Europees aanhoudingsbevel

Steven Dewulf geeft een overzicht en maakt een analyse van het rechtskader dat binnen de Europese Unie is geschapen omtrent het Europees aanhoudingsbevel. Dit boek met als titel 'Overlevering', is verschenen in de reeks 'APR' (Algemene Praktische Rechtsverzameling).

Gepubliceerd op 18-03-2020

Op 13 juni 2002 werd door de Europese Unie het kaderbesluit betreffende het Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd, gevolgd door de Belgische implementatiewet op 19 december 2003. Gelet op de vele fundamentele innovaties heeft dit instrument zonder meer voor een haast copernicaanse revolutie gezorgd in het uitleveringsrecht, althans binnen de grenzen van de Europese Unie. Het doel van het nieuwe ‘overleveringsrecht’ was en blijft duidelijk: de structuren eenvoudiger en eenvormiger maken, een helder regelgevend kader scheppen en efficiëntere en vooral ook juridische procedures creëren die tot een snellere overdracht van de gezochte personen leiden tussen de verschillende lidstaten van de Europese Unie.

Het EAB bestaat ondertussen bijna 20 jaar en het zeer grote praktische belang kan er nauwelijks van onderkend worden. Het nieuwe instrument – en het daarop toepasselijk regelgevend kader – heeft ook tot een alsmaar groeiende juridische bibliotheek geleid. Los nog maar van de rijke vloed aan nationale en internationale doctrinestukken die er de afgelopen jaren zijn verschenen, valt het op dat zeker de laatste jaren zowel de regelgevers als de rechtscolleges bijzonder bedrijvig geworden zijn in de context van het overleveringsrecht. Waren er de eerste jaren nagenoeg geen aanpassingen aan het juridisch kader en (b)leken de Europese en Belgische regelen standvastig bepaald, dan volgen de laatste jaren de wetswijzigingen zich in snel tempo op. De regelen worden daarbij ook niet enkel aangepast, ze worden ook uitgebreid en het EAB wordt alsmaar ingebed in een ruimer verband van samenwerkingsinstrumenten die gebaseerd zijn op het idee van wederzijds vertrouwen en erkenning. Bovendien hebben zowel het Europese kaderbesluit als de Belgische implementatiewet aangaande het Europees aanhoudingsmandaat ook tot een steeds groter wordend corpus aan rechtspraak geleid. De arresten van het Hof van Justitie – maar zeker ook van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Hof van Cassatie – volgen elkaar haast in snel tempo op, waarbij nu eens procedurele aspecten en dan weer fundamentele principekwesties worden beslecht. Het juridisch web rond het EAB wordt hierdoor niet enkel stelselmatig gedetailleerder, maar ook noodzakelijkerwijs terug complexer.

Dit boek is dan ook bedoeld als leidraad, nuttig voor practici en theoretici, waarin een volledig en actueel overzicht wordt gegeven en een analyse wordt gemaakt van het rechtskader dat binnen de Europese Unie is geschapen omtrent het Europees aanhoudingsbevel, waarbij op kritische wijze ook duidelijk de gelijkenissen, verschilpunten en ontwikkelingen tussen het EAB en de klassieke uitlevering worden belicht, en een evaluatie wordt gemaakt van het status quo aan het begin van het derde decennium van de 21e eeuw.

Overlevering

 

 

De auteur

dewulf-steven

Steven Dewulf is docent internationaal strafrecht aan de Universiteit Antwerpen en substituut-procureur-generaal met opdracht bij het hof van beroep te Antwerpen.

  199