Arbeidsrechtbank bevoegd voor geschillen over aanvullende pensioenen

Een wet van 8 mei 2014 zorgt ervoor dat zo veel mogelijk geschillen over aanvullende sociale voordelen, en over aanvullende pensioenen in het bijzonder, bij de arbeidsrechtbank terechtkomen.

Versnipperd

Op dit moment is de bevoegdheid versnipperd. Maar het is de bedoeling dat de rechtspraak zich voortaan coherent kan ontwikkelen. Het is immers zeer onlogisch dat een verschillende rechtbank bijvoorbeeld bevoegd is naargelang de hoedanigheid van de verweerder of naargelang een aangeslotene een vordering instelt tegen een werkgever, of tegen een pensioeninstelling. Bovendien is een zekere specialisatie noodzakelijk. De arbeidsrechtbank is ook de normale rechtbank voor sociale geschillen, en aanvullende pensioenen zijn nauw verbonden met het arbeidsrecht. Voor zelfstandigen zijn er gelijkaardige argumenten.

Kortom, voor werknemers én zelfstandigen is de arbeidsrechtbank de meest geschikte gerechtelijke instantie om geschillen over aanvullende pensioenen te behandelen. Het is dus logisch om ook het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ) en de individuele en collectieve pensioentoezeggingen voor zelfstandige bedrijfsleiders onder de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank te brengen.

Arbeidsrechtbank

De arbeidsrechtbank is alleen bevoegd voor de geschillen die uitdrukkelijk aan haar zijn toegewezen door de wetgever. Het gaat om een vrij gedetailleerde opsomming in het Gerechtelijk Wetboek. Of een geschil behoort tot de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank, hangt af van het exacte voorwerp van het geschil en van de hoedanigheid van de betrokken partijen.

De wetgever vult die regeling nu aan. De opsomming in artikel 578 van het Gerechtelijk Wetboek wordt aangevuld en er komt een nieuw artikel 578bis. De memorie van toelichting omschrijft uitgebreid hoe de begrippen in de praktijk ingevuld worden.

De 3 nieuwe punten in de opsomming zorgen ervoor dat alle geschillen tussen een werknemer, een aangeslotene of een begunstigde enerzijds en een inrichter of een pensioeninstelling anderzijds over de materie van de aanvullende pensioenen, toevertrouwd worden aan de arbeidsgerechten. Het gaat om volgende bevoegdheden:

1/ De bevoegdheid om kennis te nemen van geschillen over aanvullende pensioenen die vallen onder de toepassing van de wet aanvullende pensioenen (WAP). Zo vallen onder andere geschillen over ondernemingspensioenstelsels of sectorale pensioenstelsels, over individuele pensioentoezeggingen, over de individuele verderzetting na uittreding, of over de aanvullende pensioenen in een onthaalstructuur onder de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank.

2/ De bevoegdheid om kennis te nemen van geschillen over aanvullende pensioenen voor werknemers die niet onder de wet aanvullende pensioenen (WAP) vallen. Denk bijvoorbeeld aan een aanvullend pensioen dat opgebouwd is vóór de inwerkingtreding van die wet. Het gaat om een residuaire bevoegdheid.

Geschillen tussen de werkgevers of inrichters en de pensioeninstellingen blijven, behalve voor wat betreft de regels van aanhangigheid en samenhang, buiten de bevoegdheid van de arbeidsgerechten. En de rechtbank van eerste aanleg blijft bijvoorbeeld bevoegd in het kader van een echtscheidingsprocedure.

3/ De bevoegdheid om kennis te nemen van alle geschillen tussen een werknemer of een begunstigde enerzijds en een werkgever of een verzekeringsonderneming, of een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening anderzijds over de materie van aanvullende socialezekerheidsvoordelen.

Zelfstandigen

Daarnaast wil de wetgever zo veel mogelijk geschillen met zelfstandigen over de materie van de aanvullende pensioenen toevertrouwen aan de arbeidsgerechten. Daartoe wordt een nieuw artikel 578bis in het Gerechtelijk Wetboek opgenomen:

1/ De arbeidsrechtbank wordt bevoegd voor geschillen over het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ) tussen de aangeslotene of zijn rechthebbende enerzijds en de pensioeninstelling anderzijds waarmee de pensioenovereenkomst is gesloten.

2/ De arbeidsrechtbank wordt bevoegd voor geschillen over pensioenovereenkomsten. Hier verwijst de wetgever naar artikel 54, §1 van de ziekteverzekeringswet van 14 juli 1994.

3/ De arbeidsrechtbank wordt bevoegd voor geschillen over aanvullende pensioenen die vallen onder de ‘WAP bedrijfsleider’. Die rechtbank is dus ook bevoegd voor geschillen over de individuele pensioentoezeggingen en de pensioenstelsels voor bedrijfsleiders. Op grond hiervan kan een bedrijfsleider, een aangeslotene of een begunstigde voor de arbeidsrechtbank een vordering instellen tegen de inrichter of tegen de pensioeninstelling.

4/ De arbeidsrechtbank wordt bevoegd voor geschillen over aanvullende pensioen voor bedrijfsleiders die niet onder de ‘WAP bedrijfsleider’ vallen.

Geschillen tussen de rechtspersoon die een aanvullend pensioen aanbiedt aan bedrijfsleiders en de pensioeninstelling die aan dit aanvullend pensioen uitvoering geeft, blijven - behalve voor wat betreft de regels van aanhangigheid en samenhang - buiten de bevoegdheid van de arbeidsgerechten. Voorts blijft bijvoorbeeld de rechtbank van eerste aanleg bevoegd bij een echtscheidingsprocedure.

5/ De arbeidsrechtbank wordt bevoegd voor alle geschillen tussen een bedrijfsleider, een aangeslotene of een begunstigde enerzijds en een werkgever of een verzekeringsonderneming of een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening anderzijds over de materie van aanvullende socialezekerheidsvoordelen. Het gaat hier ook om de overeenkomsten die betrekking hebben op andere sociale voordelen dan aanvullende pensioenen.

De nieuwe wet zorgt er ook voor dat de hierboven vermelde geschillen behandeld zullen worden door een zelfstandigenkamer. Dit is een kamer die bestaat uit een beroepsmagistraat-voorzitter en twee rechters in sociale zaken die benoemd zijn als zelfstandigen. Als de arbeidsrechtbank bij de beslechting van zo’n geschil niet alleen de sociale regelgeving inzake aanvullende pensioenen, maar ook de prudentiële regelgeving moet toepassen, kan de arbeidsrechtbank zich niet op deze prudentiële regelgeving beroepen om haar bevoegdheid af te wijzen.

In werking

De nieuwe regels treden in werking op 1 september 2014. Die datum komt overeen met het begin van het volgende gerechtelijk jaar.

Bron:Wet van 8 mei 2014 betreffende de aanvullende pensioenen, andere aanvullingen van de voordelen toegekend voor de verschillende takken van de sociale zekerheid en de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank, BS 2 juni 2014
Zie ook: Wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, BS 15 mei 2003 (Wet aanvullende pensioenen, WAP)

Steven Bellemans

Wet betreffende de aanvullende pensioenen, andere aanvullingen van de voordelen toegekend voor de verschillende takken van de sociale zekerheid en de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank

Afkondigingsdatum : 08/05/2014
Publicatiedatum : 02/06/2014

Gepubliceerd op 04-06-2014

  396