Witwas bij schenkingsakten

Verachtert GertjanZowel het repressieve als het preventieve luik van de witwaswetgeving vormen belangrijke aandachtspunten in de dagelijkse praktijk voor professionele tussenpersonen zoals notaris, advocaat, bankier,… Jan Rochtus en Gertjan Verachtert bespreken in Nieuwsbrief Notariaat (nr. 15-16, Jaargang 27, 2016) de positie van de notaris ten opzichte van de witwaswetgeving, wanneer hij een schenkingsakte verlijdt. Bijzondere aandacht gaat naar de problematiek van de notaris die tussenkomt bij de schenking van tegoeden die via buitenlandse bankrekening, levensverzekering of juridische constructie aangehouden worden of werden. Hierna vindt u een samenvatting van deze bijdrage.

Lees het volledige artikel op Jura.

Enkele aandachtspunten in de preventieve witwaswetgeving

Het preventieve luik van de witwaswetgeving zal de notaris vooreerst dwingen tot identificatie van de betrokken partijen in het kader van een schenkingsakte. Belangrijk te melden is wel dat, indien de identificatie niet verricht kan worden, in voorkomend geval een melding aan de CFI zich opdringt (art. 7 §4 en 8 §4 Witwaswet). Daarnaast moet de notaris rekening houden met de beperking van betalingen in contanten (art. 20 en 21 Witwaswet). Het terugdringen van cash betalingen is al lang een strijdpunt van de wetgever. Ook de notaris zal zich, gelet op de de ratio legis van artikel 21 van de Witwaswet, hoeden om betalingen van enige omvang, anders dan via overschrijving te laten verlopen. Hierbij moet hij ook rekening houden met het boekhoudreglement voor Notarissen en het Reglement van de Nationale Kamer van Notarissen inzake het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

De belangrijkste rol voor de notaris onder de preventieve witwaswet, zal zich evenwel situeren bij zijn ‘subjectieve meldingsplicht’, om de CFI onmiddellijk op de hoogte te brengen wanneer hij weet of vermoedt dat een schenking verband houdt met het witwassen van geld of met de financiering van terrorisme. Wanneer er sprake zou zijn van witwassen in fiscalibus, wordt de notaris sinds de wet van 15 juli 2013 geconfronteerd met het nieuwe begrip ‘ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd’. An sich is dit niet onlogisch, weze het dat aan de notaris (of andere beroepsbeoefenaars) weinig richtlijnen gegeven worden om uit te maken waar de grens ligt tussen ‘gewone’ (niet te melden), ‘ernstige en georganiseerde’ of ‘ernstige, al dan niet georganiseerde’ fiscale fraude. In twee arresten bevestigde het Grondwettelijk Hof niettemin dat het begrip ‘ernstige fiscale fraude’ geen inbreuk op de Grondwet vormt. Dat betekent dat het begrip inmiddels wel realiteit is en dat de notaris de facto zelf op basis van zijn innerlijke overtuiging een invulling aan het begrip zal moeten geven in concrete dossiers.

De repressieve witwaswet

Bijkomend zal de notaris aandacht moeten hebben voor de repressieve witwaswet. Het materiële toepassingsgebied van de witwashandelingen is zeer breed, en vat mogelijk alle betrokken partijen bij een schenking van potentieel fiscaal illiciete tegoeden. Naast het materieel toepassingsgebied moet evenwel ook rekening gehouden worden met het morele bestanddeel van de witwasmisdrijven. Hier kunnen de feitelijke gegevens in een specifiek dossier een belangrijke rol spelen.

De ‘feitelijke gegevens’ bij schenking van activa met mogelijke fiscale latentie op buitenlandse rekening zullen de betrokken begiftigde en notaris anno 2016 tot de grootst mogelijke voorzichtigheid nopen. De notaris kan in dergelijke situatie trachten houvast te vinden door kopijen van de aangifte personenbelasting e.a. op te vragen bij de betrokken schenker/begiftigde, doch vaak is een meer omstandige analyse van een dossier noodzakelijk.

Daarbij moet ook aandacht besteed worden aan de interactie tussen preventieve en repressieve witwaswet. Als de notaris een heldere inschatting van de situatie kan maken en na ampel beraad tot de conclusie komt dat er ‘slechts’ sprake is van ‘gewone fiscale fraude’ (i.e. geen subjectieve meldingsplicht), zal dit nog niet betekenen dat hij zomaar vrij is om op treden in de door partijen gewenste schenking. De notaris die als ‘derde’ bijvoorbeeld te goeder trouw oordeelt dat er geen sprake is van ‘ernstige fiscale fraude’, zal zich er nog steeds voor moeten hoeden dat zijn handelen niet gezien wordt als het verlenen van bijstand aan een tweede witwasmsidrijf (dat ook van toepassing is bij gewone fiscale fraude ten aanzien van anderen dan de auteur van de fiscale fraude).

Conclusie

Het voorgaande leidt ertoe dat de notaris in een moeiljke evenwichtsoefening terecht kan komen wanneer hij anno 2016 geconfronteerd wordt met een schenking, waarbij sprake is van tegoeden waaraan mogelijk een fiscale latentie kleeft. Indien er twijfel is of duidelijk is dat de schenking betrekking zou hebben op activa waaraan (oude) fiscale latenties kleven, is er in principe maar één optie: die van de fiscale rechtzetting, waarbij de schenking pas verleden wordt nà omstandige fiscale rechtzetting.



Gertjan Verachtert is advocaat.
Jan Rochtus is notaris.


Bron: Jan ROCHTUS en Gertjan VERACHTERT, “Witwas bij een ‘schenkingsakte’ – Met focus op schenking van mogelijk fiscaal illiciete tegoeden”, Nieuwsbrief Notariaat 2016, nr. 15-16, p. 1-12.

De volledige tekst vindt u in Nieuwsbrief Notariaat. Klik hier voor meer informatie over het Nieuwsbrief Notariaat, alsook voor de abonnementsvoorwaarden.

U kunt de tekst van Jan Rochtus en Gertjan Verachtert integraal lezen in elektronische vorm via Jura.

Op Jura vindt u meer rechtsleer over het voorkomen van witwassen van geld.


Gepubliceerd op 14-09-2016

  342