Advies over kandidaat-korpschef alleen nog via standaardformulier

De minister van Justitie wint verschillende adviezen in over de magistraten die zich kandidaat stellen voor het mandaat van korpschef. Vanaf 24 oktober 2016 moeten de adviesverstrekkers een standaardformulier gebruiken. Minister Geens legt het model vast.

Adviezen

Magistraten die het mandaat van korpschef willen uitoefenen, worden op voorhand grondig beoordeeld. Drie instanties moeten de minister van Justitie een advies geven:

  • de nog in functie zijnde uittredende korpschef van het rechtscollege of van het openbaar ministerie bij dat rechtscollege waar de nieuwe korpschef zal aangewezen worden;
  • de korpschef van het rechtscollege of van het openbaar minister bij het rechtscollege waar de kandidaat als magistraat werkt;
  • een vertegenwoordiger van de balie van het gerechtelijk arrondissement waar de kandidaat als magistraat werkt.

Drie delen

Het adviesformulier bestaat uit drie delen. In het eerste deel staan inlichtingen over de kandidaat en over het advies zelf. In het tweede deel worden de gevraagde competenties van de kandidaat beoordeeld. En in het derde zijn geschiktheid voor het specifieke mandaat.

Inlichtingen

In het eerste deel komen een aantal algemene inlichtingen.

Enerzijds over de kandidaat. Zoals zijn huidige functie, de functies die hij eerder al in de magistratuur heeft uitgeoefend en de datum waarop hij gestart is binnen de magistratuur. Anderzijds over het advies zelf. Komen aan bod: de bronnen waarop men zich steunt, of de kandidaat gehoord werd en door wie, en wie het advies heeft opgesteld.

Competenties

Het tweede en omvangrijkste deel van het advies gaat over de competenties van de kandidaat. Die competenties zijn vastgelegd in de standaardprofielen voor de korpschefs. De adviesverstrekkers moeten hun gemotiveerde beoordeling van de verschillende competenties baseren op concrete elementen.

De adviserende instantie beoordeelt in dit tweede deel de kerncompetenties van de kandidaat als magistraat. Het gaat om competenties die van iedere magistraat verwacht worden. Er zijn er vijf:

  • werken in team;
  • servicegericht handelen;
  • betrouwbaarheid tonen;
  • zichzelf ontwikkelen;
  • objectieven behalen.

Vervolgens worden de competenties van de magistraat als leidinggevende beoordeeld. Hier wordt advies gegeven over hoe de kandidaat omgaat met informatie (ontwikkelen van een visie), met taken (beheren van de organisatie), met medewerkers (teams aansturen) en met relaties (relaties leggen). Ook over het eigen functioneren van de kandidaat wordt geadviseerd. Concreet geeft men in dit kader advies over volgende zaken: respect tonen, zich aanpassen, inzet tonen, stress beheren en organisatiebetrokkenheid tonen.

Voor alle competentie zijn er gedragsindicatoren opgesomd. Die kunnen helpen bij de afweging ervan.

In dit tweede deel is er ook aandacht voor het tuchtdossier van de kandidaat. De adviesgever duidt aan of er al dan niet een straf- of tuchtrechtelijke procedure tegen de kandidaat loopt. Is er al een dergelijke procedure geweest, dan vermeldt men de beslissing en haar datum.

Tot slot geeft de adviserende instantie ook een conclusie over de competenties. Vier mogelijkheden hier: zeer gunstig, gunstig, met voorbehoud of ongunstig.

Concrete geschiktheid

In het derde deel wordt beoordeeld of de kandidaat ook effectief geschikt is voor het openstaande mandaat.

In dat deel kunnen opmerkingen gegeven worden op het door de kandidaat ingediende beleidsplan.

Ook de kennis en bekwaamheden die nodig zijn om het vacante mandaat van korpschef goed te kunnen invullen worden beoordeeld. Komen aan bod:

  • de kennis van de voor de functie relevante juridische materies;
  • de openheid van geest en de maatschappelijke openheid. Hier wordt onder meer bekeken of de kandidaat bij zijn beslissingen rekening houdt met de maatschappelijke context;
  • de andere kennis of vaardigheden voor de functie. Bijvoorbeeld opleidingen en beleidservaring.

Het geheel wordt afgesloten met een eindvermelding waarin wordt beoordeeld of de kandidaat voldoet aan de vereisten van de vacante functie. Ook hier vier mogelijkheden: zeer gunstig, gunstig, met voorbehoud of ongunstig.

Geen standaardformulier

Met adviezen die niet via het standaardformulier worden ingediend wordt geen rekening gehouden.

Inwerkingtreding

Het standaardformulier moet gebruikt worden vanaf 24 oktober 2016. De besluiten van 28 en 30 september 2016 treden op die dag in werking.

Bron:Koninklijk besluit van 28 september 2016 tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van artikel 10, 1°, van de wet van 8 mei 2014 houdende wijziging en coördinatie van diverse wetten inzake Justitie (I), BS 14 oktober 2016 Bron:Ministerieel besluit van 30 september 2016 tot bepaling van het standaardformulier van advies bedoeld in artikel 259quater, § 2, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, BS 14 oktober 2016
Zie ook:Standaardprofielen voor de functie van eerste voorzitter van een hof van beroep, van federale procureur, van eerste voorzitter van een arbeidshof en van procureur-generaal bij een hof van beroepStandaardprofiel voor de functie van voorzitter van een arbeidsrechtbank, van voorzitter van een rechtbank van koophandel, van voorzitter van een rechtbank van eerste aanleg, van arbeidsauditeur bij een arbeidsrechtbank en van procureur des Konings

Ilse Vogelaere

Koninklijk besluit tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van artikel 10, 1°, van de wet van 8 mei 2014 houdende wijziging en coördinatie van diverse wetten inzake Justitie (I)

Afkondigingsdatum : 28/09/2016
Publicatiedatum : 14/10/2016

Gepubliceerd op 18-10-2016

  102