Afgesloten buurtwegen, trage wegen of gemeentewegen worden nooit meer privéterrein wegens ‘niet-gebruik’

Decreet houdende de gemeentewegen

Vlaanderen brengt alle openbare wegen die beheerd worden door de gemeenten onder in één gemeentewegendecreet en heft de federale buurtwegenwet van 1841 op. De buurtwegen verliezen dus hun aparte statuut en de provincies verliezen hun specifieke bevoegdheden ten aanzien van die buurtwegen. De gemeenten kunnen eindelijk een geïntegreerd beleid voeren voor het gemotoriseerde en niet-gemotoriseerde verkeer op hun grondgebied.

Gemeenteraad beslist over opheffing

Het nieuwe gemeentewegendecreet voert een vergelijkbare procedure in voor het aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen van een gemeenteweg. En daarvoor is telkens een expliciete beslissing van de gemeenteraad nodig.
Dat betekent ook dat een weg niet meer kan verdwijnen zonder bestuurlijke beslissing. Momenteel gebeurt het dat particulieren een buurtweg afsluiten met een hekken en zij na 30 jaar dat stuk inpalmen wegens ‘verkrijgende verjaring door niet-gebruik’.
Dat kan niet meer: gemeentewegen zijn publiek domein: zij kunnen niet verkregen worden door verjaring.
‘En dat geldt ook voor alle gemeentewegen die momenteel afgesloten of ontoegankelijk zijn’, lezen we in de toelichting. ‘Het behoud en de herwaardering van bestaande verbindingen staat immers voorop’. En: ‘Een verdwenen buurtweg – die alleen nog ‘in rechte’ bestaat – blijft juridisch bestaan tot ze door een expliciete beslissing van de overheid wordt gewijzigd, verplaatst of opgeheven’.
Belanghebbenden kunnen wel een verzoekschrift indienen om een gemeenteweg op te heffen wegens 30 jaar niet-gebruik. Bv. omdat de buurtweg doorsneden wordt door een autostrade en zij daardoor haar functie als verbindingsweg kwijt is. Als de gemeenteraad instemt met dat verzoek tot opheffing, kunnen de aangelanden de volle eigendom van de zate (de bedding van de weg) krijgen tegen betaling van een meerwaardevergoeding. De waardevermeerdering – ev. waardevermindering bij verplaatsing van een weg – wordt vastgesteld door een landmeter-expert, in opdracht van de gemeente.
Omgekeerd kan ook: belanghebbenden kunnen aan de gemeenteraad ook vragen om een in onbruik geraakte of verwaarloosde weg weer open te stellen.

5 decretale principes voor alle gemeentewegen

Het nieuwe gemeentewegendecreet heeft naar eigen zeggen tot doel: ‘om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen’. Dat houdt ook de uitbouw in van een veilig wegennet op lokaal niveau en de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief, als op functioneel vlak.
Bij elke wijziging moeten de gemeenten zich laten leiden door 5 decretaal vastgelegde principes:
  1. De wijziging moet ingegeven zijn door het algemeen belang.
  2. Een wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel. Die maatregel moet grondig gemotiveerd worden. ‘Als zich een vraag naar opheffing aandient, moet in eerste instantie nagegaan worden welke alternatieve verbindingen er bestaan of mogelijk zijn. Een verplaatsing geniet de voorkeur boven de loutere opheffing’, vult de toelichting aan. Het decreet legt dus een prioriteitenlijstje op: eerst behoud, dan verplaatsing, en pas in laatste instantie opheffing.
  3. De gemeente moet rekening houden met de verkeersveiligheid en met de ontsluiting van de aangrenzende percelen (zowel huiskavels, als landbouwpercelen).
  4. De wijziging wordt beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief.
  5. Er wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder afbreuk te doen aan de behoeften van de toekomstige generaties, en de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten moeten tegen elkaar afgewogen worden. ‘Een gemeenteweg kan dus enkel opgeheven worden als de huidige waarde én de potentiële toekomstige waarde ervan redelijkerwijs nihil is’.
De gemeenten kunnen deze principes verder uitwerken en verfijnen in een eigen gemeentelijk beleidskader (met gemeentelijk actieplannen), maar zij zijn dat niet verplicht.
Als de gemeenten dat willen, kunnen zij het specifieke beleidskader voor de gemeentewegen ook integreren in het gemeentelijk mobiliteitsplan, gemeentelijk ruimtelijk structuurplan of gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan.
De Vlaamse regering kan daarvoor subsidies geven.

Ook via de omgevingsvergunning

Vlaanderen schrapt de procedure voor het opstellen van een rooilijnplan voor een gemeenteweg uit het rooilijndecreet en neemt die over in het huidige gemeentewegendecreet.
Het gewest maakt het ook mogelijk om de aanvraag voor een nieuw tracé, de wijziging van een tracé of de opheffing ervan te integreren in het traject van een ruimtelijk uitvoeringsplan, een projectbesluit (in het kader van een complex project) of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of voor het verkavelen van gronden – voor zover die wijziging past in de realisatie van de bestemming.
Tot nu moest er eerst een afzonderlijke aanvraag ingediend worden voor de wegenis.
Gemeentewegen kunnen ook via landinrichtingsprojecten of ruilverkavelingsplannen gewijzigd worden, maar dat was nu ook al het geval.

Wegenregister

De gemeenten houden voortaan een gemeentelijk wegenregister bij, waarin zij voor hun grondgebied alle administratieve en gerechtelijke beslissingen noteren over rooilijnen en rooilijnplannen, en de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen – en dus ook van de vroegere buurtwegen.
Dat register is een informatief instrument. Het is geen staat van álle gemeentewegen, want ook (verdwenen) buurtwegen waarover nog geen beslissing werd genomen , blijven juridisch gezien bestaan als gemeentewegen.
Het gemeentelijk wegenregister kan geconsulteerd worden op het gemeentehuis én op de gemeentewebsite. De Vlaamse regering zal die digitale consultatie nog uitwerken in een uitvoeringsbesluit.

Meer controle mogelijk

De gemeenten krijgen tot slot een heel arsenaal aan maatregelen waarmee zij overtredingen van het gemeentewegendecreet onmiddellijk kunnen bestraffen, zonder in een ellenlange juridische procedure te verzeilen: GAS-boetes, last tot herstel, bestuursdwang (waarbij de gemeente zelf het tracé in zijn oorspronkelijke staat herstelt, op kosten van de nalatige overtreder) en dwangsom.
In werking: 1 september 2019.
Wordt verwacht: uitvoeringsbesluit.
Opheffing: buurtwegenwet,Vlaams uitvoeringbesluit en alle provinciale reglementen in uitvoering van de buurtwegenwet.
  475