België niet aantrekkelijk voor aasgierfondsen

De Belgische rechtbanken krijgen efficiëntere middelen om aasgierfondsen aan te pakken. Een uitvoerbare titel, een bewarende maatregel of een gedwongen uitvoering kunnen in ons land niet wanneer de gevorderde betaling het investeringsfonds een ongeoorloofd voordeel oplevert.

Aasgierfondsen

Aasgierfondsen zijn investeringsfondsen die systematisch schuldpapier opkopen van landen die in financiële moeilijkheden zitten. Niet tegen de nominale waarde, maar tegen een fractie daarvan. Later, wanneer de landen uit de financiële moeilijkheden zijn, stellen ze rechtsvorderingen in om die schuldpapieren terugbetaald te krijgen. Ze eisen dan wel het volledige nominale bedrag, eventueel verhoogd met achterstallige renten en boeten. Wat hen uiteraard enorme winsten kan opleveren aangezien ze zelf het schuldpapier voor een prikje hebben gekocht.

Aanpak

Onze wetgever zorgt er nu met twee nieuwe maatregelen voor dat aasgierfondsen in België weinig kunnen komen doen. En er komen een aantal objectieve criteria waarmee de rechtbank kan nagaan of ze te maken heeft met een aasgierfonds.

Beperkt tot betaalde prijs

De rechten van een schuldeiser die een lening of een schuld afkoopt van een staat worden beperkt tot de prijs die hij daarvoor zelf heeft betaald. Wat dus een heel stuk lager kan zijn dan de nominale waarde van de lening of schuld.

Die beperking geldt wel alleen maar wanneer die afkoop ingegeven is om een ongeoorloofd voordeel te krijgen.

Geen uitvoerbare titel, geen beslag

De mogelijkheden om in ons land de afgekochte schuld of lening terugbetaald te krijgen worden uiterst miniem. De nieuwe wet stelt dat de schuldeiser in ons land geen uitvoerbare titel kan krijgen. Bewarende maatregelen en maatregelen van gedwongen uitvoering kunnen in ons land evenmin. Ook hier telkens alleen maar wanneer de betaling de schuldeiser een ongeoorloofd voordeel oplevert.

Een buitenlands vonnis dat de vordering van een aasgierfonds bevestigt, zal in ons land dus nooit ten uitvoer kunnen gelegd worden.

Ongeoorloofd voordeel

Wanneer is er dan sprake van een ongeoorloofd voordeel, en kunnen de rechters er dus van uitgaan dat ze een aasgierfonds voor zich hebben ?

Een eerste voorwaarde – en die moet altijd vervuld zijn – is dat er een klaarblijkelijke wanverhouding bestaat tussen de afkoopwaarde van de lening of de schuld en de nominale waarde. Of tussen de afkoopwaarde en de bedragen die de schuldeiser eist.

Daarnaast zijn er nog een hele reeks aanvullende criteria die er kunnen op duiden dat de schuldeiser een ongeoorloofd voordeel nastreeft. Als aan minstens één van die bijkomende criteria is voldaan – naast uiteraard ook het hoofdcriterium – kan de rechter ervan uitgaan dat hij met een aasgierfonds te maken heeft. Er zijn zes van die criteria.

Als de staat met de schuld of de lening op het moment van de afkoop in bewezen of imminente staat van onvermogen of van staking van betaling is kan dit erop wijzen dat de schuldeiser op een ongeoorloofd voordeel uit was.

Is de schuldeiser gevestigd in een belastingparadijs dan is er heel wat onduidelijkheid omtrent zijn activiteiten. Ook dit kan een element zijn dat erop wijst dat men met een aasgierfonds te maken heeft.

Als de schuldeiser systematisch naar de rechter stapt om de afgekochte leningen terugbetaald te krijgen, kan dit ook op speculatie wijzen. Een onderzoek van de procedures die het investeringsfonds al eerder heeft aanhangig gemaakt – hetzij tegen de betrokken staat, hetzij tegen andere debiteurstaten – kan dus veel verduidelijken.

Een ander criterium is de weigering van de schuldeiser om mee te helpen aan de schuldherstructureringsmaatregelen die voor de debiteurstaat zijn uitgewerkt.

Ook wanneer de schuldeiser zijn machtspositie gebruikt om met de debiteurstaat een duidelijk onevenwichtige terugbetalingsovereenkomst te sluiten, kan dit erop wijzen dat hij uit is op een ongeoorloofd voordeel. Dat is ook het geval wanneer een volledige terugbetaling van de gevorderde bedragen een aantoonbaar ongunstige impact op de overheidsfinanciën van de betrokken staat zou hebben en de sociaaleconomische ontwikkeling van zijn bevolking in gevaar zou brengen.

Inwerkingtreding

De nieuwe wet van 12 juli 2015 treedt in werking op 21 september 2015. Let wel op: internationale verdragen, Europees recht en bilaterale verdragen hebben wel voorrang op onze Belgische regels.

Bron:Wet van 12 juli 2015 teneinde de activiteiten van de aasgierfondsen aan te pakken, BS 11 september 2015

Ilse Vogelaere

Wet teneinde de activiteiten van de aasgierfondsen aan te pakken

Afkondigingsdatum : 12/07/2015
Publicatiedatum : 11/09/2015

Gepubliceerd op 15-09-2015

  104