Basisregistratie bij schuldbemiddeling beschrijft ook tendensen

Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het model van jaarverslag en het model van basisregistratie voor de erkende instellingen voor schuldbemiddeling

OCMW’s en CAW’s die erkend zijn als instelling voor schuldbemiddeling bezorgen elk jaar een verslag aan de Vlaamse administratie. In dat jaarverslag staan twee zaken: gegevens over de medewerkers en gegevens over de jaarlijkse basisregistratie, met een toelichting bij de cijfers. Een besluit van 15 januari 2018 dat nu pas gepubliceerd is in het Staatsblad, brengt enkele veranderingen aan het model van jaarverslag en het model van basisregistratie.

Medewerkers

Het jaarverslag vermeldt de identiteit en de kwalificatie van de medewerkers die instaan voor de schuldbemiddeling en het tewerkstellingsvolume (aantal VTE’s op 31 december van het laatste werkjaar). Het papieren modelverslag verdwijnt, de gegevens worden via een online-applicatie van het departement WVG geregistreerd.

Basisregistratie

Het ander deel van het jaarverslag wordt gevormd door de jaarlijkse basisregistratie. Belangrijke nieuwigheid in het model van basisregistratie is dat de instelling voortaan ook:
  • haar bereikbaarheid voor de burgers beschrijft en aangeeft hoeveel locaties of antennepunten ze binnen haar werkingsgebied heeft;
  • de tendensen in de profielen van de cliënten beschrijft (wijzigingen in het aantal cliënten met psychische problemen, niet-bemiddelbaren, tweeverdieners, zelfstandigen, jongeren...);
  • de tendensen in de schuldproblematiek aangeeft; en
  • de beleidssignalen omschrijft die uit die tendensen kunnen afgeleid worden.

Net als vroeger geeft de basisregistratie ook een overzicht van het aantal dossiers budget- en schuldhulpverlening die bij de instelling in behandeling zijn. Elk dossier wordt ondergebracht in één van de drie groepen:
  • groep 1: dossiers waarvoor het voorbije werkjaar geen procedure collectieve schuldenregeling liep;
  • groep 2: dossiers waarvoor een procedure collectieve schuldenregeling liep en waarbij de instelling optrad als schuldbemiddelaar; en
  • groep 3: dossiers waarvoor een procedure collectieve schuldenregeling liep en waarbij een externe schuldbemiddelaar is aangesteld.

In elk van die groepen zijn er verschillende rubrieken, zoals bijvoorbeeld schuldbemiddeling zonder andere hulpverleningsmodules, schuldbemiddeling in combinatie met budgetbegeleiding en/of budgetbeheer... Het dossier wordt – afhankelijk van de gegeven budget- of schuldhulpverlening – ondergebracht in één van die rubrieken.

Als de hoeveelheid dossiers in de derde groep per hulpvorm meer dan 30% verschilt in vergelijking met het vorige jaar, geeft de instelling per vorm een duiding met een verklaring voor dat verschil.

Inwerkingtreding

Het besluit van 15 januari 2018 treedt in werking op 17 mei 2019.

Bron: Ministerieel besluit van 15 januari 2018 betreffende de vaststelling van het model van jaarverslag en het model van basisregistratie voor de erkende instellingen voor schuldbemiddeling, BS 7 mei 2019
Zie ook:
Decreet van 24 juli 1996 houdende regeling tot erkenning en subsidiëring van de instellingen voor schuldbemiddeling
Besluit van de Vlaamse regering van 25 maart 1997 tot uitvoering van het decreet van 24 juli 1996 houdende regeling tot erkenning en subsidiëring van de instellingen voor schuldbemiddeling en tot subsidiëring van een Vlaams Centrum Schuldenlast
Ilse Vogelaere
  21