De terroristische misdrijven in de artikelen 137 en 140 van het Strafwetboek: geen legistieke voltreffer

Terrorisme was de voorbije jaren jammer genoeg niet uit ons nieuws weg te denken. De consensus is dan ook dat terrorisme een aanzienlijk probleem is dat moet worden aangepakt. Dit betekent echter niet dat elk stuk terrorismewetgeving meteen een legistieke voltreffer is. Het kan echt wel beter: de huidige strafbaarstellingen zijn bijvoorbeeld zeer breed en staan daardoor vol overlappingen.

Gepubliceerd op 17-11-2020

Ward Yperman bespreekt de strafbaarstellingen voor terroristische misdrijven in de artikelen 137 en 140 Sw. in nr. 2020/5 van het Tijdschrift voor Strafrecht.

altar-4605306_1280

Uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens vloeit de positieve verplichting voor de overheid voort om het recht op leven van haar burgers te beschermen en om hen te beschermen tegen wrede en onmenselijke behandeling of foltering.  Gelukkig lijkt de overheid hier redelijk goed in te slagen en is het aantal slachtoffers van terroristische aanslagen tot nu toe redelijk beperkt gebleven. Bovendien leggen de VN, de EU en de Raad van Europa expliciet een wetgevend ingrijpen op. In 2003 voerde België een nieuwe titel in het Strafwetboek in die terrorismemisdrijven bevat. Dit gebeurde onder andere om te voldoen aan de verplichtingen van het kaderbesluit van 13 juni 2002. 

Sindsdien zijn de materiële strafbaarstellingen aangevuld onder invloed van internationale en Europese regelgeving. De voorbije jaren is er ook een redelijk uitgebreide rechtspraak ontstaan over sommige van deze terroristische misdrijven.

Het doel van de bijdrage van Ward Yperman is niet om een exhaustief overzicht te geven van deze rechtspraak. Het idee is om enkele van deze strafbaarstellingen kritisch door te lichten.

Twee categorieën terroristische misdrijven

De terroristische misdrijven kunnen worden ingedeeld in twee categorieën. Ten eerste is er het terrorisme sensu stricto: terroristische moord, doodslag, het kapen van vliegtuigen, etc. Kortom het plegen van een terroristische aanslag, of minstens het dreigen hiermee. Dit zijn, behalve misschien het dreigen, krenkingsmisdrijven en dus klassiek, repressief strafrecht. De maatschappij (rechter) straft iemand die strafrechtelijk laakbaar gedrag heeft gesteld en daarmee een rechtsgoed heeft beschadigd. Klassiek strafrecht gaat soms een stap verder en bestraft personen nog voor ze het rechtsgoed schenden, omdat hun handelingen een rechtstreeks gevaar inhouden voor het rechtsgoed (concrete gevaarzettingsmisdrijven). Dit is zo bij de figuur van de strafbare poging bijvoorbeeld. Zowel de krenkingsmisdrijven als de concrete gevaarzettingsmisdrijven kunnen concreet en rechtstreeks worden gelinkt aan een rechtsgoed dat we in onze de samenleving willen beschermen.

Ten tweede zijn er ook strafbaarstellingen die terrorisme sensu lato viseren. Dit zijn handelingen die een terroristisch misdrijf voorbereiden of faciliteren, bijvoorbeeld het reizen met een terroristisch oogmerk, het ontvangen van een opleiding met terroristisch oogmerk of het financieren van terrorisme. Deze terroristische misdrijven sensu lato zijn niet gericht op personen die al een rechtsgoed hebben geschonden (krenkingsmisdrijven) of zelfs in gevaar hebben gebracht (concrete gevaarzettingsmisdrijven), maar op personen van wie wordt verondersteld dat ze dat zullen doen of personen die anderen helpen van wie wordt verondersteld dat ze dat zullen doen (abstracte gevaarzettingsmisdrijven). Artikels die terroristische misdrijven sensu lato bevatten, viseren dus geen handelingen die een concreet rechtsgoed rechtstreeks in gevaar brengen. De strafbaarstellingen van terrorisme sensu lato zijn preventieve misdrijven die erop gericht zijn om personen op te sporen en te veroordelen voor zij kunnen komen tot het plegen van een aanslag (abstracte gevaarzettingsmisdrijven). Het bestraffen van terrorisme sensu lato gebeurt dus ter preventie van terrorisme sensu stricto.

Twee artikels in Strafwetboek

In de bijdrage van Ward Yperman komen niet alle terroristische misdrijven aan bod. Twee artikels met strafbaarstellingen worden in detail worden. Ten eerste komt de kern van het contraterrorismestrafrecht in het vizier: terrorisme sensu stricto (art. 137 Sw.). Daarna verschuift de focus naar terrorismemisdrijven sensu lato. Dan komt namelijk artikel 140 Sw. aan bod, dat drie misdrijven bevat met betrekking tot de activiteiten van een terroristische groepering. Dit is veruit het meest vervolgde terroristische misdrijf in België, omdat de misdrijven zeer breed zijn geformuleerd. Op deze manier krijgen we, ondanks de beperking tot twee artikels, een goed beeld van het Belgische materiële contraterrorismestrafrecht.

  406