Accijnsregeling voor energieproducten en elektriciteit bijgewerkt

Een KB van 16 augustus 2016 heeft de accijnsregeling voor energieproducten en elektriciteit bijgewerkt. De regeling werd onder meer aangepast aan de invoering op 1 januari 2016 van het verlaagd accijnstarief voor aardgas, gebruikt als verwarmingsbrandstof door bedrijven met een energiebeleidsovereenkomst, een ‘accord de branche’ of een gelijkaardige overeenkomst.

Accijnstarief motorbrandstof voor industriële en commerciële doeleinden

Er geldt een apart accijnstarief voor motorbrandstof die wordt gebruikt voor industriële en commerciële doeleinden (art. 420, § 4, programmawet van 27 december 2004).

Worden aangemerkt als zijnde “gebruikt als motorbrandstof voor industriële en commerciële doeleinden”, de onder fiscale controle gebruikte kerosine, gasolie, LPG en aardgas voor:

  • stationaire motoren;
  • de installaties en machines die worden gebruikt in de bouw, de weg- en waterbouw en voor openbare werken;
  • de voertuigen bestemd om buiten de openbare weg te worden gebruikt of waarvoor geen vergunning is verleend voor overwegend gebruik op de openbare weg.
Het KB van 28 juni 2015 definieert wat er precies onder bovenstaande categorieën moet worden verstaan.

Vanaf 13 december 2016 zullen de “voertuigen die in hoofdzaak worden gebruikt buiten de openbare weg en die slechts ten bijkomstige titel gebruik maken van de openbare weg” niet meer behoren tot de categorie van “voertuigen waarvoor geen vergunning is verleend voor overwegend gebruik op de openbare weg”. Er werden immers enkele praktische problemen vastgesteld rond de draagwijdte van het begrip ‘ten bijkomstige titel’. Om interpretatieproblemen te voorkomen en rechtszekerheid te bieden, wordt deze bepaling – die enkel voorzien was om in heel uitzonderlijke omstandigheden toe te passen – geschrapt (opheffing art. 13, 3°, b), punt ii), KB van 28 juni 2015; art. 1, KB van 16 augustus 2016).

Vergunning energieproducten en elektriciteit

Het KB van 28 juni 2015 bevat de regels voor de registratie van personen die energieproducten en elektriciteit verhandelen (o.a. pomphouders, kolenhandelaars en -producenten), die van een vrijstelling of verlaagd accijnstarief wensen te genieten, of die netbeheerder zijn van aardgas en elektriciteit. De registratie wordt uitgevoerd door het verlenen van een ‘vergunning energieproducten en elektriciteit’, die wordt ingedeeld in verschillende types (bv. het type ‘distributeur van aardgas’ of ‘distributeur van elektriciteit’, volgens het product).

Het KB van 16 augustus 2016 vermeldt nu expliciet dat iedere rechtspersoon die voor zijn zakelijk gebruik wenst te genieten van een vrijstelling van accijnzen of een verlaagd tarief inzake accijnzen, over een ‘vergunning energieproducten en elektriciteit’ moet beschikken.

Deze vergunning moet aangevraagd worden:

  • bij de gewestelijk directeur der douane en accijnzen van het gebied waarin de aanvrager is gevestigd, voor zover zijn gebruiksplaatsen, vestigingsplaatsen, verdeelpunten, de plaatsen van de productie of de plaats van de maatschappelijke zetel binnen hetzelfde gebied zijn gelegen, of
  • bij de administrateur-generaal van de Algemene administratie van de Douane en Accijnzen in de andere situaties.

De aanvraag moet ten laatste tien dagen vóór de aanvang van de activiteit ingediend worden met het ‘aanvraagformulier voor een vergunning energieproducten en elektriciteit andere dan onder de schorsingsregeling inzake accijnzen’.

Rechtspersonen die voor hun zakelijk gebruik wensen te genieten van een verlaagd accijnstarief, moeten voortaan volgende documenten bij deze aanvraag voegen:

  • een kopie van de ‘energiebeleidsovereenkomst’, ‘accord de branche’ of gelijkaardige overeenkomst, respectievelijk afgeleverd door het Vlaams Gewest, het Waals Gewest of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  • indien de aanvraag wordt ingediend door een divisie van het bedrijf: de elementen die aantonen dat de divisie “op eigen kracht kan functioneren” (in de zin van art. 420, § 5, 6de lid, programmawet van 27 december 2004).

De titularis van de ‘vergunning energieproducten en elektriciteit’ moet onmiddellijk aan de autoriteit die de vergunning heeft afgeleverd, elke wijziging meedelen die het Gewest aanbrengt aan zijn energiebeleidsovereenkomst, ‘accord de branche’ of gelijkaardige overeenkomst, evenals de schorsing of intrekking van deze overeenkomsten.

Tenslotte heft het KB van 16 augustus 2016 artikel 14, § 8 van het KB van 28 juni 2015 op en trekt het artikel 46 ervan in. Dit omdat deze bepalingen respectievelijk eerder bij wet werden opgeheven, of niet thuis hoorden in het KB.

In werking

Het KB van 16 augustus 2016 treedt in werking op 12 september 2016. Dit met uitzondering van artikel 1 van het KB, dat in werking treedt op 13 december 2016.

Bron:Koninklijk besluit van 16 augustus 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 juni 2015 betreffende de belasting van energieproducten en elektriciteit, BS 12 september 2016.
Zie ook:Koninklijk besluit van 28 juni 2015 betreffende de belasting van energieproducten en elektriciteit, BS 23 juli 2015; Rechtzetting, BS 13 augustus 2015.

Christine Van Geel

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 juni 2015 betreffende de belasting van energieproducten en elektriciteit

Afkondigingsdatum : 16/08/2016
Publicatiedatum : 12/09/2016

Gepubliceerd op 15-09-2016

  722