Hervorming strafprocesrecht: harde woorden tussen openbaar ministerie en Geens

Het openbaar ministerie schuwt geen straffe woorden over wat al bekend is van het voorlopig ontwerp voor een nieuw wetboek van strafvordering in haar brief aan minister Geens. De Standaard citeert: ‘Onbetaalbaar, onwerkbaar, onaanvaardbaar.’ De minister van zijn kant weigert akte te nemen van het advies: ‘Dit advies is ongevraagd, overhaast en erg voorbarig’

Gepubliceerd op 16-01-2018

Annelien Keereman
Redacteur De Juristenkrant
geens-9
(c) Wouter Van Vaerenbergh

De kritiek gaat verder: 'Een academisch ­interessante oefening die echter ver van de praktijk staat. Dit voorstel brengt de onafhankelijkheid van het openbaar ministerie en het strafrechtelijk beleid in het gedrang. Bovendien is het onbetaalbaar.’ Het voorstel hervormt het strafprocesrecht, en dus de manier waarop het strafonderzoek gevoerd wordt. Het openbaar ministerie voelt zich aangevallen. De krant De Standaard kon de brief aan Geens inkijken. Daaruit blijkt dat alle niveaus van het OM – de parketten, parketten-generaal en arbeidsauditoraten – zich kanten tegen de voorstellen voor de hervormingen. Ze waarschuwen voor ‘procedures die door elkaar lopen en het efficiënt voeren van het onderzoek zeker in de weg zullen staan’. 

Voogdij

Over de rol van de onderzoeksrechter is al veel gezegd. In de voorlopige plannen van Geens is er sprake van een ‘rechter van het onderzoek’. Voor de onderzoeksrechter gaat die figuur niet ver genoeg, voor het OM gaat het duidelijk te ver: ‘Dit lijkt eerder op een vorm van onder voogdijstelling’.

Flessenhals

‘Dit voorstel creëert  een aanzienlijke werklast voor het openbaar ministerie én voor de rechters van het onderzoek. Het heeft grote budgettaire implicaties die de commissie (van experts, red.) niet heeft becijferd. Als er echter geen belangrijke middelen worden vrijgemaakt, is het voorstel ronduit irrealistisch te noemen.’

Het openbaar ministerie vreest dat de vertraging die op dit moment ontstaat bij de fase voor de raadkamer zich gewoon verplaatst. Met dit voorstel komt de werkelijke leiding van het onderzoek bij de politie te liggen, waarschuwen ze, omdat het OM niet weet wat eerst gedaan.

Voorbarig advies

Het antwoord van minister Geens bleef niet uit. Deze namiddag liet hij weten dat weigert akte te nemen van van het korte advies dat het OM gisteren 15 januari om 18u06 aan hem uitbracht in verband met de eerste voorstellen van het Wetboek van Strafvordering. ‘Dit advies is ongevraagd, overhaast en erg voorbarig nu slechts twee derde van de eerste versie van een nieuw Wetboek bestaat. Bovendien werd het zogenaamd advies uitgebracht nog voor de expertengroep en het college OM elkaar - voor het eerst voltallig - zouden ontmoeten over deze eerste versie.’

Derde poging voor grote hervorming

De bedoeling van de Minister van Justitie, Koen Geens, met de nieuwe Wetboeken is een eenvoudiger en meer eigentijds recht creëren voor de mensen, zo laat hij weten in een persbericht. ‘Dat is ook zo met het nieuwe Wetboek van Strafvordering: een snellere en betere strafprocedure ten voordele van de rechtszoekende, of hij nu slachtoffer is of dader, zodat het algemeen belang beter wordt gediend. Meer dan tweehonderd jaar nadat ons basisrecht tot stand is gekomen is de tijd daar voor een algemene hercodificatie. Dit heeft de Minister transparant en uitvoerig toegelicht in zijn Hercodificatieplan van december 2016.’

‘Het is de derde keer in veertig jaar dat zo’n grootscheepse hervorming van de strafprocedure op getouw wordt gezet’, gaat het persbericht verder. ‘Het zou ook de derde keer kunnen zijn dat zij mislukt.’ De minister vindt het opmerkelijk dat men al naar rust snakt op een moment dat nog niets definitiefs in de steigers staat. ‘Temeer daar het Openbaar Ministerie (OM) bij herhaling bij de Minister heeft aangedrongen op hervormingen. Bijvoorbeeld recent nog over de burgerinfiltratie en de spijtoptanten.’

De minister maakt een heuse tijdslijn: na een eerste toelicht op 4 januari 2018, werd het OM een tweede keer geïnformeerd op 15 januari om 18u, door de voltallige expertengroep. Op dat tijdstip ‘het zogenaamd advies van het OM’ al vaststond en was verstuurd aan de Minister en de onderzoeksrechters. ‘Merkwaardig genoeg werd het advies niet overhandigd aan de experten bij het begin van de vergadering’, vermeldt het persbericht. En dat de minister het betreurt dat men probeert de haalbaarheid van de voorstellen onderuit te halen, nog voor over de voorstellen ernstig gedialogeerd is. ‘Dit strijdt met het algemeen belang en met de grote kwaliteit en inzet van de experten.’ Hij benadrukt dat hij niet gewogen heeft op de inhoud van de voorstellen.

Fijntjes

Het persbericht merkt verder nog fijntjes op dat de onderzoeksrechters ‘opmerkelijk genoeg’ vinden dat de rol van het OM te belangrijk wordt. ‘Het OM vindt dan weer dat de onderzoeksrechters te belangrijk blijven in de eerste voorstellen, en is zelfs van oordeel dat de rol die onderzoeksrechters zouden krijgen de grondwettelijke onafhankelijkheid van het OM in het gedrang brengt.’

  937