Deskundigen in het strafproces

Deskundigen in het strafprocesBart De Smet schreef een boek, verschenen in de reeks 'Recht en Praktijk' (R&P), over de algemene beginselen van het deskundigenonderzoek in het strafproces. Hij behandelt onder meer de aanstelling van de deskundige, zijn plichten, de rechten van verdediging, de bewijswaarde van het verslag en de berekening van de honoraria. Hierna volgt een kort geschreven interview met Bart De Smet.

Klik hier om het boek ‘Deskundigen in het strafproces, algemene beginselen' te bestellen.

Vanwaar het belang van een boek ‘Deskundigen in het strafproces, algemene beginselen'?

De tijd dat een strafdossier beperkt is tot verklaringen van getuigen en verdachten is voorbij. Technisch bewijs haalt vaak de bovenhand, zoals telefonie-onderzoek en verslagen van deskundigen. Aan de opmars van de expertise is het wetgevend kader van 1808 (Wetboek van Strafvordering) niet aangepast. Lang bleef dit kader beperkt tot de bevoegdheid van de procureur des Konings om bij ontdekking van een verdacht overlijden op heterdaad een wetsgeneesheer aan te stellen (art. 43 en 44 Sv.). Nergens vindt men in de wet toelichting over de inhoud van de technische opdracht, de plichten van de deskundige en inbreng van de partijen. In de loop der jaren werd de reglementering rond de expertise uitgebreider, zoals de bloedproef in verkeerszaken of vergelijkend DNA-onderzoek, maar nog steeds ontbreekt een wettelijke opsomming van beginselen. Noodgedwongen bracht de rechtspraak enkele beginselen aan, zoals onpartijdigheid van de deskundige, het verbod van de deskundige zich uit te laten over juridische vraagstukken of zich actief te mengen in het onderzoek, het beroepsgeheim van de deskundige en het verschil tussen bewijswaarde en bewijskracht van een technisch verslag. Aangezien in de rechtspraktijk de regelmatigheid van de expertise vaak wordt betwist (zoals in procedures voor de kamer van inbeschuldigingstelling), leek het mij nuttig de beginselen rondom het deskundigenonderzoek op een rij te zetten en te ontleden. Daarbij stootte ik vaak op verschillende rechtspraak. Zo staan het Grondwettelijk Hof en het Hof van Cassatie niet op dezelfde lijn wanneer het aankomt op tegenspraak van de partijen tijdens het deskundigenonderzoek in de fase ten gronde.

Welke beginselen moet men zoal in het oog houden?

Deskundigen hebben vaak weinig kennis van het strafprocesrecht en onderzoekende magistraten voelen zich onwennig om een technische opdracht te omschrijven. Twee denkpatronen moeten op elkaar passen. Soms ontstaan fouten, misverstanden of zelfs een verboden delegatie van functies. Deskundigen moeten zich houden aan een strikte opdracht van technische aard, mogen zich niet profileren als aanklager of rechter en moeten zich bij onderzoeksdaden (zoals wedersamenstellingen) eerder terughoudend opstellen. De onderzoekende magistraat moet zorg dragen voor de kwaliteit van de expertise (is de expert wel bekwaam? Is hij onpartijdig?) en de deskundige aanmanen zijn taak tijdig af te ronden, al dan niet met inspraak van de partijen. Uiteraard mag de deskundige enkel als technisch raadsman worden ingeschakeld en niet als adviseur over netelige kwesties zoals uitlokking en voorbedachtheid. Het komt er voor de rechter op aan een zo concreet mogelijke opdracht te omschrijven, met nadruk op de technische opdracht van de deskundige. Over bevoegdheidsoverschrijding is de rechtspraak niet eenduidig: voor sommige rechtscolleges volstaat het enkele passages van het verslag te weren, andere rechtscolleges gaan verder door het ganse verslag als onbruikbaar te bestempelen of zelfs het ganse proces nietig te verklaren. Voorzichtigheid bij het opstarten en uitwerken van het deskundigenonderzoek is dus geboden. Na de opdracht dient de rechter de gerechtskosten te begroten volgens de tariefschalen en de uitzonderingen op die schalen. De vonnisrechter dient na te gaan of tegenspraak over het verslag van de deskundige wel volstaat voor een eerlijk proces. Desnoods zijn compenserende maatregelen mogelijk, zoals een bijkomende opdracht aan de deskundige, een tegenexpert of een verhoor van de deskundige op de zitting. Het proces in zijn geheel moet als maatstaf dienen.

Welke stukken in het boek zou u als vernieuwend beschouwen?

Over deskundigenonderzoek in strafzaken is er uiteraard veel terug te vinden in de grote handboeken strafprocesrecht, van de gekende auteurs (Raoul Declercq, Raf Verstraeten, Michel Franchimont). Mijn doel was informatie uit juridische databanken en juridische werken over het deskundigenonderzoek te verzamelen, up to date, en deze in een vlotte tekst te verwerken, zonder te veel uitweidingen, onder toepasselijke trefwoorden (zoals bewijswaarde verslag en recht op tegenspraak). Ik hoop dat de tekst nuttig is voor zowel juristen als deskundigen die in strafzaken optreden. Deskundigen die erg bekwaam en enthousiast zijn gaan soms de mist in omdat zij bepaalde juridische beginselen niet naleven, zoals geen informatie over het vooronderzoek meedelen aan de partijen. De rechter moet erop kunnen vertrouwen dat de deskundige niet alleen vakman is in zijn technische materie, maar ook juridische finesses beheerst. In het laatste hoofdstuk ga ik in op concrete aspecten van nietigheden: 1° kan men bepaalde fouten in het deskundigenonderzoek nog rechttrekken, in een latere fase? en 2° hoe streng moet de sanctie van nietigheid worden toegepast, gelet op de Antigoon-Wet van 24 oktober 2013? In het boek gaat ook aandacht uit naar de regels over erkenning van deskundigen, die van toepassing zullen zijn op 1 december 2016 (Wet van 10 april 2014). Deskundigen moeten dan aan een reeks voorwaarden voldoen om de titel ‘gerechtsdeskundige’ te verwerven en behoudens uitzonderlijke gevallen mogen alleen erkende deskundigen (van een nationale lijst) opdrachten in strafzaken uitvoeren. Hopelijk zijn er ook na 1 december 2016 voldoende deskundigen beschikbaar, wat vanwege de lage vergoedingen niet evident is.


De auteur is doctor in de rechten (UA, 1996), lid onderzoeksgroep rechtshandhaving (UA) en substituut-procureur-generaal bij het hof van beroep te Antwerpen.

Bron: Bart DE SMET, Deskundigen in het strafproces, algemene beginselen, Mechelen, Wolters Kluwer, 2015, 208 p.

Klik hier om het boek ‘Deskundigen in het strafproces, algemene beginselen' van Bart De Smet te bestellen.

Op Jura vindt u meer rechtsleer over deskundigen in het strafonderzoek.


Gepubliceerd op 13-11-2015

  273