Belgisch recht afgestemd op verdrag over maritieme arbeid (art. 55 – 76 relancewet)

Op 20 augustus 2014 treedt het verdrag betreffende maritieme arbeid in België in werking. De Belgische regelgeving wordt afgestemd op die nieuwe internationale verplichtingen.

Verdrag

Elk schip dat valt onder de wetgeving die dit verdrag van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) uitvoert, zal een maritiem arbeidscertificaat en een conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid moeten hebben. Dit impliceert een grondige inspectie van de arbeids- en levensomstandigheden aan boord.

Het certificaat wordt afgeleverd na een inspectie die gekoppeld is aan 14 inspectiedomeinen: de minimumleeftijd, het medisch getuigschrift, de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst, het beroep op elke particuliere aanwervings- of arbeidsbemiddelingsdienst, de arbeidsduur of de rusttijd, de bemanning van het schip, de huisvesting, de vrijetijdsruimtes aan boord, de voeding en catering, de gezondheid en de veiligheid en de ongevallenpreventie, de medische zorgen aan boord, de klachtenprocedure aan boord van schepen, en de betaling van de lonen.

Wet

De arbeidsovereenkomst voor zeevarenden maakt bijvoorbeeld deel uit van de te controleren documenten. Maar het verdrag over maritieme arbeid omschrijft een paar verplichtingen die nog niet opgenomen zijn in de wet van 3 juni 2007 houdende diverse arbeidsbepalingen. Het verdrag bevat immers een globaal controlesysteem. Met minimale eisen voor arbeidsomstandigheden, huisvesting, vrijetijdsruimtes … die men moet waarborgen voor zeelieden.

Vandaar dat de wetgever nu ingrijpt. Hij stemt de Belgische wetgeving af op de nieuwe internationale verplichtingen. Inspectiediensten in buitenlandse havens zouden Belgische schepen immers aan de ketting kunnen leggen als de IAO-voorschriften niet worden nageleefd. Het gaat hier om schepen met een bruto tonnenmaat van minimum 500 ton, die internationale reizen uitvoeren of opereren vanuit een haven, of tussen havens van een ander land.

Let op! De certificatiedocumenten zorgen voor een vermoeden van overeenstemming met de bepalingen van het verdrag over maritieme arbeid bij inspecties in buitenlandse havens.

Aanpassingen

De nieuwe wet zorgt onder andere voor volgende aanpassingen:

1/ Begrippen. De wet voorziet in een omschrijving van de begrippen ‘reder’ en ‘werkgever’, conform de definities van het verdrag. Het verdrag bepaalt dat er aan boord van een schip verschillende werkgevers kunnen zijn. In sommige gevallen zullen de reder en de werkgever dezelfde persoon zijn, en in andere gevallen niet. De definitie van het verdrag wordt ook opgenomen in de wet.

Enkel de reder zal de verantwoordelijkheid dragen in verband met het verdrag over maritieme arbeid. Vandaar dat hij de maritieme arbeidsovereenkomst moet ondertekenen.

2/ De ‘norm A2.1.2.’ van het verdrag. Deze norm bepaalt dat een kopie van cao’s aan boord beschikbaar moet zijn wanneer die overeenkomsten deel uitmaken van een arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst. Dit betekent onder andere dat er een verwijzing naar de betreffende cao in de overeenkomst moet zitten, en dat de betrokken bepalingen in het Engels moeten worden vertaald. De bepalingen van de op de zeeman toepasselijke cao’s moeten integraal deel uitmaken van de arbeidsovereenkomst.

3/ Aanwerving. De zeeman kan door de werkgever aangeworven worden. Een van de voorschriften uit het verdrag vereist dat de zeeman aan boord van het schip in het bezit is van een arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst, die ondertekend is door hemzelf én door de reder of zijn gemachtigde. Door de ondertekening aanvaardt de reder zijn de verantwoordelijkheden die voortvloeien uit het verdrag over maritieme arbeid.

4/ Baggerschepen. De wet van 3 juni 2007 wordt aangevuld met de mogelijkheid om een arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor onbepaalde duur te sluiten voor de dienst aan boord van baggerschepen. De wet van 3 juni 2007 blijft de toepasbare wet. De arbeidsovereenkomstenwet wordt alleen toegepast wanneer de wet van 2007 niet van toepassing is.

De onderwerping van baggersector kon volgens de Raad van State enkel bij wet geregeld worden, en niet bij collectieve arbeidsovereenkomst. Het verdrag vereist geen overheveling van de baggersector naar het paritair comité voor de koopvaardij. Het gaat hier om een principiële keuze die nog niet werd gemaakt.

In werking

Dit onderdeel van de ‘wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance’ treedt in werking op 1 juni 2014. Dat is 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron:Wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance, BS 22 mei 2014 (art. 55 – 76 van de relancewet) Bron:Zie ook: Verdrag betreffende maritieme arbeid, 2006, aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie in haar vierennegentigste zitting in Genève op 23 februari 2006 (IAO-verdrag maritieme arbeid, 2006)

Steven Bellemans

Wet houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance

Afkondigingsdatum : 15/05/2014
Publicatiedatum : 22/05/2014

Gepubliceerd op 23-05-2014

  171