaten inzake vordering, het elektronisch (dossier)beheer, het beroepsgeheim, de niet-fiscale invordering, de schuldvergelijking, en de bevoegdheid van de agenten van de gewestelijke fiscale administratie om in rechte te verschijnen.

Titel 5 ‘Wijzigingsbepalingen’

De artikelen in deze titel passen de verwijzingen in negen andere ordonnanties aan naar aanleiding van de nieuwe ‘Brusselse Codex Fiscale Procedure’.

Titel 6 ‘Opheffing, inwerkingtreding en overgangsmaatregelen’

De Brusselse Hoofdstedelijke Regering bepaalt de inwerkingtreding van de nieuwe ‘Brusselse Codex Fiscale Procedure’.

Enkele bepalingen ervan die betrekking hebben op de onroerende voorheffing voor het aanslagjaar 2018 treden in werking op 19 maart 2019.
Ook de bepalingen van Titel 4 ‘Werking van de gewestelijke fiscale administratie’ treedt op 19 maart 1992 in werking.

De ordonnantie van 6 maart 2019 bevat overgangsmaatregelen, maar ze heft ook enkele bepalingen op, waaronder:
  • Titel VII van het WIB 1992, zoals van toepassing op de onroerende voorheffing voor wat betreft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 144 van deze Codex;
  • de ‘ordonnantie van 21 december 2012 tot vaststelling van de fiscale procedure in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest’, laatst gewijzigd door de ‘ordonnantie van 23 december 2016.

Bron: Ordonnantie van 6 maart 2019 betreffende de Brusselse Codex Fiscale Procedure, BS 19 maart 2019.
Zie ook:
Ordonnantie van 21 december 2012 tot vaststelling van de fiscale procedure in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, BS 8 februari 2013.
– Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992, BS 30 juli 1992 (WIB 1992)
Christine Van Geel
Wolters Kluwer
  103