Beroep van en publiek toezicht op bedrijfsrevisoren: wetgever schrapt zes ‘oude’ uitvoerings-KB’s

Koninklijk besluit tot opheffing van de koninklijke besluiten bedoeld in artikel 145, 1°, 2°, 4°, 7°, 8° en 12° van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren

De wetgever heft via het KB van 11 september 2020 zes ‘oude’ uitvoerings-KB’s op over het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren.

Ze worden opgeheven op 2 oktober 2020.

De “wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren” voorzag al in hun opheffing. Enkel hun opheffingsdatum moest nog bij KB vastgelegd worden.

Wet van 7 december 2016

De wet van 7 december 2016 heeft het beroep van de bedrijfsrevisoren grondig hervormd. Ze voerde ook nieuwe regels in voor het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren.
Daarmee vormde ze het sluitstuk van de ingrijpende audithervorming die Europa in 2014 lanceerde.

Deze wet trad op 31 december 2016 in werking.
Ze kwam in de plaats van de “wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en tot organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor”.

Opheffing zes uitvoerings-KB’s

De wet van 7 december 2016 somt twaalf ‘oude’ uitvoerings-KB’s (van de wet van 22 juli 1953) op waarvan de opheffingsdatum nog bij KB moest worden vastgelegd.

Het KB van 11 september 2020 heft vanaf 2 oktober 2020 alvast de volgende zes ‘oude’ uitvoerings-KB’s op die op dit lijstje staan:
  • het “KB van 10 januari 1994 betreffende de plichten van de bedrijfsrevisoren”;
  • het “KB van 21 april 2007 tot omzetting van bepalingen van de Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad, en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad”;
  • het “KB van 25 april 2007 tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen met het oog op het omzetten van bepalingen van de Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad, en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad”;
  • het “KB van 30 april 2007 houdende coördinatie van de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor en van het koninklijk besluit van 21 april 2007 tot omzetting van bepalingen van de Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad, houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad”;
  • het “KB van 30 april 2007 houdende benoeming van leden van de Tuchtcommissie bij het Instituut van de Bedrijfsrevisoren bedoeld in artikel 58 van de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en tot organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor”;
  • het “KB van 30 april 2007 houdende benoeming van leden van de Kamer van verwijzing en instaatstelling bedoeld in artikel 44, § 5, van de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en tot organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor”.

In werking

Het KB van 11 september 2020 treedt in werking op 2 oktober 2020.

Bron: Koninklijk besluit van 11 september 2020 tot opheffing van de koninklijke besluiten bedoeld in artikel 145, 1°, 2°, 4°, 7°, 8° en 12° van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, BS 22 september 2020.
Zie ook:
– Wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, BS 13 december 2016 (art. 145, 1°, 2°, 4°, 7°, 8° en 12°).
Christine Van Geel
Wolters Kluwer
  108