Aangifteformulier personenbelasting voor aanslagjaar 2014 in het Staatsblad

Het formulier voor de aangifte in de personenbelasting voor het aanslagjaar 2014 (inkomsten 2013) verscheen in het Belgisch Staatsblad van 28 maart 2014. De nieuwe PB-aangifte telt zo’n 40 codes minder dan die van vorig jaar, maar bevat toch ook enkele nieuwe codes. De administratie heeft de exacte data voor het indienen van de PB-aangifte nog niet vastgelegd, maar vermoedelijk wordt dat eind juni voor de papieren aangifte en half juli voor de aangifte via Tax-on-web. Mandatarissen die de PB-aangifte van hun cliënten via Tax-on-web indienen, krijgen langer de tijd. Wij tekenden hierna de belangrijkste verschillen op tussen het aangifteformulier voor het aanslagjaar 2014 en dat van vorig jaar.

PB-aangifteformulier aj. 2014

De PB-aangifte voor het aanslagjaar 2014 bestaat uit:

  • een formulier ‘Voorbereiding van de aangifte in de personenbelasting’ (aparte formulieren voor deel 1 en deel 2). Hierop kan de belastingplichtige vrij alle berekeningen of vermeldingen aanbrengen die hij nodig heeft om het eigenlijke aangifteformulier correct in te vullen en om later de aangegeven bedragen gemakkelijker terug samen te stellen. Hij moet de codes (met een controlecode van twee cijfers erna), de bedragen en de andere gegevens overbrengen op het eigenlijke aangifteformulier. Het voorbereidend formulier is uitsluitend bestemd voor de belastingplichtige;
  • de ‘aangifte in de personenbelasting’ zelf (deel 1 en 2), die samen met de bewijsstukken en bijlagen wordt ingescand, is een samenvatting van de gegevens uit het voorbereidend formulier. Het deel 1 en het deel 2 van de eigenlijke aangifte zijn samengevoegd op één aangifteformulier, met daarop een geheugensteun voor het invullen ervan (met voorbeelden). De belastingplichtige moet enkel het aangifteformulier opsturen naar het scanningscentrum van Gent of Namen (of deponeren in de bus van het belastingkantoor waaronder hij ressorteert).

Tax-on-web

Ook dit jaar kunnen de belastingplichtige of zijn mandataris de PB-aangifte (deel 1 en 2) elektronisch invullen en via ‘Tax-on-web’ indienen. Belastingplichtigen die deel 2 van de PB-aangifte nodig hebben, laten dat bijna altijd invullen door hun accountant, belastingconsulent of boekhouder-fiscalist. Enkel mandatarissen (volmachthouders) die de PB-aangifte van hun cliënten via Tax-on-web indienen, krijgen hiervoor langer de tijd (in 2013 bedroeg de uiterste indieningsdatum 16 oktober).

Opgelet! Op 2 april 2014 sluit Tax-on-web zijn deuren om de editie voor het aanslagjaar 2014 klaar te stomen. Vanaf dan kunt u geen elektronische aangiften in de personenbelasting meer indienen voor het aanslagjaar 2013.

PB-aangifte met hulp van belastingambtenaar

Een belastingplichtige kan zijn PB-aangifte laten invullen door een belastingambtenaar. Die vult de aangifte dan elektronisch in via Tax-on-web. De belastingplichtige moet één van de twee afdrukken van de gegevens die de belastingambtenaar in Tax-on-web heeft ingebracht, waarmerken, dateren en ondertekenen. Daarna kan hij deze afdruk ofwel overhandigen aan de belastingambtenaar die hem heeft geholpen, ofwel opsturen naar het scanningscentrum. Het tweede exemplaar van de afdruk van de gegevens is een kopie voor de belastingplichtige.

Aanslagbiljet via Zoomit

Belastingplichtigen die hun aanslagbiljet in de personenbelasting elektronisch willen ontvangen via Zoomit, kunnen dat aan de administratie meedelen via www.myminfin.be of bij het indienen via Tax-on-web. Zoomit is een gratis bankservice die door de meeste banken wordt aangeboden via hun internetbankieren.

Nieuw in de PB-aangifte aj. 2014

Hierna volgt een opsomming van de belangrijkste verschillen op tussen de PB-aangifte voor het aanslagjaar 2014 en die van vorig jaar.

Deel 1: Vak I. Wijziging of eerste mededeling van uw bankrekening – Telefoonnummer

De belastingadministratie verduidelijkt dat de belastingplichtige enkel de BIC-code van zijn nieuw bankrekeningnummer moet vermelden als het om een rekening in het buitenland gaat.

Deel 1: Vak II. Persoonlijke gegevens en gezinslasten

De bedragen die in vak II. voorkomen, werden aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.

Deel 1: Vak III. Inkomsten van onroerende goederen

De omschrijving van rubriek III.A.3. werd geherformuleerd. Hier moet de belastingplichtige nu het KI invullen van de “gebouwen die hij niet verhuurt, die hij verhuurt aan natuurlijke personen die ze niet voor hun beroep gebruiken, of die hij verhuurt aan andere rechtspersonen dan vennootschappen om ze te laten ter beschikking stellen van natuurlijke personen die ze uitsluitend als woning gebruiken” (codes 1106-58 en 2106-28 bleven ongewijzigd).

Deel 1: Vak IV. Wedden, lonen, werkloosheidsuitkeringen, wettelijke uitkeringen bij ziekte of invaliditeit, vervangingsinkomsten en werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag

In de titel van vak IV. werd de term ‘brugpensioenen’ vervangen door de nieuwe term ‘werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag’.

Er werd een nieuwe rubriek IV.A.13. ingevoerd. Daarin moet de belastingplichtige het bedrag van de “tegen 33% belastbare bezoldigingen van gelegenheidswerknemers in de horeca” vermelden (nieuwe codes 1263-95 en 2263-65).Door de invoeging van het nieuwe punt 13. worden de punten van rubriek IV.A. die hierop volgen, hernummerd.

De titel van rubriek IV.E. luidt voortaan als volgt: ‘Werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag (voorheen brugpensioenen)’. Deze rubriek kreeg volgende nieuwe indeling:

  • 1. Wettelijke werkloosheidsuitkeringen:
    • a) gewone uitkeringen (codes 1281-77 en 2281-47)
    • b) achterstallen (codes 1282-76 en 2282-46)
  • 2. Bedrijfstoeslag:
    • a) gewone bedrijfstoeslag (codes 1235-26 en 2235-93)
    • b) achterstallen (codes 1236-25 en 2236-92).

De codes 1305-53 en 2305-23 (oude rubriek IV.E.2.b) vergoedingen van december 2012 (overheid)) werden geschrapt.

Deel 1: Vak V. Pensioenen

In rubriek V.A. ‘Pensioenen’ moeten nu ook onder punt i) 2° en 3° ook de kapitalen en afkoopwaarden vermeld worden die afzonderlijk belastbaar zijn tegen respectievelijk 20% (nieuwe codes 1245-16 en 2245-83), en 18% (nieuwe codes 1253-08 en 2253-75). Sinds 1 juli 2013 wordt u in de personenbelasting belast aan 20% (in plaats van 16,5% ) indien u het pensioenkapitaal opneemt op 60 jaar. En u betaalt 18% (in plaats van 16,5% ) indien u het kapitaal opneemt op 61 jaar. Indien uw wettelijk pensioen evenwel op hetzelfde moment ingaat, dan blijft het tarief van 16,5% van toepassing in beide gevallen.

Deel 1: Vak VII. Inkomsten van kapitalen en roerende goederen

Rubriek VII.A. ‘Inkomsten van kapitalen voor aftrek van de innings- en bewaringskosten’ kreeg een volledig nieuwe indeling:

  • 1. Niet verplicht aan te geven inkomsten, en
  • 2. Verplicht aan te geven inkomsten.
Deze wijzigingen kwamen er onder meer door het verdwijnen van de rijkentaks (bijkomende heffing van 4% voor wie meer dan 20.020 euro aan interesten en dividenden ontving). Bovendien werd er gesnoeid in de belastingtarieven voor roerende inkomsten. In deze rubriek werden dan ook enkele codes geschrapt.

In rubriek VII.B. ‘Netto-inkomen van verhuring, verpachting, gebruik of concessie van roerende goederen’ en rubriek VII.C ‘Inkomsten begrepen in lijfrenten of tijdelijke renten’ wordt er geen onderscheid meer gemaakt tussen overeenkomsten gesloten vóór 1 maart 1990 en vanaf 1 maart 1990. Ook in deze rubrieken werden codes geschrapt.

Deel 1: Vak X. (Uitgaven die recht geven op) belastingverminderingen

De rubriek X.G. ‘Betalingen gedaan voor prestaties in het kader van plaatstelijke werkgelegenheidsagentschappen (PWA-cheques)’ is nu opgesplitst in:

  • betalingen gedaan van 1 januari 2013 tot 30 juni 2013 (codes 1365-90 en 2365-60), en
  • betalingen gedaan van 1 juli 2013 tot 31 december 2013 (nieuwe codes 1380-75 en 2380-45).

Ook de rubriek X.H. ‘Betalingen gedaan voor prestaties betaald met dienstencheques’ werd op deze manier opgesplitst (respectievelijk codes 1364-91 en 2364-61 en nieuwe codes 1372-83 en 2372-53).

Sinds 1 juli 2013 bedraagt het maximumbedrag van de uitgaven voor PWA-cheques of dienstencheques, waarop de belastingvermindering van 30% wordt toegepast, nog slechts 1.380 euro per belastingplichtige en per jaar (geïndexeerd bedrag aj. 2014). Vóór die datum gold een maximumbedrag van 2.720 euro.

In rubriek X.K. ‘(Belastingvermindering voor) energiebesparende uitgaven in een woning die op 31 december van het jaar van de aanvang der werken 5 jaar of langer in gebruik genomen was’ werden heel wat belastingverminderingen voor energiebesparende investeringen geschrapt (met bijhorende codes). Enkel de in 2013 betaalde uitgaven voor de isolatie van het dak van de woning komen nog in aanmerking voor een belastingvermindering (code 1317-41).

Daarnaast werden in de rubriek X. nog volgende belastingverminderingen (met bijhorende codes) geschrapt:

  • belastingvermindering voor uitgaven voor de vernieuwing van de enige en sedert ten minste 15 jaar in gebruik genomen woning, gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid;
  • belastingvermindering voor de verwerving van obligaties uitgegeven door de ‘Caisse d’Investissement de Wallonie’;
  • belastingvermindering voor uitgaven voor de werwerving van een nieuwe elektrische personenauto, auto voor dubbel gebruik of minibus, en
  • de belastingvermindering voor uitgaven voor de installatie van een oplaadpunt voor elektrische voertuigen aan de buitenkant van een woning.

Deel 1: Vak XIII. Rekeningen en individuele levensverzekeringen in het buitenland en juridische constructies

Is de belastingplichtige, zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner met wie hij de gezamenlijke aangifte indient, of één van zijn niet-ontvoogde minderjarige kinderen een oprichter van een juridische constructie (als bedoeld in art. 2, § 1, 13° en 14°, WIB 1992), of bij zijn weten op enigerlei wijze of ogenblik, begunstigde of potentieel begunstigde van zo’n constructie, dan moet hij de naam en voornaam van de oprichter of de (potentieel) begunstigde in rubriek XIII.C. ‘Juridische constructies’ vermelden. Naast de code 1077-87 kan de belastingplichtige ook nog het vakje ‘ja’ aankruisen.

Deel 2: Vak XV. Diverse inkomsten

Rubriek XV.A. ‘Diverse inkomsten van roerende aard’ kreeg een nieuwe indeling:

  • 1. Niet verplicht aan te geven inkomsten, en
  • 2. Verplicht aan te geven inkomsten.

In rubriek XV.A.1.b) wordt er bij de loten van effecten van leningen van buitenlandse oorsprong, die door de bemiddeling van een tussenpersoon in België met afhouding van de roerende voorheffing zijn geïnd of verkregen, geen onderscheid meer gemaakt tussen overeenkomsten gesloten vóór 1 maart 1990 en na 1 maart 1990. Ook in volgende rubrieken wordt dit onderscheid niet langer gemaakt:

  • rubriek XV.A.2.a) ‘Onderverhuring of overdracht van huur van al dan niet gemeubelde onroerende goederen’;
  • rubriek XV.A.2.b) ‘Concessie van het recht om plakbrieven of andere reclamedragers te plaatsen’;
  • rubriek XV.A.2.c) ‘Concessie van het recht om zend- en ontvangstapparaten voor mobiele telefonie te installeren’;
  • rubriek XV.A.2.d) ‘Loten van effecten van leningen van buitenlandse oorsprong, die niet in België zijn geïnd’;
  • rubriek XV.A.2.e) ‘Ontvangen bedragen uit de verhuring van jacht-, vis- en volgelvangstrechten’. In al deze rubrieken werden dan ook heel wat codes geschrapt.

In rubriek XV.A.1.c) moeten bij de vergoedingen voor ontbrekende coupon of ontbrekend lot betreffende financiële instrumenten die het voorwerp zijn van een zakelijke zekerheidsovereenkomst of een lening afgesloten vanaf 1 februari 2005, nog enkel de vergoedingen met roerende voorheffing van 25% (codes 1127-37 en 2127-07) en die met roerende voorheffing van 15% (codes 1128-36 en 2128-06) vermeld worden. De aanslagvoeten van 21% en 10% werden geschrapt.

In rubriek XV.A.2.f) moeten bij de vergoedingen voor ontbrekende coupon of ontbrekend lot betreffende financiële instrumenten die het voorwerp zijn van een zakelijke zekerheidsovereenkomst of een lening afgesloten vanaf 1 februari 2005, waarop geen roerende voorheffing is geheven, nog enkel de vergoedingen vermeld worden die belastbaar zijn tegen 25% (codes 1197-64 en 2197-34) en tegen 15% (codes 1198-63 en 2198-33). Ook hier werden de aanslagvoeten van 21% en 10% geschrapt.

Deel 2: Vak XVI. Bezoldigingen van bedrijfsleiders

Er werd een nieuwe rubriek XVI.8. ingevoerd. Daarin moeten de bedrijfsleiders het bedrag van de “tegen 33% belastbare bezoldigingen van gelegenheidswerknemers in de horeca” vermelden (nieuwe codes 1422-33 en 2422-03). Door de invoeging van het nieuwe punt 8. worden de punten van rubriek XVI. die hierop volgen, hernummerd.

Deel 2: Vak XIX. Voorheffingen in verband met een zelfstandige beroepswerkzaamheid

In vak XIX. moet de ‘ingehouden bijkomende heffing op roerende inkomsten’ niet meer vermeld worden.

In werking

Het KB van 25 maart 2014 treedt in werking op 7 april 2014. In bijlage bij dit KB zit het model van aangifteformulier inzake personenbelasting voor het aanslagjaar 2014.

Bron:Koninklijk besluit van 25 maart 2014 tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake personenbelasting voor het aanslagjaar 2014, BS 28 maart 2014.
Koninklijk besluit van 3 april 2013 tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake personenbelasting voor het aanslagjaar 2013, 21.606.

Christine Van Geel

Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake personenbelasting voor het aanslagjaar 2014

Afkondigingsdatum : 25/03/2014
Publicatiedatum : 28/03/2014

Gepubliceerd op 02-04-2014

  545