Belastingvermindering voor premies voor rechtsbijstandsverzekering vanaf aj. 2020

Wet tot het toegankelijker maken van de rechtsbijstandsverzekering

Een belastingplichtige kan voortaan een belastingvermindering krijgen voor de premies die hij tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk heeft betaald voor een rechtsbijstandsverzekering.

Hij moet de rechtsbijstandsverzekering individueel gesloten hebben bij een verzekeringsonderneming die gevestigd is in de EER en die voldoet aan alle voorwaarden die in hoofdstuk 2 staan van de ‘wet van 22 april 2019 tot het toegankelijker maken van de rechtsbijstandsverzekering’.

De belastingvermindering is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2020 op de premies die worden betaald vanaf 1 september 2019.

Bedrag belastingvermindering

De premies die de belastingplichtige voor de rechtsbijstandsverzekering betaalt, komen voor de belastingvermindering in aanmerking tot een bedrag van 195 euro per belastbaar tijdperk.
De belastingvermindering is gelijk aan 40% van het in aanmerking te nemen bedrag.
(nieuw art. 145(49), WIB 1992, ingevoerd door art. 15, wet van 22 april 2019).

De individueel gesloten verzekeringsovereenkomsten rechtsbijstand die lopen op 1 september 2019 en die, in voorkomend geval na wijziging, voldoen aan alle voorwaarden die in hoofdstuk 2 van de wet van 22 april 2019 staan, komen voor deze belastingvermindering in aanmerking.

Jaarlijks attest

De belastingvermindering wordt verleend op basis van een jaarlijks attest dat de verzekeraar uitreikt. Daarin wordt bevestigd dat de overeenkomst voldoet aan alle voorwaarden die in hoofdstuk 2 staan van de ‘wet van 22 april 2019 tot het toegankelijker maken van de rechtsbijstandsverzekering’.

De Koning bepaalt de vorm en de verdere inhoud van dit attest, samen met de termijn waarbinnen het moet worden afgeleverd.

Wanneer een verzekeringsonderneming een attest aflevert om de in artikel 145(49) van het WIB 1992 bedoelde belastingvermindering te bekomen, moet zij jaarlijks aan de belastingadministratie de gegevens meedelen met betrekking tot de verzekeringsovereenkomsten rechtsbijstand.

Belastingvermindering vervangt vrijstelling jaarlijkse taks

Deze nieuwe belastingvermindering komt in de plaats van een ander belastingvoordeel: een verzekeringsovereenkomst rechtsbijstand is niet meer vrijgesteld van de jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen (9,25%).

Deze vrijstelling geldt niet meer voor de premies die betaald worden vanaf 1 september 2019.

Beroepskost

Premies voor een rechtsbijstandsverzekering (als bedoeld in art. 145(49), § 1, WIB 1992) worden niet aangemerkt als beroepskosten
(nieuw punt 27°, art. 53, WIB 1992; ingevoegd door art. 13, wet van 22 april 2019).

Opheffing

Worden opgeheven:
  • artikel 176(2), 12°, van het Wetboek diverse rechten en taksen, en
  • het ‘KB van 15 januari 2007 tot vaststelling van de voorwaarden waaraan een verzekeringsovereenkomst rechtsbijstand moet voldoen om te worden vrijgesteld van de jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen bedoeld in artikel 173 van het Wetboek diverse rechten en taksen’.

In werking

De ‘wet van 22 april 2019 tot het toegankelijker maken van de rechtsbijstandsverzekering’ treedt in werking op 1 september 2019.

Bron: Wet van 22 april 2019 tot het toegankelijker maken van de rechtsbijstandsverzekering, BS 8 mei 2019 (art. 13 - art. 20 en art. 24 - art. 26).
Zie ook:
– Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992, BS 30 juli 1992 (WIB 1992) (art. 53, nieuw punt 27°, nieuw art. 145(49)).
– Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, BS 30 april 2014 (verzekeringswet) (art. 154).
– Wetboek diverse rechten en taksen van 2 maart 1927, BS 6 maart 1927 (WDRT) (art. 173, art. 175(1) en art. 176(2))
Christine Van Geel
Wolters Kluwer
  29