Belastingvermindering voor pensioenen: cumul overgangsuitkering met activiteitsinkomen (art. 43 en art. 68 WFDB)

Wanneer een ‘overgangsuitkering’ gecumuleerd wordt met een ‘activiteitsinkomen’, dan wordt dat activiteitsinkomen nu ook buiten beschouwing gelaten voor de proratisering van het basisbedrag van de belastingvermindering voor pensioenen (aanvulling art. 147, eerste lid, 2°, b), WIB 1992; art. 43, wet van 18 december 2015).

Diezelfde regeling gold al bij cumulatie van een ‘overlevingspensioen’ met een ‘activiteitsinkomen’ (art. 147, eerste lid, 2°, b), WIB 1992).

Sinds 1 januari 2015 hebben weduwen en weduwnaars die jonger zijn dan 45 jaar geen recht meer op een overlevingspensioen, maar wel op een overgangsuitkering. De leeftijd van 45 jaar wordt tegen 2025 gradueel opgetrokken tot 50 jaar à rato van 6 maanden per jaar. De overgangsuitkering vangt tijdelijk het financieel verlies op dat samenhangt met het overlijden van de partner. De uitkering is beperkt in de tijd en loopt 1 of 2 jaar, respectievelijk voor belastingplichtigen zonder kinderen ten laste en met kinderen ten laste. De overgangsuitkering is wel onbeperkt cumuleerbaar met een loon of een sociale uitkering.

In werking

Deze nieuwe regeling is van toepassing op de inkomsten die worden betaald of toegekend sinds 1 januari 2015.

Bron:Wet van 18 december 2015 houdende fiscale en diverse bepalingen, BS 28 december 2015; err. BS 14 januari 2016 (art. 43 en art. 68 WFDB)
Zie ook: Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) (art. 147, eerste lid, 2°, b))

Christine Van Geel

Wet houdende fiscale en diverse bepalingen

Afkondigingsdatum : 18/12/2015
Publicatiedatum : 28/12/2015

Gepubliceerd op 18-02-2016

  153