Hervorming strafvordering: ‘Strafprocedure zal eenvoudiger en sneller verlopen’

De plannen om het Belgische strafprocesrecht te hertekenen, raakten de voorbije weken bedolven onder de kritiek. ‘Onbetaalbaar, onaanvaardbaar en ongrondwettelijk’, klonk het vernietigend bij magistraten. Zowel onderzoeksrechters als procureurs kwamen in opstand. Maar de architecten van de vernieuwing zetten door. ‘Het huidige wetboek van strafvordering is een opgelapt, amper leesbaar en weinig handzaam document. Een modernisering is nodig zodat het voor rechtsonderhorigen én rechtsbeoefenaars coherent en bevattelijk wordt’, zeggen commissievoorzitter Raf Verstraeten en expert Philip Traest aan De Juristenkrant.

Gepubliceerd op 26-04-2018

Bart Aerts
Zelfstandig journalist
traest-verstraeten
Raf Verstraeten en Philip Traest - (c) Wouter Van Vaerenbergh

[...]

Zullen er minder onderzoeksrechters nodig zijn?

Philip Traest: ‘Dat denk ik niet. Je zal ze nodig hebben als ‘rechter van het onderzoek’. Ze zullen niet alleen beslissen over telefoontaps en huiszoekingen, maar ook in beroep zullen ze oordelen over het inzagerecht. Een verdachte moet inzage vragen aan de procureur des Konings. Weigert die, dan kan de verdachte in beroep gaan bij de onderzoeksrechter.’

‘De rechter in ons model zal heus geen loutere rechter van dwangmaatregelen zijn belast met het toestaan van de maatregelen die een afbreuk doen aan de fundamentele rechten. Het zal daadwerkelijk een rechter van het onderzoek zijn die toezicht kan houden op het snelle verloop, de evenwichtigheid en de volledigheid van het onderzoek gevoerd door het parket. Zijn bevoegdheden zijn uitgedacht zodat hij een positie op gepaste afstand inneemt: niet al te dichtbij om verblind te worden, niet al te ver om blind te zijn.’

[...]

Raf Verstraeten: ‘De toestand is precies nu bijzonder problematisch geworden. Het Grondwettelijk Hof heeft vorig jaar geoordeeld dat het vanuit gelijkheidsoogpunt niet aanvaardbaar is dat in een opsporingsonderzoek waarin een parket de inzage weigert, geen beroep kan worden aangetekend bij een rechter. Die logische gedachtegang van het Grondwettelijk Hof dringt zich ook op wanneer het gaat om het vragen van aanvullend onderzoek. Het beroep op een controlerende rechter mag niet afhankelijk zijn van de toevalligheid van de keuze van het type van onderzoek, zoals nu het geval is. In de toekomst zullen al die geschillen inzake inzage en aanvullend onderzoek door een rechter moeten behandeld worden.’

[...]

‘Dit voorstel brengt de onafhankelijkheid van het openbaar ministerie en het strafrechtelijk beleid in het gedrang. De vele nieuwe procedures en beroepsmogelijkheden zullen door elkaar lopen en alle strafonderzoeken zullen in de soep draaien’, klonk het scherp bij de procureurs.

Traest: ‘Die kritiek is onterecht. Je kan geen strafprocedure maken zonder op bepaalde punten een hoger beroep in te voeren. Maar je moet natuurlijk het hele plaatje bekijken, dan zie je inderdaad dat het opsporingsonderzoek een eenheid van leiding krijgt. De onafhankelijkheid van het openbaar ministerie zal versterkt worden. Er zal een occasionele tussenkomst zijn van de onderzoeksrechters. Verdachten en benadeelden krijgen ruimere rechten. In onze visie zijn dat één voor één verbeteringen.’

[...]

 

  1083