Bemiddelaar pakt loonkloof aan

Werkgevers met minstens 50 werknemers kunnen een personeelslid aanwijzen als ‘bemiddelaar in het kader van de bestrijding van de loonkloof tussen mannen en vrouwen’. Een uitvoeringsbesluit beschrijft hoe dat precies in zijn werk gaat.

Loonkloofwet

De loonkloofwet van 22 april 2012 bestrijdt de loonkloof tussen mannen en vrouwen. Ze is op 7 september 2012 in werking getreden. Dankzij die wet is de loonkloof een permanent thema geworden bij de sociale dialoog.

De wetgever voorziet in de mogelijkheid om op voorstel van de ondernemingsraad of de vakbondsafvaardiging een bemiddelaar aan te wijzen in ondernemingen die gewoonlijk gemiddeld minstens 50 werknemers tewerkstellen. Hij ondersteunt onder andere de opmaak van het actieplan en de voortgangsrapportage bij de bestrijding van de loonkloof tussen mannen en vrouwen. Een KB moest nog een en ander verder uitwerken, en dat is nu gebeurd.

De wetgever voorziet zelf ook al in de nodige waarborgen. Zo kan de bemiddelaar enkel handelen met het akkoord van het personeelslid dat beroep doet op zijn tussenkomst. Hij deelt in geen enkel geval de identiteit mee van het personeelslid in kwestie en hij waakt over het vertrouwelijk karakter van de gegevens die hij als bemiddelaar krijgt, ook na afloop van zijn opdracht. De bemiddelaar mag geen nadeel ondervinden van zijn opdracht.

Let op! De werkgever van iedere onderneming die gewoonlijk gemiddeld minstens 50 werknemers tewerkstelt, moet sowieso om de 2 jaar een gedetailleerde analyse van de bezoldigingsstructuur binnen zijn onderneming maken. Die moet het mogelijk maken om te bepalen of de onderneming een genderneutraal bezoldigingsbeleid voert. Indien dat niet het geval blijkt te zijn, moet men daartoe komen via overleg met de personeelsafvaardiging.

Taken

De bemiddelaar krijgt 4 taken:

1/ Hij adviseert de werkgevers en de werknemersafgevaardigden over de wenselijkheid van het opstellen van een actieplan voor een genderneutrale bezoldigingsstructuur binnen de onderneming. En hij adviseert hen bij het opstellen ervan.

2/ Hij adviseert de werkgever en werkt met hem samen bij het opstellen van de voortgangsrapportage over de uitvoering van het actieplan.

3/ Hij hoort de werknemer die meent het voorwerp te zijn van een ongelijke behandeling bij verloning op basis van geslacht. Hij informeert hem over de mogelijkheid om op informele wijze tot een oplossing te komen via een interventie bij het ondernemingshoofd of een lid van de hiërarchische lijn.

4/ Hij staat de werkgever bij bij de concretisering van de te volgen procedure in de onderneming.

Knowhow

De bemiddelaar beschikt over specifieke knowhow om het bezoldigingsbeleid te kunnen analyseren. Hij moet de niet-genderneutraal elementen kunnen achterhalen.

Dit impliceert:

  • algemene kennis van systemen van functiewaardering en functieclassificatie;
  • kennis van de praktijken bij het opstellen en uitvoeren van actieplannen rond genderneutrale bezoldiging;
  • het gebruik van de door het Instituut voor gelijkheid van vrouwen en mannen uitgewerkte ‘Checklist Seksneutraliteit bij functiewaardering en –classificatie’;
  • basiskennis van de organisatie en de werking van het sociaal overleg op ondernemingsniveau;
  • vaardigheden en technieken voor het voeren van bemiddelingsgesprekken en onderhandelingen.

De kosten van eventuele opleidingen én de verplaatsingskosten die hierop betrekking hebben, zijn ten laste van de werkgever. En de tijd die wordt besteed aan deze opleidingen, wordt betaald zoals arbeidstijd!

Deontologie

Het KB van 25 april 2014 formuleert 4 deontologische regels voor de bemiddelaar:

1/ Hij waakt erover op elk moment een onafhankelijke en onpartijdige houding aan te nemen.

2/ Hij is gehouden tot het beroepsgeheim. Hij beschermt de vertrouwelijkheid van zijn dossiers.

3/ Hij informeert de partijen over het vertrouwelijk karakter van de inlichtingen die hem werden overgemaakt, en bekomt vooraf hun akkoord.

4/ Hij is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens die hij in de hoedanigheid van bemiddelaar ontvangen heeft (bescherming van de persoonlijke levenssfeer).

Bemiddelingsprocedure

De bemiddelingsprocedure verloopt als volgt:

  • De werknemer die meent het voorwerp te zijn van een ongelijke behandeling bij verloning op basis van geslacht, kan zich richten tot de bemiddelaar.
  • De bemiddelaar hoort de werknemer binnen een termijn van 8 kalenderdagen na het eerste contact. Hij informeert hem over de mogelijkheid om op informele wijze tot een oplossing te komen via een interventie bij een lid van de hiërarchische lijn. Hij handelt enkel met het akkoord van de werknemer. Het bemiddelingsproces vereist het akkoord van beide partijen!
  • Het lid van de hiërarchische lijn informeert de bemiddelaar schriftelijk over de maatregelen die hij van plan is te nemen. En de bemiddelaar informeert de werknemer over die maatregelen.
  • Leidt de informele bemiddeling niet tot een bevredigend resultaat voor de werknemer, dan kan hij een klacht indienen.

De bemiddelaar stelt op vraag van de ondernemingsraad of de vakbondsafvaardiging een verslag op van zijn werkzaamheden. Dit bevat een overzicht van zijn activiteiten, vaststellingen en aanbevelingen, voor zover de anonimiteit van de betrokken werknemers daarbij kan worden gevrijwaard. De bemiddelaar is aanwezig bij het onderzoek van dit verslag.

Tot slot kunnen we er nog op wijzen dat de Nationale Arbeidsraad (NAR) geen eenparig advies heeft uitgebracht over deze materie. De werknemersorganisaties wilden van de bemiddelaar een ‘deskundige inzake genderneutraal bezoldigingsbeleid’ maken. Maar de werkgeversorganisaties hebben bijvoorbeeld hun bezorgdheid geuit over de nieuwe administratieve verplichtingen die ingreep met zich mee zal brengen.

In werking

Het KB van 25 april 2014 treedt in werking op 31 mei 2014. Dat is 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron:Koninklijk besluit van 25 april 2014 betreffende de bemiddelaar in het kader van de bestrijding van de loonkloof tussen mannen en vrouwen, BS 21 mei 2014
Zie ook: — Nationale Arbeidsraad, advies nr. 1.872 van 6 november 2013, “Ontwerp van koninklijk besluit betreffende de bemiddelaar in het kader van de bestrijding van de loonkloof tussen mannen en vrouwen” — Wet van 22 april 2012 ter bestrijding van de loonkloof tussen mannen en vrouwen, BS 28 augustus 2012— Artikel 13/2 van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen, BS 30 mei 2007

Steven Bellemans

Koninklijk besluit betreffende de bemiddelaar in het kader van de bestrijding van de loonkloof tussen mannen en vrouwen

Afkondigingsdatum : 25/04/2014
Publicatiedatum : 21/05/2014

Gepubliceerd op 22-05-2014

  136