Afschaffing van bekkenbeheerplannen heeft impact op stedenbouwkundige vergunning en melding

Eind 2013 besliste de Vlaamse overheid om de bekkenbeheerplannen voor de 11 waterbekkens en de deelbekkenbeheerplannen voor de 103 deelbekkens van Schelde en Maas af te schaffen en alle informatie te bundelen in de 2 overkoepelende stroomgebiedbeheerplannen. Maar die beslissing blijkt ook een impact te hebben op het soort werken en handelingen waarvoor er een stedenbouwkundige vergunning moet worden aangevraagd, of een stedenbouwkundige melding moet worden gedaan…

Geen vrijstelling van vergunning in ‘oeverzone’

In principe is voor het uitvoeren van stedenbouwkundige werken of handelingen een stedenbouwkundige vergunning nodig, maar de Vlaamse regering somt in een besluit van 16 juli 2010 bepaalde handelingen op waarvoor er geen vergunning vereist is. Zij zegt er echter wel bij dat die vrijstelling niet geldt als de ‘vrijgestelde handelingen’ verricht worden in een oeverzone die afgebakend werd in een bekkenbeheerplan of deelbekkenbeheerplan, of in een strook van 5 meter breed langs een ingedeelde onbevaarbare of bevaarbare waterloop.

Maar omdat er niet langer bekkenbeheerplannen of deelbekkenbeheerplannen worden opgemaakt, worden er ook geen oeverzones meer afgebakend. In een wijzigingsbesluit van 27 februari 2015 bepaalt de Vlaamse regering dan ook dat er voor de omvang van een oeverzone voortaan gekeken moet worden naar wat er in het Decreet op het Integraal Waterbeleid (DIWB) staat over het begrip ‘oeverzone’.

En dat is: “een oeverzone is een strook land, vanaf de bodem van de bedding van het oppervlaktewaterlichaam, die een functie vervult inzake de natuurlijke werking van watersystemen of het natuurbehoud of inzake de bescherming tegen erosie of inspoeling van sedimenten, pesticiden of meststoffen”. Hoe ver die ‘functie van natuurlijke werking en bescherming’ reikt, zegt het decreet niet…

Geen stedenbouwkundige melding in ‘oeverzone’

In een tweede besluit van 16 juli 2010 somt de Vlaamse regering ook bepaalde handelingen op waarvoor een stedenbouwkundige melding volstaat. Maar ook meldingsplichtige handelingen mogen niet plaatsvinden in oeverzones, zoals die werden afgebakend in de bekkenbeheerplannen of deelbekkenbeheerplannen. Voor handelingen in oeverzones is dus altijd een stedenbouwkundige vergunning vereist.

En ook in dat regime wordt er vanaf nu verwezen naar het DIWB om de omvang van een oeverzone te kennen.

Afwijking voor bepaalde werken van algemeen belang geschrapt

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening laat toe dat een vergunning voor “handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben of die als dergelijke handelingen beschouwd kunnen worden” afwijkt van de bestaande stedenbouwkundige en verkavelingsvoorschriften. Dergelijke vergunningsaanvragen kunnen, omwille van hun beperkte impact, ook altijd afgehandeld worden volgens de reguliere procedure; er moet dus nooit een beroep worden gedaan op de omslachtiger bijzondere procedure.

In een uitvoeringsbesluit van 5 mei 2000 wijst de Vlaamse regering de handelingen aan die beschouwd kunnen worden als handelingen van algemeen belang met een beperkte impact. Daartoe behoren ook de handelingen die in een vastgesteld bekkenbeheerplan aangewezen werden als ‘handelingen van algemeen belang’. In bepaalde gevallen gold als bijkomende voorwaarde dat de handelingen betrekking moesten hebben op een grondoppervlakte van ten hoogste 2 hectare.

De Vlaamse regering schrapt die afwijking. Logisch, want de bekkenbeheerplannen werden afgeschaft. Maar wat minder logisch is, is dat de mogelijkheid om af te wijken van de bestaande stedenbouwkundige of verkavelingsvoorschriften niet hernomen wordt in de stroomgebiedbeheerplannen. Het is dus niet mogelijk om af te wijken van de bestaande voorschriften voor handelingen die in het bekken- of deelbekkenspecifieke gedeelte van een stroomgebiedbeheerplan worden aangemerkt als handelingen van algemeen belang.

Ontheffing voor waterlopen in natuurgebied blijft

In GEN- en GENO-gebied is het verboden om de vegetatie of kleine landschapselementen te wijzigen, om het reliëf van de bodem te veranderen, om werken uit te voeren met een impact op het grondwaterpeil, of om de structuur van de waterlopen te wijzigen. Tenzij men – bij decreet of besluit – een algemene ontheffing heeft gekregen. Of tenzij het Agentschap voor Natuur en Bos – geval per geval – een individuele ontheffing verleent.

Waterloopbeheerders genieten bijvoorbeeld een algemene ontheffing voor het wijzigen van de structuur van waterlopen en oevers, in combinatie met natuurontwikkeling of natuurherstel. Op voorwaarde dat het project eerder werd goedgekeurd door de Vlaamse regering, of het werd opgenomen in een goedgekeurd bekkenbeheerplan.

De Vlaamse regering vult die bepaling nu aan en verleent voortaan ook ontheffing voor projecten die opgenomen zijn in de bekkenspecifieke gedeeltes van de stroomgebiedbeheerplannen.

GEN en GENO zijn begrippen die niet meer gebruikt worden in de huidige ruimtelijke ontwikkeling, maar die als planoverdrukken nog voorkomen bij bosgebieden, militaire domeinen, agrarische gebieden met ecologisch belang, enz. GEN staat voor ‘grote eenheden natuur’ en GENO voor ‘grote eenheden natuur in ontwikkeling’.

Investeringssubsidies voor polders en wateringen blijven

Polders, wateringen, en verenigingen van polders of verenigingen van wateringen krijgen subsidies van het Vlaams gewest voor het herstellen van oevers, voor het bouwen of verbouwen van pompstations, enz. Werken die niet beschreven werden in het goedgekeurd waterhuishoudingsplan komen in principe niet in aanmerking voor subsidies, tenzij ze opgenomen zijn in een goedgekeurd bekken- of deelbekkenbeheerplan. En vanaf nu ook in het deelbekkenspecifieke gedeelte van het stroomgebiedbeheerplan.

Vanaf 1 mei

Het besluit dat deze aanpassingen doorvoert, treedt 10 dagen na publicatie in werking. Dat is op 1 mei 2015.

Bron:Besluit van de Vlaamse Regering van 27 februari 2015 tot aanpassing van diverse besluiten aan een aantal nieuwe begrippen in het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, BS 21 april 2015.
Zie ook:
  • Afschaffing van de bekken- en deelbekkenbeheerplannen: Decreet van 19 juli 2013 tot wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, BS 1 oktober 2013 (art. 15-37 van het DIWB-wijzigingsdecreet).
  • Vrijstelling van stedenbouwkundige vergunning: Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van de handelingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is, BS 10 september 2010 (art. 2.2, artikel 3.2, artikel 4.2 en artikel 8.2 van het Vrijstellingenbesluit).
  • Afbakening van het begrip oeverzone: Decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, BS 14 november 2003 (art. 3, §2, 43° DIWB).
  • Stedenbouwkundige melding: Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, BS 10 september 2010 (art. 6 van het BVR van 16 juli 2010).
  • Afwijking voor werken van algemeen belang met ruimtelijk beperkte impact: Besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5°, artikel 4.4.7, §2, en artikel 4.7.1, §2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en tot regeling van het vooroverleg met de Vlaamse Bouwmeester, BS 19 mei 2000 (art. 3 van het BVR van 5 mei 2000).
  • GEN- en GENO-gebied: Decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, BS 10 januari 1998 (art. 20 van het Natuurdecreet).
  • Ontheffing in natuurgebied: Decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, BS 10 januari 1998 (art. 25, §3 van het Natuurdecreet).
  • Algemene ontheffing voor waterloopbeheerders in natuurgebied: Besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 houdende maatregelen ter uitvoering van het gebiedsgericht natuurbeleid, BS 27 januari 2004 (art. 22 van het BVR van 21 november 2003).
  • Investeringssubsidies voor polders en wateringen: Besluit van de Vlaamse Regering van 18 januari 2002 houdende het toekennen van een gewestbijdrage aan polders, wateringen, verenigingen van polders of verenigingen van wateringen voor het uitvoeren van bepaalde waterhuishoudkundige werken en tot vastlegging van de procedure inzake subsidiëring van deze werken, BS 25 april 2002 (art. 4, §4 van het BVR van 18 januari 2002).

Carine Govaert

Besluit van de Vlaamse Regering tot aanpassing van diverse besluiten aan een aantal nieuwe begrippen in het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid

Afkondigingsdatum : 27/02/2015
Publicatiedatum : 21/04/2015

Gepubliceerd op 24-04-2015

  77