Tolken en vertalen in strafzaken: nog werk voor de boeg

Tolkbijstand en vertaling van stukken zijn voor anderstalige procespartijen essentieel voor de toegang tot justitie en participatie in het strafproces. De Belgische wetgever timmert aan de omzetting van de EU-richtlijnen nr. 2010/64/EU inzake vertolking en vertaling in strafzaken en nr. 2012/29/EU inzake rechten van slachtoffers in strafzaken. Yolanda Vanden Bosch wijdde hieraan een bijdrage die verschenen is in afl. 2017/2 van het Tijdschrift voor Strafrecht (T.Strafr.). Hierna vindt u een samenvatting van deze bijdrage.

Gepubliceerd op 13-07-2017

vanden-bossch-yolanda

Eindelijk op weg naar een nationaal register van beëdigd vertalers–tolken

De wetgever maakt stapsgewijs werk van een nationaal register. Een kwaliteitsgarantie betekent een degelijke opleiding en een effectieve screening van professionele vaardigheden, juridische en deontologische kennis. De uitwerking laat nog op zich wachten. Onduidelijk is het vereiste kennisniveau van het Nederlands en de vreemde taal, en van juridische en deontologische kennis. Een kwaliteitsgarantie vereist een specifieke opleiding in tolk/vertaaltechnieken in een juridische omgeving, kennis van rechtstaal en -procedures, deontologie, juridische internetbronnen, …. En uiteraard moet een opleiding een eindscreening bevatten. Een voortdurende betrouwbaarheidscontrole is nodig.

Enkel een transparant, efficiënt oproepingssysteem zowel tijdens de normale werkuren als daarbuiten draagt bij tot een efficiënte justitie. Hoe dit praktisch kan, is nog niet duidelijk.


De omzetting is laattijdig en onvolledig

Anderstalige verdachten die van hun vrijheid zijn beroofd, hebben enkel indien de advocaat hen niet begrijpt, recht op een beëdigd tolk tijdens het voorafgaand overleg. Tijdens het verhoor hebben zij, al dan niet op vrije voeten recht op een beëdigd tolk.

De richtlijn verplicht de staten spontaan te zorgen voor de vertaling van de essentiële stukken. Een verplichte aanvraag tot vertaling van essentiële stukken, houdt dus een schending in van de richtlijn, van de regressieclausule in de richtlijn en de taalwet. Betrokkene als zijn raadsman kunnen wel andere dan essentiële stukken aanvragen.

Een duidelijke klachtenprocedure in elke fase van een strafprocedure ontbreekt. Hierbij rijst ook de vraag naar een vorm van een onmiddellijke en preventieve schorsing voor tolken/vertalers die evident slecht presteren.

Onduidelijk is waar de wetgever de grens bepaalt van wat al dan niet strafprocedures zijn, zoals met betrekking tot het jeugdrecht en tot “licht strafbare feiten”.
Volledige kosteloosheid voor overleg met de raadsman in strafzaken blijft een probleem.

De wetgever ging over tot een fragmentaire omzetting van de EU-richtlijnen, die volgens de Raad van State moeilijk uitsluitsel geeft over de volledigheid.



Yolanda Vanden Bosch is lector aan de KU Leuven en aan de Karel de Grote Hogeschool.

Bron: Yolanda VANDEN BOSCH, “Het recht op vertolking en vertaling in strafzaken & de omzetting van de EU-richtlijnen”, T.Strafr. 2017, afl. 2, 79-107.

Op Jura vindt u meer rechtsleer over vertolking en vertaling in strafzaken.

  880