Bevel tot betalen verkeersboete: meer duidelijkheid over termijnen afgifte en ontvangst

Wet tot wijziging van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer wat de verbeurdverklaring en immobilisering van voertuigen betreft

De wetgever schept meer duidelijkheid in de termijnen van afgifte en ontvangst die van toepassing zijn wanneer een ‘bevel tot betaling’ wordt opgestuurd naar een verkeersovertreder die zijn onmiddellijke inning niet heeft betaalt. Technische aanpassingen die evenwel van groot belang kunnen zijn voor eventuele beroepsschriften.

Ontvangst bevel tot betalen

Volgens de Wegverkeerswet wordt het bevel tot betalen geacht ontvangen te zijn ‘de derde werkdag na de dag van de afgifte van de aangetekende zending of gerechtsbrief per post’. In de praktijk wordt het echter steeds moeilijker om dat de datum van de dag van afgifte te bepalen doordat aangetekende zendingen niet meer altijd worden afgestempeld en gedateerd. En dat vormt een probleem omdat vanaf die datum de beroepstermijn begint te lopen. Omdat men van de griffies niet kan verwachten dat ze voor ieder binnenkomend verzoekschrift via het track-and-trace-systeem gaan verifiëren wat de datum van afgifte was, wordt een nieuwe regel ingevoerd. Voortaan wordt het bevel tot betalen geacht ontvangen te zijn ‘de tiende werkdag na de dagtekening’ ervan. Volgens de wetgever een voldoende ruime termijn om eventuele vertragingen bij het verzenden op te vangen. Men weet immers niet altijd zeker hoe lang een bevel tot betaling onderweg zal zijn.

Beroepstermijn

Hetzelfde probleem m.b.t. de beroepstermijn. Die bedraagt 30 dagen, maar ook hier zorgen niet afgestempelde en ongedateerde aangetekende brieven voor problemen. Daarom wordt de wet ook op dit punt aangepast. De aangetekende zending wordt voortaan geacht verzonden te zijn ‘de derde werkdag voor de ontvangst ervan op de griffie’.

Systeemnummer op beroepsschrift

Het beroep tegen het bevel tot betaling wordt ingesteld bij een verzoekschrift dat wordt neergelegd op de griffie van de bevoegde politierechtbank, via aangetekende zending of via elektronische post aan de griffie. Het verzoekschrift moet in principe het nummer van het proces-verbaal vermelden. Dat vormt in sommige gevallen een probleem. Op sommige documenten van de FOD Financiën zal dat nummer immers niet vermeld worden aangezien de FOD er geen beschikking over heeft. Wanneer het schrijven van de FOD het eerste document is dat de overtreder ontvangt, beschikt die dus niet over het nummer van het pv. Hij kan in dat geval dus geen beroepsschrift indienen. De Wegverkeerswet voorziet daarom dat voortaan het systeemnummer mag worden vermeld op het verzoekschrift tot instelling van beroep bij de politierechtbank.

In werking: 12 oktober 2018 (10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad)

Bron: Wet van 2 september 2018 tot wijziging van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer wat de verbeurdverklaring en immobilisering van voertuigen betreft, BS 2 oktober 2018 (art. 5) .
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  27