Bevoegdheden inzake tuchtzaken gewijzigd bij FOD Binnenlandse Zaken

Sinds 1 oktober 2016 is de houder van de management- of staffunctie of de hoogste ambtenaar binnen elke directie of dienst van de FOD Binnenlandse Zaken, bevoegd om een ambtenaar te horen over feiten die hem ten laste worden gelegd, eventueel getuigen te horen, en om het dossier naar het directiecomité te sturen (tuchtprocedure art. 78, KB van 2 oktober 1937).

Dat heeft de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, Jan Jambon, vastgelegd in zijn besluit van 30 september 2016.

Verschillende taalrol

Indien de hiërarchische meerdere en de ambtenaar waartegen een tuchtprocedure wordt opgestart, niet van dezelfde taalrol zijn, wordt de volgende ambtenaar in de hiërarchische structuur en rangschikking binnen elke directie of dienst aangeduid. Er wordt in de hiërarchische structuur en rangschikking binnen elke directie of dienst afgedaald tot de bedoelde hiërarchische meerdere en de ambtenaar waartegen een tuchtprocedure wordt opgestart, van dezelfde taalrol zijn.

Indien blijkt dat de bevoegde hiërarchische meerdere van dezelfde taalrol lager staat in de hiërarchische structuur en rangschikking binnen elke directie of dienst dan de ambtenaar waartegen een tuchtprocedure wordt opgestart, dan wordt de functionele directeur van de ‘Stafdienst Personeel en Organisatie’ aangeduid als bevoegde hiërarchische meerdere.

Indien de functionele directeur en de ambtenaar waartegen een tuchtprocedure wordt opgestart niet van dezelfde taalrol zijn, wordt de jongste houder van een management- of staffunctie van dezelfde taalrol als bevoegde hiërarchische meerdere aangeduid.

Directiecomité FOD Binnenlandse Zaken

De voorzitster van het Directiecomité van de FOD Binnelandse Zaken, Isabelle Mazzara, heeft bovenstaande regeling ook vastgelegd in haar besluit van 30 september 2016.

Opheffing

Het MB van 30 september 2016 heft de artikelen 1, § 1, 6°, en 3 van het ‘MB van 7 december 2007 houdende delegatie van bevoegdheid en ondertekening alsook houdende aanduiding inzake sommige personeelsaangelegenheden’ volledig op.

In werking

Treden retroactief in werking op 1 oktober 2016:

  • het ‘MB van 30 september 2016 houdende aanduiding inzake tuchtzaken’, en
  • het ‘Besluit van de voorzitster van het directiecomité [van de FOD Binnenlandse Zaken] van 29 september 2016 houdende aanduiding inzake tuchtzaken’.

Bron:Ministerieel besluit van 30 september 2016 houdende aanduiding inzake tuchtzaken, BS 14 oktober 2016. Bron:Besluit van de voorzitster van het directiecomité van 29 september 2016 houdende aanduiding inzake tuchtzaken, BS 14 oktober 2016.
Zie ook:– Koninklijk besluit van 3 augustus 2016 tot wijziging van diverse tuchtrechtelijke bepalingen betreffende het Rijkspersoneel, BS 24 augustus 2016. – Koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel, BS 8 oktober 1937 (art. 78)

Christine Van Geel

Ministerieel besluit houdende aanduiding inzake tuchtzaken

Afkondigingsdatum : 30/09/2016
Publicatiedatum : 14/10/2016

Gepubliceerd op 18-10-2016

  167