Kamer behandelt wetsontwerp over implementatie Europees onderzoeksbevel in strafzaken

Crime sceneEuropa wil de rechterlijke samenwerking op het gebied van bewijsvergaring in strafzaken verbeteren. Onder meer door de regelgeving en samenwerkingsprincipes te harmoniseren en te vervangen door één Europees instrument: het Europees onderzoeksbevel in strafzaken. De lidstaten kunnen dit bevel snel en eenvoudig uitvaardigen om een onderzoeksmaatregel te laten uitvoeren in een andere lidstaat dan waar het onderzoek gevoerd wordt. Zowel om bewijsmateriaal te verkrijgen dat nog moet worden verzameld als bewijsmateriaal dat de aangesproken lidstaat al in haar bezit heeft. 

Laure Lemmens
foto: Edu Lauton

De Kamer behandelt nu een wetsontwerp dat de bepalingen van de Richtlijn 2014/41 omzet in Belgisch recht. De Kamercommissie zal zich binnenkort als eerste uitspreken over het omvangrijke document.

Het wetsontwerp herneemt de bepalingen uit de Richtlijn en geeft toelichting bij de toepassing ervan in het Belgisch recht. Algemeen geldt dat

  • de uitvaardigende autoriteit bepaalt welke onderzoeksmaatregel ten uitvoer moet worden gelegd. Wetende dat de uitvoerende autoriteit in bepaalde gevallen kan beslissen om een andere maatregel toe te passen. Namelijk wanneer in haar nationaal recht een minder indringende maatregel zou bestaan die tot hetzelfde resultaat zou leiden;
  • de onderzoeksmaatregel ten uitvoer wordt gelegd volgens het recht van de uitvoerende Staat. Maar de uitvaardigende Staat kan aangeven welke vormvereisten en procedures de uitvoerende autoriteit in acht moet nemen, tenminste als deze niet strijdig zijn met diens fundamentele rechtsbeginselen;
  • er slechts een beperkt aantal gronden zijn om de tenuitvoerlegging van het Europees onderzoeksbevel te weigeren;
  • er strikte termijnen gelden voor de erkenning en tenuitvoerlegging van het Europees onderzoeksbevel;
  • de lidstaten een gestandaardiseerde formulier moeten gebruiken voor de opmaak van het bevel.


Maar het ontwerp bevat een aantal bijzonderheden voor bepaalde onderzoeksmaatregelen zoals de tijdelijke overbrenging van personen in hechtenis, het verhoor op afstand en de interceptie van telecommunicatie.

Belangrijk voor ons land is alvast dat het openbaar ministerie, de onderzoeksrechter of de Algemene Administratie der Douane en Accijnzen, op verzoek van een autoriteit van een andere lidstaat, overgaat tot de tenuitvoerlegging van een onderzoeksmaatregel conform het Belgisch recht om het verkregen bewijsmateriaal nadien over te maken aan de buitenlandse collega’s. België kan een andere lidstaat logischerwijs hetzelfde vragen.


 

Gepubliceerd op 05-05-2017

  333