Paul Ponsaers: ‘Terrorisme blijft in strafrechtelijke termen deels onvatbaar’

Uit De Juristenkrant nr. 410 van 27 mei 2020

De aanslagen van 22 maart 2016 hebben ontstellend veel slachtoffers gemaakt. Maalbeek en Zaventem zijn het 9-11 voor België en heeft al het voorafgaande uit het collectieve geheugen gewist.’ Dat zegt Paul Ponsaers. Nochtans, zo leert zijn recentste boek, is er nogal wat voorafgaands. ‘Sinds de Tweede Wereldoorlog werd ons land geregeld het doelwit van terreur. Ik wil de lezer een duidelijk beeld geven van wat er precies gebeurd is en wat daarachter zit.’

Hierna leest u een aantal vragen uit het volledige interview.

Gepubliceerd op 28-05-2020

Dirk Leestmans
Journalist bij VRT nieuwsdienst

‘Dit boek is het resultaat van jarenlang documenteren van gebeurtenissen die ik al die tijd al volgde. Naast de feitelijke informatie heb ik getracht met mensen te spreken die vanuit een bevoorrechte positie die gebeurtenissen ook gevolgd hebben. Er zullen ongetwijfeld nog zaken zijn gebeurd waarvan niemand kennis heeft. Maar als er ergens een bom is ontploft, staat het natuurlijk wel in de krant. Vandaar ook mijn uitgangspunt dat het moest gaan om het effectief plegen van geweld, niet het radicaliseren in de hoofden.’

‘Zeker ook hier is er een groot dark number. Sommige zaken zijn in alle clandestiniteit voorbereid maar werden nooit ten uitvoer gebracht. Vaak wisten politie en inlichtingendiensten dat niet eens. Vandaar ook begrippen als ‘conspiratie’, ‘samenzwering’ of ‘complot’ en de bijhorende voedingsbodem voor complottheorieën.’

[...]

paul-ponsaers-1
(c) Wouter Van Vaerenbergh

In tegenstelling tot de periode die u beschrijft, is er nu wel wetgeving rond burgerinfiltranten en is er voorbereidend werk rond een nieuwe spionagewet. Kan men dit soort materies eigenlijk wel behoorlijk regelen gegeven de aard van het werk?

‘Het is niet onmogelijk maar het is wel een groot probleem. Het noopt tot een strakke interne controle die niet publiek hoeft te zijn. Maar toezicht moet er natuurlijk wel zijn.’

‘In deze kwesties wordt er vaak geredeneerd op basis van deducties. Als dit zo gebeurd is, kan het haast niet anders dat… Die gedachte. Maar harde bewijzen dat X aangestuurd wordt door Y zijn zo goed als nooit aanwezig. Staatsgevaarlijke zaken kunnen daarom niet altijd strafrechtelijk worden aangepakt. En als er al bewijzen zijn, zijn ze vaak niet aanwezig in een strafdossier maar wel in een parallel dossier dat niet tot een gerechtelijke vervolging heeft geleid.’

‘Toen in Duitsland de Nationaaldemocratische Partij ter discussie stond omdat sommigen vonden dat het een staatsgevaarlijke organisatie was, trok men naar het Grondwettelijk Hof om die partij buiten de wet te laten stellen. Het Grondwettelijk Hof meende dat ze dat onmogelijk kon doen omdat ze op basis van verschillende verklaringen van leden van die partij, niet meer het onderscheid zag tussen verklaringen van partijleden dan wel infiltranten. Als de grens tussen dichtung und wahrheit niet duidelijk is, toont dat ook aan hoe moeilijk het soms kan zijn.’

[...]

U omschrijft terrorisme als een vorm van intimidatie. Als politiek geweld finaal berecht moet worden door een hof van assisen is het nog maar de vraag in welke mate lekenrechters al dan niet geïntimideerd zijn om nog vrij te oordelen?

‘Zo werkt terreur: macht is uitgesteld geweld. Terroristen proberen macht uit te oefenen op de bevolking en het politiek apparaat om hun eigen politieke agenda door te drukken. Als er brutaal geweld gebruikt wordt, dient dat natuurlijk ook als afschrikmiddel. Een jurylid beseft echt wel hoe gevaarlijk dat potentieel kan zijn. En je kan je dus terecht afvragen of de burger dan nog wel geschikt is om recht te spreken in dit soort kwesties.’

‘Mijn antwoord is ondubbelzinnig neen. Men verwacht blijkbaar van juryleden dat ze daarvoor ongevoelig zouden zijn terwijl dat natuurlijk niet zo is.’

[...]

België heeft nu wel een veel uitgebreider wettelijke arsenaal aan anti-terreurmaatregelen?

  176