Bezitloos pandrecht uitgesteld

Het bezitloos pandrecht wordt uitgesteld. Tot ten laatste 1 januari 2017. Het uitstel is nodig omdat het nationaal pandregister nog niet operationeel is. En dat is nodig om het pandrecht tegenstelbaar te maken.

Uitstel tot 1 januari 2017

Normaal gezien zou de hervorming van het pandrecht op 1 december 2014 van start gaan. Het eenvormig pandrecht wordt nu uitgesteld tot 1 januari 2017. Dat is een uiterste datum. Bij KB kan een vroegere datum vastleggen.

Bezitloos pandrecht

Belangrijkste punt van de hervorming van het pandrecht is dat het pandrecht voortaan tot stand komt door een overeenkomst tussen pandgever en pandhouder. Wilsovereenstemming volstaat, een buitenbezitstelling is niet nodig. Is de pandgever een consument, dan is wel een geschrift nodig.

Het bezitloos pandrecht moet geregistreerd worden in een nationaal pandregister. Niet voor zijn bestaan, wel voor zijn tegenstelbaarheid aan derden. Het pandregister wordt bewaard bij de dienst Hypotheken van de algemene administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de FOD Financiën. Het register is een geïnformatiseerd systeem dat dient voor het invoeren en het raadplegen van pandrechten. 

Pandregister

Het is bij het pandregister dat het schoentje wringt. Het register is er nog niet. Men schat dat het pas operationeel zal zijn tegen 1 januari 2017.

De minister van Justitie voert aan dat de keuze om het pandregister te laten ontwikkelen door een externe leverancier voor vertraging heeft gezorgd. Het opstellen van de overheidsopdracht heeft langer geduurd dan gedacht. Dat komt omdat er bijzondere aandacht moest gaan naar de beveiliging én de continuïteit van de dienstverlening. En ook de screening van de potentiële kandidaten heeft veel tijd gevraagd.

Uitstel

Omdat het pandregister er nog niet is, wordt de ganse pandhervorming uitgesteld.

Voor een belangrijk deel van de pandrechten kan er – door het ontbreken van het pandregister – immers geen tegenstelbaarheid bekomen worden. Dat geldt bijvoorbeeld voor panden die gevestigd worden op een universaliteit van goederen, zoals handelszaken en landbouwexploitaties. Zij kunnen wegens hun aard immers niet in pand gegeven worden via de techniek van buitenbezitstelling. Iets wat wel kan voor roerende lichamelijke goederen en schuldvorderingen. Hun buitenbezitstelling maakt het pandrecht tegenwerpelijk aan derden.

De invoering van het eenvormig pandrecht heeft de specifieke regels over het pand op de handelszaak en de landbouwvoorrechten overbodig gemaakt. De hervormingswet heeft die regels dan ook afgeschaft. Wat betekent dat het dus niet meer mogelijk is om panden op de handelszaak te vestigen volgens de wet van 25 oktober 1919, noch hernieuwingen van bestaande pandinschrijvingen op de handelzaak te doen die op vervaldag komen. Hetzelfde geldt voor landbouwvoorrechten die gevestigd werden volgens de wet van 15 april 1884.

Om te vermijden dat er geen nieuwe panden op een handelzaak en landbouwvoorrechten meer kunnen gevestigd worden, of dat bestaande panden op een handelszaak en landbouwvoorrechten dreigen verloren te gaan of hun tegenstelbaarheid verliezen, wordt de afschaffing van deze specifieke regels ook uitgesteld tot uiterlijk 1 januari 2017. Om die manier ontstaat er geen rechtsvacuüm.

Inwerkingtreding

De wet van 26 november 2014 treedt in werking op 1 december 2014.

Bron:Wet van 26 november 2014 tot wijziging van de datum van inwerkingtreding van de wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft en tot opheffing van diverse bepalingen ter zake, BS 1 december 2014
Zie ook:Burgerlijk Wetboek, boek III, titel XVII

Ilse Vogelaere

Wet tot wijziging van de datum van inwerkingtreding van de wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft en tot opheffing van diverse bepalingen ter zake

Afkondigingsdatum : 26/11/2014
Publicatiedatum : 01/12/2014

Gepubliceerd op 04-12-2014

  102