Afkoop studiejaren voor hoger pensioen: KB voor berekening kostprijs van aanvragen meer dan 10 jaar na diploma gepubliceerd

Koninklijk besluit houdende uitvoering van artikel 6, § 3, tweede lid, van de wet van 2 oktober 2017 betreffende de harmonisering van studieperioden voor de berekening van het pensioen

Sinds 1 december 2017 gelden binnen alle pensioenstelsels (ambtenaren, werknemers en zelfstandigen) nieuwe regels om studiejaren af te kopen en te laten meetellen voor het pensioen. De kostprijs hangt af van het moment van de aanvraag. Voor aanvragen ingediend binnen de 10 jaar na het behalen van het diploma geldt een forfaitair bedrag van 1.500 euro per te regulariseren studiejaar (jaarlijks te indexeren). Voor aanvragen die 10 jaar of meer volgen na het diploma wordt het basisbedrag verhoogd een interestvoet en een coëfficiënt op basis van de sterftetabellen. Die berekening moest bij KB geconcretiseerd worden. Het systeem werd uitgewerkt en de regels zijn gekend, maar het KB nooit gepubliceerd. Tot nu.

Het meer concreet over de uitvoering van artikel 6§3 tweede lid binnen Titel 2 ‘Bepalingen betreffende de pensioenen van de overheidssector’ van de Wet Regularisatie studieperioden voor pensioenberekening van 2 oktober 2017.

Herinner dat er een overgangsperiode is voorzien tot 30 november 2020 waar de afkoop gebonden is aan soepeler voorwaarden.

Kostprijs varieert volgens aanvraagmoment

De kostprijs van de regularisatie van de studiejaren varieert naargelang de periode waarin de regularisatie wordt aangevraagd.

  • Binnen de 10 jaar na behalen diploma
Voor aanvragen die worden ingediend binnen de 10 jaar na het behalen van het diploma, het doctoraat of de beroepskwalificatie bedraagt de bijdrage 1.500 euro per te regulariseren studiejaar. Dit bedrag is gekoppeld aan de consumptieprijsindex, dus wat uiteindelijk moet worden betaald is het bedrag dat van toepassing is op het moment van de regularisatieaanvraag.

  • 10 jaar of meer na behalen diploma
Wordt de regularisatieaanvraag 10 jaar of meer na het behalen van het diploma ingediend, dan geldt een meer ingewikkelde constructie. Het is deze berekening die verder is uitgewerkt in het KB.

De bijdrage is een percentage (tussen 50 en 95%) van de actuele waarde (op het moment van de aanvraag) van de toename van het rustpensioen die het gevolg is van de toevoeging van de geregulariseerde studieperioden. Die actuele waarde wordt berekend aan de hand van een intrestvoet van 1% van de uniseks XR-sterftetafels die worden toegepast voor de levensverzekeringsactiviteit. Op die sterftetafel wordt een leeftijdscorrectie van 5 jaar toegepast (om ze aan te passen aan de huidige situatie). Bij de berekening van de actuele waarde van de bijdrage wordt verondersteld dat het rustpensioen vanaf de wettelijke pensioenleeftijd wordt uitbetaald.

Het hogervermelde percentage bedraagt
- 50% als de regularisatieaanvraag meer dan 10 jaar – maar vóór 20 jaar – na het behalen van het diploma plaatsvindt;
- 70% als de regularisatieaanvraag meer dan 20 jaar – maar vóór 30 jaar na het behalen van het diploma plaatsvindt;
- 85% als de regularisatieaanvraag meer dan 30 jaar – maar vóór 40 jaar – na het behalen van het diploma plaatsvindt;
- 95% als de regularisatieaanvraag meer dan 40 jaar na het behalen van het diploma plaatsvindt.

Het KB van 22 mei 2019 heeft retroactief uitwerking vanaf 1 december 2017.

Bron: Koninklijk besluit van 22 mei 2019 houdende uitvoering van artikel 6, § 3, tweede lid, van de wet van 2 oktober 2017 betreffende de harmonisering van studieperioden voor de berekening van het pensioen, BS 6 juni 2019.
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  45