Inleiding tot het bijzonder strafrecht

In het boek 'Inleiding tot het bijzonder strafrecht' bestuderen Alain De Nauw en Filiep Deruyck de bestanddelen, de straffen en de bijzondere regels van bestraffing van de belangrijkste incrimaties van boek II van het Strafwetboek. De auteurs gaven een geschreven interview. 

Gepubliceerd op 13-05-2020

Wat is de opzet van dit boek?

Welke evoluties binnen het bijzonder strafrecht hebben zich sinds de vorige editie van het boek voltrokken?

Sinds de vorige editie zijn vooral twee titels van boek II van het Strafwetboek grondig gewijzigd.

Opeenvolgende wetten hebben nieuwe terroristische misdrijven in het leven geroepen en hebben de in dit domein bestaande misdrijven aanzienlijk verruimd.

Een andere titel die een gedaanteverandering heeft ondergaan betreft de zedenmisdrijven. De reikwijdte van de traditionele misdrijven van aanranding van de eerbaarheid en verkrachting werd uitgebreid. Nieuwe tenlasteleggingen werden ingevoerd met betrekking tot voyeurisme en online grooming. Laatste evolutie in dit gebied is de afschaffing van de verjaring voor zedenmisdrijven gepleegd op minderjarigen.

Doch buiten deze twee titels zijn er ook talrijke wijzigingen te noteren. Nieuwe misdrijven werden in het leven geroepen, zoals het kraken van woningen of het misbruik van de zwakke toestand van personen. Met betrekking tot gewelddaden werden talrijke nieuwe verzwarende omstandigheden ingevoerd of verruimd. De tenlasteleggingen i.v.m. mensenhandel werden ook gewijzigd. Laatste ontwikkeling in dit domein is de uitsluiting van elke straf voor de slachtoffers van mensenhandel. Nieuwe uitzonderingen op het beroepsgeheim werden geleidelijk ingevoerd wanneer het slachtoffer van bepaalde misdrijven een minderjarige of een kwetsbare persoon is. Het toepassingsgebied van de faillissementsmisdrijven werd verruimd van kooplieden en handelsvennootschappen naar alle ondernemingen.

Ook moet er rekening worden gehouden met ontwikkelingen in de rechtspraak. Als voorbeeld valt de koerswijziging van de rechtspraak van het Hof van Cassatie op met betrekking tot de verbeurdverklaring bij witwassen.

Waarom is het zo belangrijk om naast het algemeen strafrecht ook kennis te hebben van het bijzonder strafrecht?

Allerlei rechtsfiguren en discussiepunten uit het algemeen strafrecht, zoals de lokalisatie van het misdrijf in de ruimte, de aard van het misdrijf, de poging of nog de strafbare deelneming, zijn van groot theoretisch en didactisch belang.

Evenwel kan hun relevantie slechts worden blootgelegd wanneer ze in verband worden gebracht met betrekking tot concrete misdrijven, b.v. bij valsheid in geschriften en gebruik ervan, diefstal, oplichting….

U stelt dat het bijzonder strafrecht een materie is die de wetgever gretig wijzigt. Met de Covid-19-crisis en het uitblijven van een nieuwe federale regering is het misschien moeilijk te voorspellen maar welke nieuwe wetgevende initiatieven denkt u dat zich in dat kader op korte termijn zullen aandienen?

Het is in de huidige politieke context onmogelijk te gissen hoe het bijzonder strafrecht zal evolueren. De commissie voor de hervorming van het strafrecht heeft een lijvig voorstel uitgewerkt met betrekking tot boek II van het Strafwetboek. De hervormingsplannen zijn echter geblokkeerd nadat de regering in juli 2018 de voorstellen van de commissie met betrekking tot boek I van het Strafwetboek ingrijpend had gewijzigd, waarop de leden van de commissie hun ontslag hebben ingediend. Een van deze wijzigingen betreft rechtstreeks het bijzonder strafrecht, met name de afschaffing van de gevangenisstraf voor de minst zware wanbedrijven. Elke vooruitblik is dus onzeker.

Voorts werd er soms gewag gemaakt van mogelijke wijzigingen in verband met ethische vraagstukken. De mogelijke samenstelling van toekomstige regeringscoalities roept nochtans de vraag op of in dit domein grote veranderingen te verwachten zijn.

Hoe dan ook rijzen bij elke wetsverandering vragen in verband met de toepassing van de strafwet in de tijd, waarbij telkens het op het tijdstip van de feiten geldend misdrijf afgewogen moet worden met het nieuw of heromschreven misdrijf, met betrekking tot de bestanddelen van het misdrijf en de strafmaat. Dit is een intellectuele uitdaging waarvan de uitslag niet altijd evident is, zelfs voor de meest ervaren juristen.

De auteurs

Alain De Nauw is emeritus buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel. In 1993-94 was hij titularis van de Francqui-leerstoel aan de Université catholique de Louvain. Hij was ook actief als substituut procureur des Konings en als advocaat.

deruyck-filiep

Filiep Deruyck is advocaat en hoogleraar verbonden aan de VUB.

  842