Derde pakket maatregelen tegen terrorisme

Er is opnieuw een batterij maatregelen tegen terrorisme in het Belgisch Staatsblad verschenen. Dit keer gaat de aandacht uit naar de ‘strafbaarstelling van terrorisme’ waarbij het toepassingsgebied van heel wat bestaande terroristische misdrijven wordt uitgebreid. Daarnaast wordt gesleuteld aan de mogelijkheden om mensen die vervolgd worden voor bepaalde terroristische misdrijven onder voorlopige hechtenis te plaatsen en zijn er verschuivingen in de bevoegdheden bij de vervolging van terroristische misdrijven. Laure Lemmens 

Hamer5Strafbaarstelling

De wetgever wijzigt het Strafwetboek om ervoor te zorgen dat er tegen àlle terroristische gedragingen passende sancties kunnen worden opgelegd. Voor heel wat handelingen is de wetgeving op dit moment onduidelijk.

In eerste instantie wordt het toepassingsgebied van de ‘aanzetting tot terroristische misdrijven’ (art. 140bis Sw.) uitgebreid waardoor ook het ‘aanzetten tot de verplaatsing naar het buitenland voor terroristische doeleinden’ strafbaar wordt. Daders riskeren een opsluiting van 5 tot 10 jaar en een geldboete van 100 euro tot 5.000 euro.

Verder wordt de strafbaarstelling van de ‘werving met het oog op terrorisme’ (art. 140ter Sw.) verruimd met ‘reizen naar het buitenland’ zodat ook personen kunnen worden vervolgd die een andere persoon werven met het oogmerk naar het buitenland te reizen en naar ons land terug te keren voor terroristische doeleinden. Ook hier luidt de bestraffing: een opsluiting van 5 tot 10 jaar en een geldboete van 100 euro tot 5.000 euro.

Voorlopige hechtenis

Naast de verruimde strafbaarstelling, versoepelen ook de criteria voor de voorlopige hechtenis ten aanzien van personen die worden vervolgd voor bepaalde terroristische misdrijven.

‘Voorlopige hechtenis in geval van volstrekte noodzakelijkheid voor de openbare veiligheid’ wordt bijvoorbeeld mogelijk voor terroristische misdrijven die worden gestraft met meer dan 5 jaar gevangenisstraf. In die situaties moet dan niet langer worden aangetoond dat een andere voorwaarde voor voorlopige hechtenis is vervuld (risico van het plegen van nieuwe misdrijven, van vlucht, van verdwijnen van bewijzen, enz.). Momenteel is deze soepele regeling alleen mogelijk voor misdrijven die worden gestraft met meer dan 15 jaar gevangenisstraf.

Maar in de parlementaire stukken wordt onderstreept dat de versoepeling niet betekent dat de voorlopige hechtenis mogelijk wordt zodra er ernstige aanwijzingen van schuld aan een terroristisch misdrijf zijn. Het vermoeden van onschuld heeft tot gevolg dat de voorlopige hechtenis een afwijkende maatregel moet blijven. Er moet dus steeds bewezen worden dat de voorlopige hechtenis noodzakelijk is om de openbare veiligheid te beschermen.

Uitbreiding rechtsmacht

Maar heeft de wetgever ook aandacht voor de bevoegdheden wanneer terroristische misdrijven buiten België worden gepleegd. Het gaat om een uitbreiding van de rechtsmacht zodat iedereen die zich buiten Belgisch grondgebied schuldig maakt aan een terroristisch misdrijf kan vervolgd worden in ons land. Tot slot worden de bevoegdheden van het federaal parket op het gebied van terrorisme verduidelijkt om discussie voor de rechtscolleges te voorkomen. Die verduidelijking is nodig omdat de bevoegdheden van het federaal parket zijn vastgelegd op een moment dat er in het Strafwetboek nog niet specifiek in terroristische misdrijven was voorzien.

21 augustus 2016

De wet van 3 augustus 2016 bevat geen specifieke datum van inwerkingtreding. De bepalingen worden dus volgens de algemene regel van kracht, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad. Dat is 21 augustus 2016.   

  Bron: Wet van 3 augustus 2016 houdende diverse bepalingen ter bestrijding van terrorisme (III), BS 11 augustus 2016. Zie ook:
  • Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, BS 14 augustus 1990 (art. 16)
  • Gerechtelijk Wetboek (art. 144ter)
  • Strafwetboek (art. 140bis en 140ter)
 


 

Gepubliceerd op 16-08-2016

  118