‘Er is te weinig bekommernis over cybercriminaliteit’

Het Belgische gerecht heeft tientallen onderzoeken lopen naar cyberincidenten, zo bevestigde onlangs het federaal parket. En wellicht is dat maar een fractie van wat werkelijk gebeurt. Cybercrime is een nieuwe vorm van ernstige criminaliteit, maar wordt niet altijd als zodanig door iedereen zo ervaren. En dat laatste betekent onder andere dat politie en justitie niet altijd over de juiste tools beschikken om die criminaliteit adequaat aan te pakken. Een gesprek over cybercrime met twee eminente cybercrimefighters, Jan Kerkhofs van het federaal parket en onderzoeksrechter Philippe van Linthout. Dirk Leestmans nam voor De Juristenkrant het interview af, maar nog voor bekend geraakte dat Skype naar het Hof van Cassatie stapt, voor het federaal parket bekend maakte dat het een onderzoek opent naar de Duitse spionagepraktijken in ons land en voor de uitspraak van het Grondwettelijk Hof die de dataretentiewet vernietigde.

Dirk Leestmans

Dit zijn een aantal quotes uit het volledige interview. Dat kunt u lezen in De Juristenkrant (nr. 312 van 25 juni 2015) of via Jura. 


JanKerkhofsPhilippeVanLinthoutWat baart jullie het meeste zorgen: nieuwe vormen van criminaliteit of achterhaalde vormen van opsporing?
Kerkhofs: ‘Beide, maar het tweede meer dan het eerste. Een ziekte is maar zo gevaarlijk als het gebrek aan geneesmiddelen. Tegenwoordig worden vele misdrijven makkelijker gemaakt door een nieuw medium: het internet en alle communi-catiemogelijkheden die daarbij horen. Maar uiteindelijk is dat slechts een uitvoeringswijze. Misdrijven die al zo oud als de mensheid zijn, worden nu uitgevoerd op een andere manier. En we moeten dus vooral vat krijgen op die andere manier. Als we dat niet kun-nen, hebben we een ernstig probleem.’

Kan u het niet of kan u het onvoldoende?
Kerkhofs: ‘We kunnen best wel wat. Maar het is heel moeilijk om gelijke tred te houden met de expansie van mogelijkheden die criminelen vandaag hebben.’
Van Linthout: ‘En sommige zaken kunnen we niet. Laat ons het maar zeggen zoals het is.’
‘En ik maak me best ook veel zorgen over de nieuwe misdrijven omdat de mensen niet weten wat het is. Als die onwetendheid blijft bestaan over wat criminelen kunnen, zal men ons ook nooit die nieuwe tools geven. Om in de beeldspraak te blijven: als je niet weet dat je ziek bent, zal je ook niet naar de dokter gaan.’

Er is te weinig bekommernis over cybercriminaliteit?
Beiden: (erg affirmatief) ‘Absoluut.’
Van Linthout: ‘Als we nieuwe middelen vragen, opdat we zouden kunnen terugvechten met gelijke wapens, voel je bij de bevolking onmiddellijk een defensieve reactie. Privacy is heilig.’

[...]

Waarom moeten we dan zonder meer aannemen dat wat in Amerika gebeurt, niet in België zou kunnen gebeuren?
Van Linthout: ‘Opnieuw hetzelfde antwoord: u bent tegen de verkeerde overheid aan het spreken. Ik ben de NSA niet.’
Kerkhofs: ‘Ik ben absoluut niet tegen privacy. Maar wetende dat 50 procent van de criminelen gebruikmaakt van Skype of een andere gelijkaardige toepassing, zou ik het wel handig vinden mocht de mogelijkheid er zijn dat een onafhankelijke en onpartijdige rechter aan Skype vraagt: Laat me ’s kijken wat deze of gene allemaal zegt. Nu antwoordt die maatschappij: Wat vraag u ons nu?’

[...]


LOSS OF CONTROL
Hebt u voldoende mensen en middelen om uw werk te doen?
Van Linthout: ‘Neen. Kijk naar de Federal Computer Crime Unit, die wordt gedecimeerd. Bij de CCU’s loopt ook niet zo verschrik-kelijk veel volk rond. Computerprogramma’s om bepaalde zaken uit te lezen, kosten geld. Maar het geld is er niet.’
‘Wij zijn een prachtig land met verschillende universiteiten. We hebben tal van ingenieurs en specialisten encryptie. Waarom ont-wikkelen we onze eigen tools niet?’

[...]

Maar de Belgische politie werkt wel verder op dossiers die ze aangereikt krijgen vanuit het buitenland? Er zijn Belgische pedofiliedossiers die in Amerika gestart zijn met provocatie. Via een ommetje krijgt u dan toch wel wat u vraagt?
Kerkhofs: ‘Daar is duidelijke rechtspraak over. Sinds jaar en dag is er in België een duidelijke cesuur tussen de onthulling van een misdrijf en het bewijs ervan. Als een pedofiel in de val van het FBI loopt in Amerika en Amerika signaleert ons dat, is dat op zich geen bewijs voor ons. Maar uit artikel 1 van de voorafgaande titel van het wetboek van strafvordering en artikel 22 van het wetboek van strafvordering vloeit voort dat we de onthulling van een misdrijf niet voor onbestaande mogen houden. Wij beschouwen die informatie dus niet als bewijs, wel als eventuele start van een onderzoek.’

DE DORPSOVERSTE
U interpreteert het territorialiteitsprincipe voor cybercriminaliteit volgens de zogenaamde objectieve ubiquiteitstheorie en de leer van de ondeelbaarheid. Het wordt hier vastgesteld en dus is de Belgische justitie bevoegd, ondanks het internationaal karakter. Keerzijde van die medaille zou kunnen zijn dat, als alle staten zo redeneren, mensen twee, drie keer vervolgd dreigen te worden.
Van Linthout: ‘De vraag blijft toch altijd waar het misdrijf zich voordoet. Als wij hier iemand op het scherm bezig zien met kinder-porno, kan het theoretisch inderdaad zijn dat die man elders ook vervolgd wordt. Dan is het aan de internationale regelgeving om daar duidelijke afspraken over te maken.’

[...]



Het blijft vreemd dat de inlichtingendiensten in de cyberwereld meer mogen dan de opsporingsdiensten. Is er een discrepantie tussen BIM en BOM?
Van Linthout: ‘BIM zou BOM geworden moeten zijn, maar helaas is dat niet door het parlement geraakt. En het is inderdaad vreemd dat onze volksvertegenwoordigers aan spionnen toelaten wat ze aan politiemensen ontzeggen. Te meer omdat spionnen per definitie minder gecontroleerd worden.’
Kerkhofs: ‘Ik sluit niet uit dat met de nieuwe wind die er waait die discrepantie binnenkort genivelleerd zal worden.’

Zegt u nu dat de BOM verruimd zal worden?
Kerkhofs: ‘Het gaat niet alleen over de BOM. Het gaat over de mogelijkheden in het algemeen. Denk ook aan onze telefoontapwet-geving. Die dateert uit de tijd dat we nog belden met bakelieten toestellen waarop je met klemmen je taps plaatste.’
‘Momenteel is het behelpen. We kappen de doos met wetten uit op tafel om te zien wat we kunnen doen. Maar het doet toch vaak denken aan die scene uit Apollo 13: Houston, we have a problem. De pragmatische benadering kan beter vervangen worden door een nieuw arsenaal aan wettelijke mogelijkheden aangepast aan de noden van de tijd.’


 

Dit zijn een aantal quotes uit het volledige interview. Dat kunt u lezen in De Juristenkrant (nr. 312 van 25 juni 2015) of via Jura. 

Gepubliceerd op 25-06-2015

  494