Belastingplichtige kan kiezen tussen onmiddellijke of gespreide betaling exittaks

De ‘wet van 1 december 2016 houdende fiscale bepalingen’ brengt de Belgische regels voor het invorderen van de exittaks in overeenstemming met de Europese rechtspraak. De belastingplichtige kan er voortaan voor kiezen om de exittaks ofwel onmiddellijk ofwel gespreid te betalen. De regels voor de vestiging van de exittaks wijzigen niet.

Keuze tussen onmiddellijke of gespreide betaling

De nieuwe regels hebben betrekking op de invordering van de exittaks op latente meerwaarden op activa die worden overgebracht naar het buitenland in het kader van een internationale herstructurering (zoals een fusie, een splitsing, een met fusie door overneming gelijkgestelde verrichting of een met een splitsing gelijkgestelde verrichting, in de zin van art. 211 van het WIB 1992), of de verplaatsing van de maatschappelijke zetel, de voornaamste inrichting of de zetel van bestuur of beheer van een binnenlandse vennootschap.

De belastingplichtige heeft voortaan de keuze tussen een onmiddellijke betaling of een gespreide betaling van de exittaks in maximum vijf annuïteiten. Dit op voorwaarde dat de betrokken activa “aangewend worden en behouden blijven op de maatschappelijke zetel, de voornaamste inrichting of de zetel van bestuur of beheer van de vennootschap of binnen een buitenlandse inrichting die gevestigd is in een andere EU-lidstaat of in een EER-lidstaat waarmee België een overeenkomst heeft die in wederzijdse invorderingsbijstand voorziet”.

De nieuwe regeling geldt ook voor de belasting op stopzettingsmeerwaarden (art. 28, eerste lid, 1° en art. 228, § 2, 5°, WIB 1992) op activa die een natuurlijk persoon realiseert ter gelegenheid van de inbreng van één of meer bedrijfsafdelingen of takken van werkzaamheid of van de algemeenheid van goederen in een vennootschap (art. 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 1992).Dit voor zover de ingebrachte goederen aangewend blijven op de maatschappelijke zetel van een intra-Europese vennootschap of binnen een buitenlandse inrichting van een intra-Europese vennootschap gevestigd in een andere EU-lidstaat of in een andere EER-lidstaat waarmee België een overeenkomst heeft die in wederzijdse invorderingsbijstand voorziet.

De gespreide betaling kan slechts worden toegepast op het ‘resterend verschuldigd gedeelte van de inkomstenbelastingen’.Dat komt overeen met de verschuldigde inkomstenbelastingen:

  • na belastingverhogingen (art. 444, WIB 1992) en aanvullende belastingen (art. 466, WIB 1992), en
  • na verwerking van de verrekenbare bestanddelen (onder meer de bonificatie, de voorafbetalingen, het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting, de roerende voorheffing, de bedrijfsvoorheffing, de (gewestelijke) belastingkredieten, enz.).

Betalingstermijn

Het ‘resterend verschuldigd gedeelte van de inkomstenbelastingen’ moet betaald worden binnen de twee maanden na de toezending van het aanslagbiljet in de vennootschapsbelasting.

De belastingplichtige kan kiezen om onmiddellijk het volledige bedrag van de exittaks te betalen, of om één vijfde van het totaalbedrag te betalen. Kiest hij voor een gespreide betaling, dan moet hij dit binnen de twee maanden vanaf de toezending van het aanslagbiljet in de vennootschapsbelasting via een specifiek formulier laten weten aan de bevoegde ontvanger.

Het saldo wordt voldaan in gelijke termijnen in de loop van de volgende vier jaren ten laatste op elke verjaardatum van de vervaldag van de eerste betaling. Het saldo van het gedeelte van de belasting kan op elk moment in één keer worden betaald.

Indien de belastingplichtige kiest voor de gespreide betaling, kan hij van geen enkele andere maatregel genieten die het uitstel van betalingen voor dit resterend verschuldigd gedeelte tot gevolg heeft.

Toch onmiddellijke betaling in sommige gevallen

Het saldo van het ‘resterend verschuldigd gedeelte van de inkomstenbelastingen’ moet, ten laatste betaald zijn op de laatste dag van de maand na deze waarin zich één van de volgende gevallen voordoet:

  • de overdracht van de maatschappelijke zetel, de voornaamste inrichting of de zetel van bestuur of beheer van de belastingplichtige naar een andere buitenlandse staat dan een EU-lidstaat of een EER-lidstaat waarmee België een overeenkomst heeft die in wederzijdse invorderingsbijstand voorziet;
  • de vervreemding van alle of een deel van de activa;
  • de overdracht van alle of een deel van de activa naar een andere buitenlandse staat dan een EU-lidstaat of een EER-lidstaat waarmee België een overeenkomst heeft die in wederzijdse invorderingsbijstand voorziet;
  • de ontbinding van de vennootschap, met uitsluiting van de ontbinding zonder vereffening in het kader van een verrichting onder een buitenlands recht gelijkaardig aan een fusie, een aan een fusie gelijkgestelde verrichting of een splitsing (art. 671 tot 677, W.Venn.), behalve indien de verrichting een overdracht (zie vorig puntje) tot gevolg heeft;
  • het overlijden van de verkrijger natuurlijke persoon;
  • de overdracht van de woonplaats van de verkrijger/natuurlijke persoon naar een andere buitenlandse staat dan een EU-lidstaat of een EER-lidstaat waarmee België een overeenkomst heeft die in wederzijdse invorderingsbijstand voorziet;
  • de opening van een insolventieprocedure tegen de verkrijger van de gespreide betaling;
  • het niet respecteren van één van de vervaldagen van de gespreide betaling;
  • het niet binnen de wettelijke termijnen toesturen van het ingevuld, gedagtekend, ondertekend en voor volledig en juist gewaarmerkt formulier;
  • het niet stellen van een waarborg ter uitvoering van de beslissing van de adviseur-generaal van de administratie belast met de inning en de invordering van de inkomstenbelastingen.

Formulier

De belastingplichtige die kiest voor de gespreide betaling, moet jaarlijks een specifiek formulier bezorgen aan de bevoegde ontvanger waarin hij bevestigt dat geen van bovenstaande gevallen zich heeft voorgedaan. Hij moet het ingevuld, gedagtekend, ondertekend en voor volledig en juist gewaarmerkt formulier elk jaar ten laatste op de vervaldag van de betalingstermijn opsturen naar de bevoegde ontvanger. Dient hij het formulier niet in, dan is hij het openstaande saldo onmiddellijk verschuldigd.

Borgstelling

De adviseur-generaal van de administratie belast met de inning en de invordering van de inkomstenbelastingen kan op elk moment, bij gemotiveerde beslissing, en dit op basis van het werkelijke risico van niet-invordering, de keuze voor gespreide betaling afhankelijk stellen van een zakelijke zekerheid of een persoonlijke borgstelling.

Gedeeltelijke omzetting richtlijn 2016/1164

De wet van 1 december 2016 zet ook een deel van ‘richtlijn (EU) nr. 2016/1164 van 12 juli 2016 van de Raad tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken die de werking van de interne markt’ om in Belgisch recht (art. 5, lid 2 tot en met lid 4).Artikel 5 voorziet er onder meer ook in dat de belastingplichtige de betaling van de exittaks kan uitstellen door het spreiden van de betaling over een periode van ten minste vijf jaar.

In werking

De nieuwe invorderingsregels zijn vanaf aanslagjaar 2017 van toepassing op de verrichtingen die worden gedaan vanaf 8 december 2016.

Ze gelden in de personenbelasting, de vennootschapsbelasting en de belasting der niet-inwoners.

Bron:Wet van 1 december 2016 houdende fiscale bepalingen, BS 8 december 2016 (art. 6 tot en met art. 11).
Zie ook:Richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad van 12 juli 2016 tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt’, Pb.L., 19 juli 2016, afl. 193, err. Pb.L., 31 augustus 2016, afl. 234 (anti-BEPS-richtlijn) (art. 5, lid 2 tot en met lid 4)

Christine Van Geel

Wet houdende fiscale bepalingen

Afkondigingsdatum : 01/12/2016
Publicatiedatum : 08/12/2016

Gepubliceerd op 16-12-2016

  122