Arbeidsovereenkomstenwet voor binnenschippers verdwijnt uit vakantieregels

De specifieke arbeidsovereenkomstenwet voor binnenschippers werd opgeheven op 11 augustus 2013. Nu worden de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten op de jaarlijkse vakantie afgestemd op die wijziging.

Dit betekent dat alle verwijzingen naar de opgeheven wet van 1 april 1936 worden geschrapt in het uitvoerings-KB van 30 maart 1967. Logischerwijs gebeurt dat met ingang van 11 augustus 2013. De Nationale Arbeidsraad (NAR) heeft het over een ‘louter formalistische aangelegenheid’.

Specifieke arbeidsovereenkomstenwet

De individuele arbeidsverhoudingen in de sector van de binnenscheepvaart werden geregeld door een specifieke wet op de arbeidsovereenkomsten wegens dienst op binnenschepen. Maar die wet werd met ingang van 11 augustus 2013 opgeheven omdat de verouderde regels niet meer strookten met de hedendaagse werksituatie aan boord.

Dit betekent dat sindsdien de ‘gewone’ arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 van toepassing is op alle lopende en toekomstige arbeidsovereenkomsten in de sector van de binnenscheepvaart. Men heeft het over ‘arbeidsovereenkomsten wegens dienst op binnenschepen’.

Afgifte van een geschrift

Op vraag van de sector werd één specifieke bepaling opgenomen in de arbeidsovereenkomstenwet.

De wetgever voorziet in de mogelijkheid om – in afwijking op de algemene regel - een opzegging die uitgaat van de werkgever ter kennis te brengen van de werknemer door middel van de afgifte van een geschrift. De handtekening van de werknemer op het duplicaat van dit geschrift geldt enkel als bericht van ontvangst van de kennisgeving. Bij een opzegging die uitgaat van de werkgever kan de kennisgeving normaal enkel gebeuren met een aangetekende brief of bij deurwaardersexploot.

De specifieke regel voor ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de binnenscheepvaart (PC 139) vallen, wordt ingeschreven in de bepaling uit de arbeidsovereenkomstenwet die op straffe van nietigheid de vormvoorwaarden vastlegt waaraan partijen moeten voldoen wanneer ze eenzijdig de arbeidsovereenkomst opzeggen.

In de binnenscheepvaart is het gebruikelijk dat de werknemers zich voor langere tijd aan boord van een binnenschip bevinden, vaak zelfs in het buitenland. De werknemer kan dus problemen hebben om kennis te nemen van een opzegging die hem aangetekend wordt toegestuurd op zijn thuisadres. Vandaar dat het Paritair Comité voor de binnenscheepvaart een uitzondering vroeg.

Bron:Koninklijk besluit van 12 oktober 2015 tot wijziging van artikelen 16, 18, 41 en 43 van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, BS 21 oktober 2015
Zie ook: — Koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, BS 6 april 1967 — Wet van 1 april 1936 op de arbeidsovereenkomst wegens dienst op binnenschepen, BS 16 april 1936 (arbeidsovereenkomstenwet voor binnenschippers , opgeheven) — Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, BS 22 augustus 1978 (art. 37, § 1 van de arbeidsovereenkomstenwet) — Wet houdende diverse bepalingen van 30 juli 2013, BS 1 augustus 2013 (art. 5-6 DB )

Steven Bellemans

Koninklijk besluit tot wijziging van artikelen 16, 18, 41 en 43 van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers

Afkondigingsdatum : 12/10/2015
Publicatiedatum : 21/10/2015

Gepubliceerd op 21-10-2015

  227