Bewakingsagenten verdacht van misdrijf of gevaar voor openbare veiligheid voortaan preventief geschorst

Koninklijk besluit tot regeling van de procedure tot preventieve schorsing van het recht van een persoon om activiteiten uit te oefenen bedoeld in de wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid

Bewakingsagenten die verdacht worden van een misdrijf of die een gevaar vormen voor de openbare veiligheid kunnen voortaan preventief worden geschorst. Het is aan de minister van Binnenlandse Zaken om deze beslissing te nemen, weloverwogen en na het horen van de betrokkene. Maar bewakingsondernemingen en interne bewakingsdiensten zijn verplicht om de schorsing op te volgen en preventief een einde te maken aan alle taken die de betrokkene bij hen uitoefent. De procedure die een basis kreeg in de nieuwe Wet Private en Bijzondere Veiligheid van 2 oktober 2017 staat op punt.

De maatregel is volledig nieuw en ingevoerd uit veiligheidsoverwegingen. De vorige Bewakingswet van 1990 voorzag alleen in de mogelijkheid om erkenningen, vergunningen en identificatiekaarten in te trekken of tijdelijk te schorsen voor maximum 6 maanden. Een tijdelijke schorsing als sanctie werd echter nooit uitgesproken en de intrekkingsprocedures zorgden voor frustratie. Niet alleen omdat ze erg lang aansleepten, de betrokkene of de betrokken onderneming kon in afwachting van de uitkomst van het onderzoek en de daaropvolgende procedure gewoon verder functioneren in de private veiligheidssector. De wetgever heeft daarom gekozen voor een procedure die toelaat om in ernstige gevallen het recht om private bewakingsactiviteiten uit te oefenen, te schorsen in afwachting van het einde van het onderzoek.

Deze preventieve schorsing kan alleen worden opgelegd door de minister van Binnenlandse Zaken om redenen van openbare orde, veiligheid of het feit dat de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek.

De beslissing wordt ook niet zo maar genomen. De Directie Private Veiligheid van de FOD Binnenlandse Zaken zal de zaak grondig bestuderen. De betrokkene krijgt meermaals de kans om zich schriftelijk te verweren. Een eerste keer nadat hij de aangetekende zending heeft ontvangen waarin hem wordt duidelijk gemaakt dat men een preventieve schorsing overweegt en een tweede keer nadat er eventuele derden in de zaak zijn gehoord door de Directie Private Veiligheid. Na onderzoek van alle verweermiddelen wordt ook de betrokkene nog uitvoerig gehoord. Op basis van al deze informatie zal de minister dan een definitieve beslissing nemen. Maar eens een preventieve schorsingsmaatregel is opgelegd, moet de betrokkene zijn werkgever op de hoogte brengen. Die is verplicht om de schorsing op te volgen en preventief een einde te maken aan alle bewakingstaken van de betrokkene. De geschorste bewakingsagent moet op zijn beurt zijn identificatiekaart inleveren.

Let wel: in zeer uitzonderlijke gevallen van dringende noodzakelijkheid kan de minister de preventieve schorsing meteen opleggen, zonder eerst de hele procedure te volgen.

In werking: 26 januari 2019 (10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad)

Bron: Koninklijk besluit van 21 december 2018 tot regeling van de procedure tot preventieve schorsing van het recht van een persoon om activiteiten uit te oefenen bedoeld in de wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, BS 16 januari 2019.
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  275