Afwijking op nieuwe regels ‘recht op onderbrekingsuitkering’ bij tijdskrediet eindeloopbaan

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 december 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking

Sinds 1 januari 2019 is het recht op uitkeringen in het kader van tijdskrediet eindeloopbaan voor iedereen op 60 jaar gebracht. Er zijn geen uitzonderingen meer mogelijk op basis van nationale of sectorcao’s. Maar de federale regering komt wel over de brug met een afwijking voor oudere werknemers die al onderbrekingsuitkeringen genoten vóór de grote hervorming op 1 januari 2015, maar waarvan de uitkering tijdelijk werd onderbroken, en die nu een nieuwe aanvraag indienen.

Meer concreet zijn de oude regels m.b.t. de uitkering van de onderbrekingsuitkering (‘Hoofdstuk III: Bedrag van de uitkeringen’ van het KB van 12 december 2001 zoals het van toepassing was vóór 1 januari 2015) opnieuw van toepassing op de werknemers die (in toepassing van artikel 6 van het KB van 12 december 2001 zoals het gold op 31 december 2014) al onderbrekingsuitkeringen genoten vóór 1 januari 2015 als deze werknemers een nieuwe aanvraag indienen en
  • het genot van onderbrekingsuitkeringen tijdelijk werd onderbroken omwille van een vermindering van de arbeidsprestaties groter dan deze genoten vóór 1 januari 2015 of van een ‘schorsing van de arbeidsprestaties voor de specifieke vormen’. Onder dit laatste vallen de volledige en gedeeltelijke loopbaanonderbreking in het kader van palliatieve zorgen, bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid en ouderschapsverlof;
  • de nieuwe aanvraag heeft betrekking op dezelfde vermindering van arbeidsprestaties als deze genoten vóór 1 januari 2015.

In werking: 1 april 2019.

Bron: Koninklijk besluit van 15 februari 2019 tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 december 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, BS 1 april 2019.
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  69