De Juristenkrant sprak met sportadvocaat Dimitri Dedecker over het voetbaldossier

‘Afwachten of onderzoekers aantijgingen kunnen hardmaken’

Gepubliceerd op 22-11-2018

Bart Aerts
Zelfstandig journalist

Een nooit gezien onderzoek naar fraude en wedstrijdvervalsing houdt de Belgische voetbalwereld al enkele weken in de ban. En sinds ‘Football Leaks’ staat ook het internationale voetbal te kijk. ‘Beide schandalen tonen aan dat het grote geld regeert’, zegt advocaat Dimitri Dedecker in De Juristenkrant. De roep om nieuwe regels klinkt steeds luider. Dedecker ziet ook in andere sporten een steeds grotere juridisering. ‘Sporters komen wegens contracten, selectievoorwaarden, doping en fiscaliteit steeds vaker in aanraking met het gerecht.’

dimitri-dedecker-2
(c) Wouter Van Vaerenbergh

[...]

U zei meteen na de grootscheepse actie dat het ‘voetbal door en door immoreel is’.

‘Zeker na de onthullingen van ‘Football Leaks’ (70 journalisten van 15 Europese media hebben maandenlang de meest schimmige deals in de wereld van het grote geld achter het internationale voetbal geanalyseerd, red.) kan niemand nog ontkennen dat voetbal handel is en dat veel grote clubs met spelers omgaan als met koopwaar. Afrikaanse voetballers worden naar Europa gehaald en wie niet voldoet, verdwijnt vaak in de illegaliteit. Miljoenen euro’s vloeien om onduidelijke redenen naar tussenpersonen en belastingparadijzen. Het voetbalspel is voor deze heren een bijkomstigheid.’ [...]

 

Zullen té strenge regels het Belgisch voetbal niet fnuiken?

‘Daar geloof ik niet in. [...]'

‘Hetzelfde met het Bosmanarrest in het voetbal. Daarin heeft het Europees Hof van Justitie geoordeeld dat een speler vrij is nadat zijn contract is afgelopen. Alleen tijdens de duur van een contract kan een club een transfersom vragen. Moord en brand werd er geschreeuwd. Uiteindelijk heeft dat ertoe geleid dat clubs langdurige contracten gingen afsluiten. De mogelijkheid op eenzijdige opzegging door de speler werd zo goed als onmogelijk gemaakt. Niemand is er slechter van geworden, behalve Bosman dan.’

‘Niels Verborgh (intussen advocaat sportrecht, red.) toonde in zijn scriptie nogmaals aan dat het huidige transfersysteem deels illegaal is en dat het leeuwendeel van de torenhoge transfersommen naar een geprivilegieerd clubje gaat. Er is geen enkele sportjurist die daar eigenlijk nog aan twijfelt. Wanneer een club een hoge transfersom eist voor een bepaalde speler, dan beperkt ze die voetballer in de mogelijkheid een andere club te zoeken. Dat is in strijd met het vrij verkeer van werknemers. Het argument dat dit contractstabiliteit brengt, gaat in de praktijk niet op. Integendeel, het transfersysteem werkt de handel in spelers, en dus de instabiliteit van contracten net in de hand. Toch blijft dat duren omdat een enorme lobbymachine het voetbal verdedigt, vooral op Europees niveau. Als iedereen de bestaande regels zou toepassen, zouden we al een heel eind verder staan.’

Heeft justitie voldoende aandacht voor de sportwereld?

‘Justitie heeft doorgaans een zekere afkeer van sportzaken. Burgerlijke rechters zien zich liever niet geconfronteerd met bijvoorbeeld een geschil tussen twee voetbalclubs of een conflict met een sportgerelateerd element. Als ik in kortgeding een rechter vraag om een sporter naar de Olympische Spelen te sturen, dan zie ik hem luidop denken: kunnen jullie dat alstublieft zelf oplossen? Niet onbegrijpelijk trouwens.’

[...]

‘Daarnaast ben ik voorstander van arbitrage in sportgeschillen, op voorwaarde dat de onpartijdigheid gewaarborgd is. Binnen eenzelfde federatie lukt dat niet. In zo’n interne tuchtrechtbank zetelt dan meestal een advocaat, pakweg gespecialiseerd in familierecht. In het beste geval is hij incompetent, in het slechtste geval vereffent hij de rekeningen voor degene die hem benoemd heeft.’

‘Het Nederlandse Instituut voor de Sportrechtspraak moet het model zijn en met het Belgisch Arbitragehof voor de Sport (BAS) zijn we al goed op weg. Die arbitrage moet vervolgens verplicht worden voor de sportinstanties, wat nu bijvoorbeeld niet het geval is. Daar maakt men dan misbruik van.’

[...]

  334