Administratieve geldboete voor alle stedenbouwkundige misdrijven in Brussel

Alle stedenbouwkundige misdrijven voorzien in het Brusselse Wetboek voor Ruimtelijke Ordening (BWRO) kunnen voortaan gestraft worden met een administratieve geldboete die beter aangepast is, de gerechtelijke achterstand helpt wegwerken en het mogelijk maakt om de misdrijven sneller af te handelen. Ook de preventie wordt verhoogd aangezien de gemeenten voortaan meer stedenbouwkundige inlichtingen moeten verstrekken aan de koper van een onroerend goed zodat hij beter ingelicht is over het eventuele bestaan van misdrijven met betrekking tot het gekochte goed.

Administratieve geldboetes

Voortaan kunnen de stedenbouwkundige misdrijven, opgesomd in het BWRO, strafrechtelijk vervolgd worden of door een “sanctionerende ambtenaar” bestraft worden met een administratieve geldboete.

Al wie één van die misdrijven gepleegd heeft en niet strafrechtelijk vervolgd wordt, kan voortaan een administratieve geldboete oplopen gaande van 250 tot 100.000 euro in functie van het aantal en de ernst van de vastgestelde misdrijven.

De procedure die de sanctionerende ambtenaar moet volgen, wordt tot in de details uitgelegd. Zo moet hij, voorafgaand aan de onderzoeksfase van het dossier, eerst het bevoegde college van burgemeester en schepenen van de gemeente waarschuwen en daarna de overtreder verwittigen vooraleer hij beslist om de procedure tegen hem in te leiden, enz.

De sanctionerende ambtenaar kan, naargelang van de omstandigheden:

  • een administratieve geldboete opleggen uit hoofde van het misdrijf (eventueel door het op te splitsen);
  • de uitspraak van zijn beslissing opschorten tot het verstrijken van een termijn die hij zelf vaststelt, waarbij deze termijn door de overtreder benut moet worden, hetzij om een einde te maken aan het misdrijf, hetzij om een volledig aanvraagdossier voor een stedenbouwkundige vergunning in te dienen bij de bevoegde overheid;
  • beslissen dat hij geen administratieve geldboete dient op te leggen;
  • of beslissen, indien er tijdens de procedure een eind gemaakt werd aan de overtreding, om een administratieve geldboete op te leggen die vastgelegd is op een bedrag dat rekening houdt met deze stopzetting van het misdrijf.

Merken we op dat al wie veroordeeld is tot het betalen van een administratieve geldboete, hiertegen beroep tot vernietiging kan instellen. Dat beroep (alsook de termijn om het in te dienen) werkt opschortend.

De opbrengst van de administratieve geldboetes gaat naar het “Fonds voor Stedenbouw en Grondbeheer”.

Bovendien worden de strafrechtelijke boetes die voor die misdrijven opgelegd worden, aanzienlijk verhoogd.

Nieuwe stedenbouwkundige misdrijven

Sommige stedenbouwkundige misdrijven voorzien in het BWRO worden aangepast zodat er een administratieve geldboete aan de overtreder opgelegd kan worden. Dat is bijvoorbeeld het geval voor het misdrijf dat bestaat in het niet in goede staat houden van een tot het onroerend erfgoed behorend goed dat ingeschreven is op de bewaarlijst, beschermd is, of het voorwerp uitmaakt van een inschrijvings- of beschermingsprocedure.

Bovendien wordt de niet-naleving door notarissen of vastgoedmakelaars van de administratieve formaliteiten inzake het recht van voorkoop niet langer als een misdrijf beschouwd, maar kan het wel aanleiding geven tot een administratieve geldboete.

Tot slot worden drie nieuwe misdrijven toegevoegd:

  • handelingen of werken in stand houden na afloop van de termijn die door de rechtbank of de sanctionerende ambtenaar toegekend is om de plaats in haar vroegere staat te herstellen of een einde te maken aan het misdrijf, of de inrichtingswerken waartoe hij veroordeeld werd niet uitvoeren binnen de termijn opgelegd door de rechtbank;
  • werken of handelingen voortzetten met overtreding van het bevel tot staking of van een bekrachtigingsbeslissing;
  • het recht van huiszoeking belemmeren of zich verzetten tegen de maatregelen die werden getroffen om de toepassing van het bevel tot staking of van de bekrachtigingsbeslissing te verzekeren.

Stedenbouwkundige inlichtingen

In de praktijk blijkt dat de koper van een onroerend goed in Brussel vaak niet op de hoogte gesteld werd van de stedenbouwkundige misdrijven die betrekking hebben op dat goed, wat ertoe leidt dat hij onmiddellijk schuldig bevonden wordt aan het misdrijf van in stand houden ervan.

Om die situatie zoveel als mogelijk te vermijden, zullen de Brusselse gemeenten vanaf 1 november 2014 verplicht zijn om de volgende informatie over de situatie in rechte van het goed mee te delen, gelet op de administratieve gegevens waarover zij beschikken:

  • de datum en het opschrift van de toelatingen, vergunningen en attesten die met betrekking tot dat goed uitgereikt werden en nog steeds van toepassing zijn, of geweigerd werden, alsook het eventuele verval ervan en het eventuele bestaan van verhaal tegen die beslissingen dat nog steeds hangend is;
  • de geoorloofde bestemming(en) en aanwending(en) van het goed in elk van de onderdelen ervan, alsook de ruimtelijke indeling ervan, met inbegrip van het aantal wooneenheden dat eventueel aanwezig is in het goed en regelmatig geacht wordt, alsook de ligging ervan;
  • de datum van eventuele vaststellingen van overtredingen betreffende het goed, met uitzondering van de overtredingen waaraan een einde gemaakt werd, alsook de huidige stand van de sanctieprocedure en de eventuele termijnen die eraan verbonden zijn.

Bovendien moet de notaris die inlichtingen ook meedelen in alle bekendmakingen met betrekking tot de verkoop of verhuring voor meer dan negen jaar van een onroerend goed, of met betrekking tot de vestiging van een recht van erfpacht of opstal. Dat geldt ook voor al wie, voor zijn rekening of als tussenpersoon, een onroerend goed te koop, te huur, of in erfpacht of opstal aanbiedt.

Herstel in de oorspronkelijke staat

Thans stelt het BWRO dat bij het verstrijken van de geldigheidstermijn van de stedenbouwkundige vergunning voor beperkte duur, de aanvrager de plaatsen in hun oorspronkelijke staat moet herstellen. Doet hij dat niet, dan worden die werken ambtshalve uitgevoerd door de bevoegde autoriteiten.

Voortaan wordt die procedure uitgebreid tot alle gevallen waarin werken uitgevoerd worden zonder stedenbouwkundige vergunning terwijl dat vereist was.

Schoolgebouwen

Tot slot wil het Brusselse Gewest het hoofd kunnen bieden aan de toenemende vraag naar plaatsen voor scholen, wat verwacht wordt tussen 2014 en 2020, en nog tal van stedenbouwkundige procedures zal vergen om schoolgebouwen op of in te richten.

In die optiek werden specifieke regels ingevoerd voor de aanvragen van stedenbouwkundige vergunningen die tussen 1 april 2014 en 30 juni 2020 ingediend worden voor projecten van uitbreiding of oprichting van schoolgebouwen om te garanderen dat ze zo snel als mogelijk verwerkt zullen worden. Meer algemeen dienen die maatregelen vooral om de tijdsspanne tussen de procedurefasen die reeds voorzien zijn in het BWRO te regelen en bepaalde procedurefasen te vereenvoudigen. De vergunningsaanvragen en alle fasen van de procedure zijn gecentraliseerd bij de gemachtigde ambtenaar en enkel hij is bevoegd om zich over dat soort van vergunningsaanvragen uit te spreken.

Er werden ook bijzondere maatregelen getroffen om het publiek te informeren ten einde het onderzoek van de vergunningsaanvraag te optimaliseren. Zo wordt een procedure ingevoerd waarmee de aanvrager gewijzigde plannen kan indienen evenals, in voorkomend geval, een aanvulling bij het effectenverslag.

Tot slot wordt nog een procedure ingevoerd waarmee men voor de Brusselse regering in beroep kan gaan tegen de beslissing van de gemachtigde ambtenaar over een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag betreffende een project tot uitbreiding of oprichting van een schoolgebouw. Deze procedure gaat gepaard met strikte termijnen.

Deze verschillende bepalingen betreffende de schoolgebouwen zijn van toepassing sinds 1 april 2014.

Inwerkingtreding

De ordonnantie van 3 april 2014 treedt in werking op 1 augustus 2014, behoudens uitzonderingen.

Bron:Ordonnantie van 3 april 2014 tot wijziging van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening en de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, BS 7 mei 2014.
Zie ook:Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening, art. 300

Benoît Lysy

Ordonnantie tot wijziging van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening en de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen

Afkondigingsdatum : 03/04/2014
Publicatiedatum : 07/05/2014

Gepubliceerd op 16-07-2014

  175