De Juristenkrant sprak met Paul Van Tigchelt (OCAD): ‘De problemen die achter radicalisering zitten, zijn ingebed in onze samenleving’

Een oneindige reeks aanslagen in binnen- en buitenland heeft van het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (OCAD) voorgoed hét centrum van de dreigingsanalyse gemaakt. ‘Samenwerking tussen de verschillende diensten is daarbij cruciaal’, zal OCAD-baas Paul Van Tigchelt meermaals onderstrepen tijdens het gesprek met De Juristenkrant. Sinds het dreigingsniveau in ons land gezakt is naar 2 lijkt de rust teruggekeerd. Maar schijn bedriegt.

Gepubliceerd op 27-09-2018

Bart Aerts
Zelfstandig journalist
25671-paul
Paul Van Tigchelt - (c) Stefaan Temmerman

[...]

Hoe vlot verloopt de informatiedoorstroming? Dat is toch wel een pijnpunt voor inlichtingen- en politiediensten doorheen de geschiedenis?

‘Als magistraat heb ik dat gunstig zien evolueren. We zijn er nog niet. Er zijn nog geen redenen om hoera te gaan roepen. Mensen moeten leren denken in functie van het algemeen belang, niet in functie van hun eigen dienst. We delen uiteindelijk dezelfde bekommernis: de publieke veiligheid. Daarom ben ik een grote fan van de multi-agency approach: mensen moeten informatie delen om op basis van die gedeelde informatie te beslissen welke dienst het best geplaatst is om welke actie te ondernemen. Dat is zeker niet altijd een gerechtelijk of een inlichtingenonderzoek, dat kan zeker ook een socio-preventieve actie zijn. Maar om die inschatting te kunnen maken moet je wel rond de tafel durven en willen zitten. Vroeger waren er wel wat excuses om dat niet te doen. Zo is er de wet op het beroepsgeheim. Alle respect voor dat principe, maar na een wetswijziging kan dat excuus niet meer ingeroepen worden.’

[...]

Uw ervaring is dat ‘een deugdelijk beleid tegen maatschappelijke problemen in eerste instantie geen kwestie is van politie en justitie, de strijd tegen terrorisme is op de eerste plaats een strijd voor een inclusieve samenleving.’ (...)

(...) ‘Intussen weet ik dat je de juiste diagnose moet stellen als je de ziekte doortastend wil bestrijden. De juiste diagnose betekent dat er geen eenvoudige verklaringen zijn. Het is niet simpelweg een kwestie van oorzaak en gevolg. Wanneer mensen radicaliseren komt dat door een complex geheel van oorzaken. De problemen die achter radicalisering zitten, zijn ingebed in onze samenleving. Als we spreken over de aanslagen van Parijs en Brussel, dan spreken we over Foreign Terrorist Fighters alsof het een exogeen probleem zou zijn, maar het probleem zit vaak hier. De meeste daders zijn hier geboren. De problemen zitten hier.’

‘Politie en justitie moeten uiteraard repressief optreden, maar als we de problemen efficiënt te lijf willen gaan, dan moeten we de kiemen wegnemen. Dat is geen taak voor politie en justitie. Dan kom je uit bij de inclusieve samenleving, mensen aan boord houden, onderwijs, een weerbare jeugd en preventie.’

[...]

Het valt op dat u in uw discours niet graag spreekt over deradicaliseren, maar eerder over ontmoedigen.

‘Ik zou liever geen van beide termen gebruiken. Ik zou liever spreken over rehabilitatie of re-integratie. Deradicaliseren is een mythe, vertellen wetenschappers mij. Het hoogst haalbare is disengagement bij de hardcore ideologen. We moeten werken aan re-integratie. Want wat speelt er bij jongeren die naar Syrië reizen? Dat is vervreemding van de maatschappij en indoctrinatie. Zij vervreemden van de maatschappij om allerlei redenen. Op het voorkomen daarvan moeten we inzetten. Maar ik ben me er bewust van dat er geen makkelijke antwoorden zijn op dit complexe probleem. Deradicalisering doet vermoeden dat ze allemaal aan dezelfde ziekte of hetzelfde probleem lijden. Maar dat is niet. Het is een containerbegrip geworden. Maatwerk geval per geval, de zogenaamde tailor made approach, is de enige optie.’

[...]

 

  703