Aangepaste verlofregeling voor griffieleden

Vanaf 1 januari 2017 is de verlofregeling van de leden van de griffies volledig afgestemd op die van de leden van de parketsecretariaten.

Verlofregelingen

De leden van de griffies hebben in principe geen recht op deeltijdse loopbaanonderbreking (noch ‘gewone’ loopbaanonderbreking, noch ouderschapsverlof, noch verlof voor zorg aan een zwaar ziek gezins- of familielid). Ze hebben wel recht op een voltijdse loopbaanonderbreking, maar die is dan wel beperkt tot 12 maanden over de volledige loopbaan.

De minister van Justitie kan de leden van de griffie wel toestaan om te werken in een vierdagenweek met of zonder premie, halftijds te werken vanaf 50 of 55 jaar of de prestaties te verminderen wegens persoonlijke aangelegenheden.

Let wel. Griffieleden met de graad van hoofdgriffier of griffier-hoofd van dienst hebben nooit recht op

  • verlof voor loopbaanonderbreking;
  • verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheden;
  • de vierdagenweek met premie;
  • de vierdagenweek zonder premie;
  • halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar.
Die verlofstelsels zijn er dus enkel voor de griffiers.

Wat het verbod op loopbaanonderbreking voor hoofdgriffiers en griffiers-hoofden van dienst betreft zijn er wel drie uitzonderingen. Zij hebben wel recht op palliatief verlof en ouderschapsverlof. En op verlof voor het bijstaan van of voor het verstrekken van verzorging aan een gezinslid of een familielid tot de tweede graad met een ernstige ziekte. Dit verlof voor medische bijstand is trouwens voortaan ook mogelijk voor de leden van de parketsecretariaten met de graad van hoofdsecretaris of secretaris-hoofd van een dienst. Op palliatief verlof en ouderschapsverlof hadden die al langer recht.

Jury

Geen enkel griffielid kan nog verlof krijgen om te zetelen in een assisenjury. Ook leden van de parketsecretariaten hebben geen recht meer op dit verlof.

Toekenning verlof

In principe kent de minister van Justitie de verloven aan de griffieleden toe. Maar voor bv. het jaarlijks verlof, het omstandigheidsverlof, bepaalde vormen van uitzonderlijk verlof of de dienstvrijstelling is dat een opdracht van de hoofdgriffier. Namelijk wanneer het gaat om het verlof van de griffiers-hoofden van dienst en van de griffiers.

De magistraat-korpsoverste is trouwens bevoegd om dit soort verloven toe te kennen aan de referendarissen en parketjuristen. En voor de personeelsleden van de steundienst bij het College van de hoven en rechtbanken en van de steundienst bij het College van procureurs-generaal en het College van het openbaar ministerie is dat een opdracht van de directeur van de steundienst.

Inwerkingtreding

Het nieuwe KB van 27 november 2016 treedt in werking op 1 januari 2017.

Bron:Koninklijk besluit van 27 november 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan, BS 15 december 2016

Ilse Vogelaere

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan

Afkondigingsdatum : 27/11/2016
Publicatiedatum : 15/12/2016

Gepubliceerd op 20-12-2016

  482