Aangepaste beschikbaarheid voor oudere werklozen en SWT’ers

Sinds 1 januari moesten alle volledig werklozen en de werklozen in een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt, en dat ongeacht hun leeftijd. Enkel de uitkeringsgerechtigden die op 31 december 2014 minstens 60 jaar waren en die in 2014 werkloosheidsuitkeringen hebben ontvangen als volledig werkloze of als werkloze in SWT, bleven vrijgesteld.

Maar zoals bekend werd die regeling al snel opnieuw bijgestuurd. Men maakt daarbij een onderscheid tussen de zogenaamde ‘stock’ enerzijds, en de nieuwkomers na 1 januari 2015 anderzijds. Het eerste luik komt aan bod in 2 KB’s van 1 juni 2015 die eerder al verschenen zijn. Het tweede luik zit in 2 KB’s van 19 juni 2015 die pas op 3 juli gepubliceerd zijn in het Belgisch Staatsblad. Alle teksten treden retroactief in werking op 1 januari 2015.

Eerste luik: ‘stock’

Het eerste luik regelt de beschikbaarheid van werknemers die ontslagen zijn vóór 1 januari 2015, die vóór 1 januari 2015 voor de eerste keer werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag hebben gevraagd, of die ontslagen zijn in een onderneming in moeilijkheden of in herstructurering. De begindatum van de erkenning als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering moet vóór 9 oktober 2014 liggen en de werknemer moet op het einde van de opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode 58 jaar zijn of een beroepsverleden van 38 jaar hebben.

Ook voor oudere werklozen die vóór 1 januari 2015 al een vrijstelling hadden, geldt een vrijstelling. De werkloze die al een vrijstelling had en die uitkeringen als volledig werkloze genoot vóór 1 januari 2015, kan op zijn vraag vrijgesteld worden. Bij ondernemingen in moeilijkheden of in herstructurering kan dat op voorwaarde dat de begindatum van de erkenning vóór 9 oktober 2014 ligt en dat de werknemer in kwestie geen 58 jaar is of geen 38 jaar beroepsverleden heeft, en in aanmerking kwam voor de vrijstelling.

Bij de omschrijving van de vrijstelling verwijst men naar de artikelen 48, § 1, eerste lid, 2° (nevenactiviteit), 51, § 1, tweede lid, 3° tot 10°, 56 (passieve beschikbaarheid), 58 (actieve beschikbaarheid) en 45, eerste lid, 1° (activiteit op eigen bezit) van het werkloosheidsbesluit.

Tweede luik: ‘nieuwkomers’

Het tweede luik regelt de ‘aangepaste beschikbaarheid’. Het werkloosheidsbesluit bepaalt voortaan dat de werkloze vanaf de maand waarin hij de leeftijd van 60 jaar bereikt, aangepast beschikbaar moet zijn. Hij moet niet actief zoeken naar werk maar hij moet als werkzoekende ingeschreven zijn en blijven, en het bewijs van deze inschrijving leveren. Hij moet bovendien zijn medewerking verlenen aan een aangepaste begeleiding. Werkt hij niet mee, dan kan hij zijn werkloosheidsuitkering verliezen.

Die begeleiding gebeurt via een individueel actieplandat voorgesteld wordt uiterlijk de negende maand die volgt op het begin van de werkloosheid, of vanaf de leeftijd van 60 jaar indien hij op dat ogenblik al sinds ten minste 9 maanden werkloos was. Maar het actieplan houdt wel op vanaf het tijdstip waarop de werkloze op zijn vraag vrijgesteld is van aangepaste beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt.

De acties zijn aangepast aan de individuele competenties en ervaring van de werkloze. En de uitvoering van het actieplan wordt regelmatig opgevolgd en zo nodig bijgestuurd. Uiterlijk één jaar na de aanvang van het actieplan wordt een gepersonaliseerde globale evaluatie gemaakt.

De werkloze kan op zijn vraag vrijgesteld worden van de verplichting beschikbaar te zijn indien hij 60 jaar is op 1 januari 2015 of indien hij 40 jaar beroepsverleden bewijst. De leeftijdsvereiste wordt jaar na jaar opgetrokken, tot 65 jaar vanaf 1 januari 2020. Het vereiste beroepsverleden wordt ook stapsgewijs verhoogd, tot 44 jaar vanaf 1 januari 2019.

SWT-ers moeten tot de maand waarin ze 65 jaar worden‘aangepast beschikbaar’ zijn. Maar een hele reeks vrijstellingen is mogelijk onder voorwaarden die afhankelijk zijn van het betreffende stelsel. Zo is een vrijstelling op aanvraag mogelijk op 60 jaar onder het regime van de CAO nr. 17 indien men een beroepsverleden van 42 jaar kan bewijzen. Onder het algemeen regime – vanaf 1 januari 2015 – is dat op 62 jaar mogelijk bij een beroepsverleden van 43 jaar.

Voor de bijzondere stelsels voor zware beroepen, bij zeer lange loopbanen, bij nachtarbeid en voor arbeidsongeschikte bouwvakkers kan een vrijstelling gevraagd worden vanaf 60 jaar of bij een beroepsverleden van 40 jaar. Vanaf 1 januari 2017 wordt dat 62 jaar of een beroepsverleden van 42 jaar. En voor de periode vanaf 1 januari 2017 tot en met 31 december 2018 kan die leeftijd worden gewijzigd bij een besluit dat overlegd is in de ministerraad, na een eensluidend en unaniem advies van de Nationale Arbeidsraad (NAR) dat uiterlijk op 31 december 2016 moet worden uitgebracht. Voor ondernemingen in moeilijkheden of in herstructurering geldt een leeftijdsvereiste van 60 jaar, of een beroepsverleden van 38 jaar. De NAR voorziet in een tijdspad om uiterlijk tegen 31 december 2019 te komen tot een leeftijd van 65 jaar of een beroepsverleden van 43 jaar. Er wordt ook telkens verwezen naar de vereiste van een cao van de NAR die een lagere leeftijdsgrens vastlegt.

SWT’ers in het bijzonder stelsel voor werknemers die het statuut van mindervalide werknemer of werknemer met ernstige lichamelijke problemen hebben, kunnen een vrijstelling vragen.

Bron:— Koninklijk besluit van 19 juni 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, BS 3 juli 2015 Bron:— Koninklijk besluit van 19 juni 2015 tot wijziging van de artikelen 56 en 89 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, BS 3 juli 2015
Zie ook: — Koninklijk besluit van 1 juni 2015 tot wijziging van artikel 89 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en tot invoeging van een artikel 89/1 in hetzelfde koninklijk besluit, BS 10 juni 2015 — Koninklijk besluit van 1 juni 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 december 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, BS 11 juni 2015

Steven Bellemans

Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 56 en 89 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering

Afkondigingsdatum : 19/06/2015
Publicatiedatum : 03/07/2015

Gepubliceerd op 10-07-2015

  5872