Beslag en overdracht: opschorting en verhoging van de beschermde gedeelten

Wet houdende diverse tijdelijke en structurele bepalingen inzake justitie in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19

Zoals elk jaar indexeert een koninklijk besluit de bedragen waarmee bij loonbeslag of overdracht van loon het beschermd gedeelte van het loon kan worden vastgesteld. Een week na deze indexering werd echter een wet gepubliceerd die beslagen en overdrachten tijdelijk blokkeert en de inbeslagnemingsdrempels tijdelijk verhoogt.

De crisis waartoe Covid-19 heeft geleid, heeft heel wat werknemers in financiële moeilijkheden gebracht en heeft de problemen voor mensen die al moeite hadden om de eindjes aan elkaar te knopen zeker nog vergroot. Daarom had de wetgever beslist om loonbeslag van 30 mei tot 17 juni 2020 op te schorten en de drempels voor loonbeslag en overdracht van loon van 20 juni tot 31 augustus 2020 te verhogen .(wet van 20 mei 2020, hoofdstuk 6, BS 29 mei 2020 Wegens het aanhouden van de pandemie achtte de wetgever het noodzakelijk om opnieuw een soortgelijke maatregel in te voeren en er een tijdelijke opschorting van de overdrachten van loon aan toe te voegen.

Tijdelijke schorsing van loonbeslag en loonoverdracht

Werknemers kunnen rekenen op een tijdelijke opschorting van:
  • uitvoerend beslag, ook voor al lopend beslag, behalve wanneer het betrekking heeft op andere onroerende goederen dan de woonplaats van de schuldenaar;
  • bewarend en uitvoerend beslag onder derden;
  • overdracht van loon.

Deze opschorting is echter niet van toepassing in de volgende gevallen:
  • wanneer de overdracht of het beslag het gevolg is van een vordering tot betaling van onderhoudsgeld;
  • wanneer de schuldenaar instemt met het beslag of de voortzetting van de gedwongen tenuitvoerlegging;
  • in het kader van de invordering van een geldsom in strafzaken;
  • in het kader van de invordering van alle sommen die verschuldigd zijn als belastingen, voorheffingen, taksen, rechten, verhogingen, administratieve en fiscale geldboeten, nalatigheidsinteresten en bijbehoren, ingevolge fiscale of sociale fraude;
  • op de fiscale kennisgevingen in het kader van het opstellen van akten die de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een voor hypotheek vatbaar goed tot voorwerp hebben.

Deze maatregel is op 24 december 2020 in werking getreden (dus voor elke betaling die vanaf 24 december 2020 wordt verricht) en is van toepassing tot 31 januari 2021.

Een koninklijk besluit zou deze datum echter kunnen verlengen.

Verhoging van de inbeslagnemingsdrempels

De op 1 januari 2020 tot 1.138 euro, 1.222 euro, 1.349 euro en 1.475 euro geïndexeerde bedragen worden op 24 december 2020 respectievelijk opgetrokken tot 1.366 euro, 1.467 euro, 1.619 euro en 1.770 euro.

Het bedrag van de vermeerdering voor kind ten laste wordt opgetrokken van 70 euro tot 84 euro per kind ten laste.

Inkomsten uit arbeid (of cumulatie inkomsten uit arbeid/vervangingsinkomsten)
Nettomaandloon
Voor overdracht/beslag vatbaar bedrag
Maximum
Tot 1 366 EUR
Niets
Van 1 366,01 EUR tot 1 467 EUR
20% van de som begrepen tussen deze twee bedragen
20,20 EUR
Van 1 467,01 EUR tot 1 619 EUR
30% van de som begrepen tussen deze twee bedragen
45,60 EUR
Van 1 619,01 EUR tot 1 770 EUR
40% van de som begrepen tussen deze twee bedragen
60,40 EUR
Meer dan 1 770 EUR
Alles is vatbaar
Onbeperkt

Het maximale beschermde gedeelte wordt dus opgetrokken van 1.369,70 euro in 2020 tot 1.643,80 euro.

Vervangingsinkomsten
Nettomaandloon
Voor overdracht/beslag vatbaar bedrag
Maximum
Tot 1.366 EUR
Niets
Van 1.366,01 EUR tot 1.467 EUR
20% van de som begrepen tussen deze twee bedragen
20,20 EUR
Van 1.467,01 EUR tot 1.770 EUR
40 % van de som begrepen tussen deze twee bedragen
121,20 EUR
Meer dan 1.770 EUR
Alles is vatbaar
Onbeperkt

Het maximale beschermde gedeelte wordt dus opgetrokken van 1.357 euro in 2020 tot 1.628,60 euro.

De verhoging van de drempels en van de vermeerdering voor kinderen ten laste is op 24 december 2020 in werking getreden (dus voor elke betaling die vanaf 24 december 2020 wordt verricht) en is van toepassing tot 31 maart 2021.

Een koninklijk besluit zou deze datum echter kunnen verlengen om rekening te houden met de duur van de maatregelen die worden aangenomen ter bestrijding van de Covid-19-pandemie.

Bijgevolg zullen de op 1 januari 2021 geïndexeerde bedragen op zijn vroegst op 1 april 2021 van toepassing zijn.

Voir aussi :
Myriam Dauphin
Wolters KLuwer
  90