Boete voor niet-naleven voorrangsregels deeltijdse werknemers vanaf april 2020 effectief

Koninklijk besluit tot uitvoering van de bepalingen van de programmawet van 22 december 1989 die betrekking hebben op de voorrang voor deeltijdse werknemers om een vacante dienstbetrekking bij hun werkgever te verkrijgen

Vanaf april 2020 moeten werkgevers die de voorrangsregels voor deeltijdse werknemers niet respecteren een boete betalen. Het systeem kreeg al vorm met de Eindjaarsprogrammawet van 2017, maar het was wachten op meer details in verband met de betaling van de zogenaamde responsabiliseringsbijdrage. Nu dat KB er is, kan de RSZ starten met innen.

Voorrangsregeling deeltijdsers

Deeltijdse werknemers die bij hun werkgever schriftelijk een aanvraag indienen om een voltijdse betrekking te krijgen of een andere, al dan niet bijkomende, deeltijdse betrekking waardoor hij een langere wekelijkse arbeidsduur krijgt, moeten voorrang krijgen. Die regel staat al jaren in ons arbeidsrecht, maar zonder gevolgen voor werkgevers die de verplichting naast zich neer leggen.
De Eindejaarsprogrammawet van 2017 bracht daar verandering in. Werkgevers die de regel niet respecteren moeten in sommige gevallen ‘een boete’ betalen. Die responsabiliseringsbijdrage is alleen verschuldigd als de betrokken deeltijdser ‘een deeltijdse werknemer met behoud van rechten is die een inkomensgarantie-uitkering geniet’. In dat geval moet de werkgever 25 euro betalen per maand dat de voorrangsregel niet wordt gerespecteerd.
Het boetesysteem is van toepassing op arbeidsovereenkomsten die afgesloten worden sinds 1 januari 2018. Maar de RSZ zal de boete pas in 2020 effectief innen. Overtredende werkgevers zijn de bijdrage voor het eerst verschuldigd in het tweede kwartaal van 2020.
Maar het uitvoeringsbesluit bevat nog meer nieuwigheden.

Uitzonderingen

De voorrangsregeling is niet van toepassing op:
  • de werknemers die niet vallen onder het toepassingsgebied van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités
  • de uitzendkrachten tewerkgesteld door een uitzendbureau met een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid
  • de werknemers tewerkgesteld door een erkende werkgever met een arbeidsovereenkomst dienstencheques
  • de werknemers tewerkgesteld als gelegenheidswerknemers

Mededeling vacante betrekkingen

We wisten al dat wanneer de deeltijdse werknemer een aanvraag heeft ingediend, de werkgever hem schriftelijk elke vacante voltijdse of deeltijdse dienstbetrekking moet meedelen die dezelfde functie betreft als diegene de werknemer al uitoefent en waarvoor hij de vereiste kwalificaties bezit.
Het besluit voegt hier nu een aantal zaken aan toe:
  • meedelen is alleen verplicht als de vacante dienstbetrekking tot gevolg heeft dat de overeengekomen arbeidsregeling wordt verhoogd gedurende een ononderbroken periode van tenminste een maand of voor onbepaalde tijd, hetzij door een aanpassing van de bestaande arbeidsovereenkomst, hetzij door de vervanging van de bestaande arbeidsovereenkomst door een nieuwe arbeidsovereenkomst;
  • de werkgever moet de mededeling versturen binnen de maand na vacant verklaring van de betrekking (aangetekend schrijven, overhandiging met tekening voor ontvangt, digitaal met ontvangstbevestiging)
  • de werkgever moet strikte regels respecteren voor de opmaak van de mededeling.

Responsabiliseringsbijdrage

Er zijn ook meer details over de betaling van de responsabiliseringsbijdrage. Zo is de werkgever de bijdrage alleen verschuldigd in de maanden dat de deeltijdse werknemer een inkomensgarantie-uitkering ontvangt. En dat vanaf het kwartaal volgend op de vier kwartalen waarin ten minste één bijkomend uur beschikbaar was en aan geen enkele betrokken deeltijdse werknemer tewerkgesteld door de werkgever, bij voorrang het beschikbare bijkomende uur of de beschikbare bijkomende uren werden toegekend zodat zijn contractuele gemiddelde wekelijkse arbeidsduur niet is toegenomen.
In bepaalde gevallen moeten werkgevers gene boete betalen. Bijvoorbeeld als de werkgever kan aantonen dat de werknemer niet in aanmerking kwam voor de bijkomende uren omdat het niet om zelfde functie ging en hij niet de vereiste kwalificatie bezat.

RSZ

De RSZ is verantwoordelijk voor het innen van de bijdrage. Het krijgt er een reeks administratieve taken bij om die invordering goed te laten verlopen.

Uitwerking

Retroactief met ingang van 1 april 2019. De responsabiliseringsbijdrage is voor het eerst verschuldigd in het tweede kwartaal van 2020.
Bron: Koninklijk besluit van 2 mei 2019 tot uitvoering van de bepalingen van de programmawet van 22 december 1989 die betrekking hebben op de voorrang voor deeltijdse werknemers om een vacante dienstbetrekking bij hun werkgever te verkrijgen, BS 15 mei 2019.
Zie ook
Programmawet van 25 december 2017, BS 29 december 2017 ( art. 68 PW )
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  119