Probatie ten laatste vanaf 1 december autonome straf

Probatie wordt een autonome straf. In correctionele en politiezaken zullen rechters uiterlijk vanaf 1 december 2014 kunnen kiezen voor probatie in plaats van veroordeelden (naast een eventuele geldboete) een gevangenisstraf of werkstraf op te leggen of hen met een enkelband naar huis te sturen. Met deze nieuwe strafmaat wil de wetgever hen de mogelijkheid geven om hun uitspraak nog meer te individualiseren.

GevangenMAXIMUM 2 JAAR
De autonome probatiestraf duurt minstens 6 maanden en maximum 2 jaar. Bij politiestraf bedraagt de duur maximum 12 maanden. Bij correctionele straffen is dat een jaar of meer. Tijdens die periode moet de veroordeelde de bijzondere voorwaarden naleven.

NIET VOOR ALLE MISDRIJVEN
De regeling zal echter niet onbeperkt gelden. Probatie is als autonome straf niet toegelaten bij gijzeling, verkrachting, seksueel misbruik van minderjarigen en doodslag. De rechter moet bovendien voorzien in een vervangende gevangenisstraf of geldboete wanneer de autonome probatiestraf niet wordt uitgevoerd.

VEROORDEELDE MOET INSTEMMEN
Belangrijk is ook dat de rechter de autonome probatiestraf alleen kan uitspreken wanneer de beklaagde op de terechtzitting aanwezig of vertegenwoordigd is en nadat de beklaagde (of zijn raadsman) ermee heeft ingestemd.

JUSTITIËLE BEGELEIDING
Wie veroordeeld werd tot een autonome probatiestraf krijgt justitiële begeleiding door een justitieassistent van de Dienst Justitiehuizen van de FOD Justitie van het gerechtelijk arrondissement van zijn verblijfplaats. De probatiecommissie van de verblijfplaats van de veroordeelde waaraan de justitieassistent rapporteert, volgt de uitvoering van de straf op.

CONCRETE INVULLING DOOR PROBATIECOMMISSIE
De rechter bepaalt de duur van de probatiestraf en geeft aanwijzingen over de invulling ervan. Het is de probatiecommissie die de invulling uitwerkt op basis van die aanwijzingen en het verslag van de justitieassistent die de veroordeelde heeft gehoord.

Alles wordt vastgelegd in een overeenkomst die de veroordeelde moet ondertekenen. De probatiecommissie kan de concrete invulling geheel of gedeeltelijk opschorten, nader omschrijven of aanpassen aan de omstandigheden. Dit ambtshalve, op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van de veroordeelde.

Wanneer een van de voorwaarden van de probatiestraf - buiten de wil van de veroordeelde – niet kon worden gerealiseerd, kan de commissie de probatietermijn eenmaal verlengen met maximum een jaar zodat wel aan de voorwaarde kan worden voldaan.

De commissie kan beslissen om de probatiestraf te beëindigen, zelfs wanneer de termijn die door de rechter werd bepaald nog niet verstreken is.

Zowel het openbaar ministerie als de veroordeelde kunnen beroep aantekenen tegen de beslissingen van de probatiecommissie.

TEN LAATSTE OP 1 DECEMBER 2014
Via de wet van 10 april 2014 krijgt de procedure een juridische basis in het Strafwetboek, het Wetboek van Strafvordering, de Probatiewet, de Bewakingswet, de Wet op het DNA-onderzoek in strafzaken en de Wet op de gemeenschapswachten. De wet van 8 mei 2014 brengt de nodige wijzingen aan in het Gerechtelijk Wetboek. Daarin staat onder meer dat de personen veroordeeld tot een correctionele autonome probatiestraf niet mogen aantreden als gezworene bij het Hof van Assisen en dat de autonome probatiestraf niet met uitstel mag worden opgelegd.

Beide wetten treden in werking op een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk op 1 december 2014.

Laure Lemmens

Wet van 10 april 2014 tot invoering van de probatie als autonome straf in het Strafwetboek en tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, BS 19 april 2014.
Wet van 8 mei 2014 tot wijziging van de artikelen 217, 223, 224 en 231 van het Gerechtelijk Wetboek, BS 19 april 2014.

Gepubliceerd op 25-06-2014

  912