Antiwitwaswet: lagere drempels voor cliëntenidentificatie bij aankoop prepaidbetaalkaarten (Div. Bep. Antiwitwas, art. 42)

Wet houdende diverse bepalingen tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten

De wetgever verlaagt de drempels waarbij uitgevers van elektronisch geld vrijgesteld worden van de identificatie en verificatie van hun cliënten die prepaidbetaalkaarten aankopen, van 250 euro naar 150 euro per maand.

Ook het bedrag waarboven de terugbetaling of opneming in contanten van de monetaire waarde van elektronisch geld de identificatie en identiteitsverificatie van de betrokken persoon vereist, wordt verlaagd van 100 tot 50 euro. En deze verplichting tot identificatie en identiteitsverificatie geldt nu ook voor betalingstransacties op afstand, indien het om een bedrag van meer dan 50 euro per transactie gaat.

Vrijstelling van identificatie en verificatie voor…

Vanaf 15 augustus 2020 kunnen de uitgevers van elektronisch geld, op basis van een passende beoordeling van het WG/FT-risico, die een laag risico aantoont, vrijgesteld worden van de identificatie en verificatie van hun cliënten, indien de volgende risicobeperkende voorwaarden vervuld zijn (wijziging art. 25, antiwitwaswet; art. 42, wet van 20 juli 2020):
  • het betalingsinstrument kan niet heropgeladen worden, of kan enkel worden gebruikt in België voor het uitvoeren van betalingen waarvoor een maximale maandelijkse limiet van 150 euro (voordien 250 euro) geldt;
  • het elektronisch opgeslagen bedrag bedraagt niet meer dan 150 euro (voordien 250 euro);
  • het betalingsinstrument wordt uitsluitend gebruikt voor de aankoop van goederen of diensten;
  • op het betalingsinstrument kan geen bedrag worden bijgeschreven met anoniem elektronisch geld;
  • de betrokken uitgever van elektronisch geld voert een monitoring van de verrichtingen of de zakelijke relatie uit die toereikend is voor het opsporen van ongebruikelijke of verdachte verrichtingen.

Verplichte identificatie en identiteitsverificatie voor…

De uitgever van elektronisch geld identificeert en verifieert de identiteit nog wel van elke persoon:
  • aan wie hij de monetaire waarde van het elektronisch geld terugbetaalt in contanten, indien het om een bedrag van meer dan 50 euro (voordien 100 euro) gaat;
  • die de monetaire waarde van het elektronisch geld opneemt in contanten, indien het om een bedrag van meer dan 50 euro (voordien 100 euro) gaat; of
  • die betalingstransacties op afstand uitvoert (in de zin van art. 2, 23° van de wet van 11 maart 2018), indien het om een bedrag van meer dan 50 euro per transactie gaat.

In werking

Deze nieuwe maatregelen treden in werking vanaf 15 augustus 2020.

Bron: Wet van 20 juli 2020 houdende diverse bepalingen tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, BS 5 augustus 2020 (Div.Bep. Antiwitwaswet) (art. 42)
Zie ook:
Wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, BS 6 oktober 2017 (antiwitwaswet) (art. 25).
Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU, PB.L. 156, 19 juni 2018 (5de antiwitwasrichtlijn)
Christine Van Geel
Wolters Kluwer
  296